Gemaakt om te zegevieren

De nieuwe Europees kampioen Sven Kramer (20) rijdt over ’s werelds ijsbanen als een koning die al jaren heerst over zijn rijk. Zelfverzekerd, soms bluffend, een voorbeeld voor alle schaatsers. „Hij wordt een groot kampioen, maar blijft een prettig figuur.”

Sven Kramer from the Netherlands celebrates after winning the men's European Speed Skating Championships at the outdoor Ritten Arena in Collalbo, Italy January 14, 2007. REUTERS/Jerry Lampen (ITALY) Reuters

„Sven Kramer is vergelijkbaar met Johan Olav Koss en Eric Heiden”, zei de Noorse schaatser Eskil Ervik eerder dit jaar. De Noor Koss en de Amerikaan Heiden waren de grote sterren van, respectievelijk, de Winterspelen in 1994 en 1980. Koss won drie keer goud, Heiden vijf maal. De nieuwe Europees kampioen draait er zelf ook niet omheen. „De mentale overmacht die ik nu heb, voelde ik vorig jaar bij de Spelen nog niet. Ik heb nu het gevoel dat ik alles kan winnen wat ik wil”, zei hij gisteravond in Collalbo.

Sven Kramer mag de uitstraling en kwaliteiten hebben van de allergrootste schaatsers, hij brak pas op relatief late leeftijd door. „Toen Sven vijftien was reed ik hem er nog af”, zegt wielrenner en oud-schaatser Hidde van Nuil, al jaren bevriend met Kramer. „Zo goed was hij toen niet. Pas na zijn zestiende schoot Sven ineens vooruit.”

Marathonschaatser Peter de Vries (39), toen ploeggenoot van vader Yep Kramer, herinnert zich uit die tijd een lange, slungelige puber. „Sven trainde soms al met onze groep mee, en had een moeilijke fase. Zijn lichaam begon zich te ontwikkelen en dat is in het begin geen voordeel. Hij had de kracht nog niet om zijn groei bij te houden, schaatste niet compact en slingerde alle kanten uit. Maar toen hij daar eenmaal grip op kreeg, is hij heel hard vooruit gegaan. Vanaf zijn zestiende heeft die jongen qua training verschrikkelijk veel geïnvesteerd in zijn sport.”

Goede eigenschappen voor fysiek zware sporten waren er volgens De Vries veel eerder. „Ik kwam al bij de familie over de vloer toen Sven nog een klein mannetje was. Hij had een tomeloze energie, moest altijd met iets bezig zijn. Als kind deed hij veel tegelijk: voetbal, tennis, schaatsen. En alles heel gedreven. Hij moest en zou winnen, kon absoluut niet tegen zijn verlies. Voor zijn ouders was het soms best moeilijk. Nu stopt hij al z’n energie in het schaatsen. Sven kan enorm veel verstouwen in trainingen.”

Zijn vriend Van Nuil, een dag jonger dan Kramer, kwam hem voor het eerst tegen op de ijsbaan toen beiden negen jaar oud waren, tijdens het shorttracken. Later zouden ze elkaar opnieuw treffen bij Wielervereniging Olympia in Heerenveen en op het CIOS. „Hij had toen al zo’n grote mond”, vertelt Van Nuil lachend over hun eerste ontmoeting. „Ik kwam in die hal met een nieuwe helm, waarop een sticker met bloem zat. Sven zag dat en riep keihard door de hele hal: ‘Die bloem moet eraf! Dat is voor meiden!’ Uiteindelijk trok hij zelf die bloem van mijn helm, met een brede grijns, dat wel. Typisch Sven. Sommigen zeggen dat hij een grote mond heeft sinds hij zo hard schaatst, maar dat is absoluut niet waar. Hoewel hij nooit iemand de grond zal intrappen.”

„Tussen leeftijdgenoten kon hij wel dominant zijn”, zegt De Vries. „Maar in onze groep toonde hij een gereserveerdheid jegens de ouderen. In hun domein had hij geen grote mond.” Kramer doet nog altijd regelmatig mee aan wielertrainingen van de groep met De Vries. „Dan zit hij van begin tot het einde te rammen”, lacht de tweevoudig winnaar van de alternatieve Elfstedentocht. „Ook al heeft hij van trainer Gerard Kemkers opdracht om het rustig aan te doen, dan nog kan Sven het niet laten om er af en toe een slinger aan te geven om de groep naar de verdommenis te rijden. Daar herken je de echte sportliefhebber in. Ik ben zelf net zo, zijn vader Yep ook.”

De Vries vindt in het karakter van de Europees kampioen veel terug van diens vader, oud-kernploeglid en in 1995 Nederlands kampioen marathon op natuurijs. „Zijn moeder Elly was ook heel goed, maar Sven heeft meer van Yep. Hij is misschien wat drukker, maar hun sportbeleving is precies hetzelfde. Vooral dat gewiekste, alles ervoor over hebben om te winnen. Sven heeft daarbij nog een voordeel qua atletisch vermogen en postuur.”

