Gedreven handelaar

Gisteren overleed Robert Noortman, een van de belangrijkste handelaars ter wereld in Franse impressionisten en 17de-eeuwse Hollandse schilders.

Robert Noorman in 1997 (Foto Chris Keulen) Nederland, Maastricht, 11/4/97 Rob Noortman, kunsthandelaar. foto: Chris Keulen Keulen, Chris

Op zijn 61e verjaardag, in maart van dit jaar, zou hij een koninklijke onderscheiding hebben gekregen. Kunsthandelaar Robert Noortman had al enige tijd pancreaskanker en overleed zondag aan een hartaanval, in zijn huis in het Belgische Borgloon. Vrijdag kreeg hij nog de Zilveren Eremedaille van Maastricht. Noortman was onder meer initiator van de Pictura, de voorloper van de grote internationale kunstbeurs TEFAF, die jaarlijks in Maastricht wordt gehouden.

Robert Christiaan Noortman werd geboren op 5 maart 1946 in Heemstede. Hij maakte de middelbare school niet af en koos al vroeg voor de handel. Een tijdlang verkocht hij alles, van auto’s tot koelkasten, tot hij eind jaren zestig in Heerlen in een tapijtzaak begon. Zijn compagnon daar deed ook wel eens iets met schilderijen, en Noortman stelde voor om af en toe eens een schilderijtje in de etalage te zetten. Tegenover de winkel in Heerlen zat het hoofdkantoor van DSM. Op een gegeven moment kocht een van de directeuren een doek van Louis Apol uit de etalage, en zo groeide een hobby uit tot handel. In 1969 opende Noortman zijn eerste galerie, in Hulsberg, en in de jaren tachtig had hij drie zaken: een in New York, een in Londen, en, vanaf 1979, een in Maastricht: Noortman Old Master Paintings.

Noortman gold lang als een van de belangrijkste handelaren ter wereld in het Franse impressionisme en de 17de-eeuwse Hollandse schilderkunst. Vooral van die laatste had hij altijd gehouden, vertelde hij in 2000 in een interview met deze krant. „Als je van Maastricht naar Amsterdam rijdt, zie je al die Ruisdael-luchten. De schilders uit die tijd wilden geen plaatjes maken, maar een atmosfeer weergeven, de dreiging van wolken, het vee, het bosgezicht.” Met de Hollandse Romantiek, waar toen veel geld mee te verdienen was, had hij niets, verklaarde Noortman. „Ik kan die schilderijen niet met overtuiging verkopen, en het overtuigen van mensen vind ik het aardigste aan een verkoop.” Vaste klanten van Noortman waren in Nederland het Museum Boijmans van Beuningen, het Mauritshuis en het Rijksmuseum Amsterdam. In het buitenland was een belangrijke klant de Londense National Gallery, waar een zaal naar hem is vernoemd: de Noortman Room of Dutch Cabinet Paintings.

Nederlandse museumdirecteuren prezen de handelswijze van Noortman. Hij gaf musea lang de tijd voor fundraising, terwijl hij het werk met gemak eerder aan een buitenlands museum zou kunnen hebben verkocht. In deze krant zei Noortman daarover: „Het is de plicht van de kunsthandel om doeken die voor Nederland interessant zijn, in een Nederlands museum te plaatsen.”

Vorig jaar verkocht Noortman zijn zaak in Maastricht aan Sotheby’s voor 44 miljoen euro, maar hij bleef er wel werken. Hij was van plan om komende maart nog deel te nemen aan ‘zijn’ TEFAF.

    • Herien Wensink