Veel schaatsers roemen – en vrezen – de onoverwinnelijke uitstraling die Kramer op zijn twintigste al heeft. Die uitstraling heeft hij volgens Van Nuil ook op de fiets. „Hij is de enige die niet fulltime traint voor het wielrennen, maar het hele peloton heeft het gevoel dat hij kan winnen. Iedereen heeft ontzag voor hem, hij zit er altijd bij. Hij kan verschrikkelijk afzien. Hij zegt altijd: die pijn is zo weer over, die overwinning blijft.” In juni werd Kramer nog tweede op het noordelijk districtskampioenschap bij de beloften. „Hij had voor wielrennen kunnen kiezen”, zegt De Vries. „Dan had hij nu waarschijnlijk bij de Raboploeg gereden. Ik denk dat Yep hem die keuze heeft ontraden. Aan het profwielrennen kleven dingen waardoor je als ouder niet staat te springen om je kind daaraan over te geven. Als je ook goed kunt schaatsen, is de keuze niet zo moeilijk.”

Op de ijsbaan herkent Van Nuil de imponerende figuur uit het peloton. „Als je hem ziet inrijden, zelfs als hij op het bankje bij de start zit, straalt hij dat uit: borst vooruit. Ook na de finish: nonchalant op één beentje door de bocht, twee armen omhoog, die blik. Als hij zegt dat hij gaat winnen, geloof je dat direct. Bij andere schaatsers is het vaak bluf. Dat is het verschil.”

Zie de overtuiging waarmee hij vorig jaar uit kansloze positie terugkwam in zijn race tegen Carl Verheijen en het wereldrecord brak op de vijf kilometer. De agressie waarmee hij op het afgelopen NK Mark Tuitert klopte op diens specialiteit, de 1.500 meter, en zo een privé-oorlogje in zijn voordeel besliste. Of de gebalde vuist en tong uit de mond waarmee hij in Collalbo al in de laatste bocht zijn Europese titel vierde.

Op het CIOS in Heerenveen, waar Kramer afgelopen zomer zijn diploma haalde met als specialiteit ‘Fitness, health & management’, herkennen docenten die eigenschap. „Sven is heel erg overtuigd van zijn eigen kunnen”, zegt docente Catrien de Vries, die hem enkele jaren coachte op het CIOS. „Als hij niet zou denken dat hij zou winnen, zou hij het ook niet zeggen. Hij is verder een echte Fries: doe maar gewoon. Hij heeft geen kapsones. Hij wilde zelfs niet te veel over het schaatsen praten. Hier was hij gewoon weer cursist. Zoals je hem in de media ziet, zo is hij. Gewoon een leuke vent.”

De loopbaan van Ireen Wüst vertoont opvallende gelijkenis met die van Kramer. Ook zij is twintig, en als een komeet omhoog geschoten. Wüst traint al vier jaar bij hem in de ploeg, en ziet in hem een echte winnaar. „Sven is een supergedreven sporter die weet wat hij wil, en die er ook echt voor leeft. Hij is gemaakt om te winnen. Hij is een heel slimme jongen, hij heeft een killersmentaliteit. Als hij zegt dat hij de beste is, is dat absoluut geen bluf. Hij houdt van een beetje grootspraak, maar niet op een negatieve manier.”

Zijn zelfverzekerde houding betekent niet dat Kramer nooit twijfels heeft. Na een schitterende vijf kilometer in november in Berlijn stapte hij met Ireen Wüst en Paulien van Deutekom van het ijs om een week te gaan trainen in de zon op Lanzarote. Kramer vroeg zijn fietsmaatje om mee te gaan. Van Nuil: „Toen hij na een fietstraining last had van een been, zei hij: shit, ik had op het ijs moeten blijven.” Ook als ze af en toe uitrustten aan het zwembad, sloeg de twijfel toe. „Sven is iemand die moeilijk stil kan zitten. Hij wil per se bewegen, wordt onrustig als hij niks doet. Dat zie je al in een vliegtuig. Hij voelt zich snel schuldig als hij niet heeft getraind.”

Peter de Vries weet hoe Kramer reageert op tegenslagen. „Hij ligt soms op de massagetafel bij m’n vader, die sportmasseur is. Als er een kink in de kabel komt, een verkoudheid of zo, is hij enorm gestresst. Stront-chagerijnig wordt hij dan, maar dat hebben meer topsporters. Nu heeft hij alles goed voor elkaar. Ik sta er van te kijken hoe volwassen Sven op z’n twintigste al is. Een paar jaar geleden had ik verwacht dat hij problemen zou krijgen met de druk en de bekendheid. Hij heeft me wat dat betreft in positieve zin verrast.”

Met dank aan zijn omgeving, zegt De Vries. „Sven heeft het grote voordeel van een heel ervaren vader, die alles in het schaatsen heeft meegemaakt. Met zijn familie heeft hij rust om zich heen. Na de winter gaat hij op zichzelf wonen, maar vlakbij z’n ouders, dus zoveel zal er niet veranderen. Hij leeft ook niet met oogkleppen op. Vorige week zat hij al in Collalbo, maar vlak voor het NK marathon kreeg ik nog een sms-je van hem, waarin hij me succes wenste. Dat typeert hem. Hij wordt een groot kampioen, maar blijft een prettig figuur.”

    • Maarten Scholten
    • Rob Schoof