Europese energie

Om twee redenen is het energieplan dat de de Europese Commissie vorige week heeft aangekondigd hard nodig. De energievoorziening voor de Europese Unie is grotendeels afhankelijk van eindige fossiele bronnen uit instabiele landen. Bovendien kan een gericht energiebeleid beter uitpakken voor het milieu dan de vage en onvolledige doelstellingen van de huidige handel in rechten op CO2 -uitstoot.

Naast een beperkte hoeveelheid gas en grotere voorraden steenkool die lastig zijn te exploiteren, heeft Europa nauwelijks eigen fossiele energiebronnen. Recente incidenten met grootleverancier Rusland hebben laten zien hoe kwetsbaar de energievoorziening van buiten de EU is. Alleen door gezamenlijk op te treden, kunnen de lidstaten chantage uit het buitenland tegengaan. Het op eigen houtje sluiten van deals met energieleveranciers door Europese lidstaten is een doodlopende weg. Uiteindelijk worden de landen tegen elkaar uitgespeeld. Eén Europese energiemarkt staat sterker in de wereld dan vele nationale handeltjes.

Ook energiebesparing is een belangrijk element van het EU-plan. Energieverspilling is weggegooid geld en dat gebeurt te veel. Vooral het brandstofverbruik van auto’s is dankzij de grote invloed van de lobby van de auto-industrie in Brussel veel hoger dan technisch nodig is. Het is welkom dat de Europese commissaris voor Milieu eindelijk dwingende normen voor gemiddelde emissie wil opleggen aan de auto-industrie. Ook de energie slurpende luxejeeps (suv's), die van milieubepalingen zijn uitgezonderd, zouden daaronder moeten vallen.

Over energiebesparing is meer direct toepasbare kennis aanwezig dan over alternatieve, hernieuwbare brandstoffen. De EU wil in 2020 de energie voor 20 procent winnen uit hernieuwbare bronnen, zoals wind- en zonne-energie en biobrandstoffen. De vraag is of dat haalbaar is, want het winnen van hernieuwbare energie kost vaak ook energie. Dat geldt zeker voor de meeste biobrandstoffen. Maar ook een windmolen moet worden gebouwd en er is nog veel onderzoek nodig voordat die tot een volwaardig alternatief is ontwikkeld dat geen subsidie behoeft. Direct toepasbaar en technisch verbeterd is kernenergie. Het is jammer dat de Commissie daarvoor wegens politieke gevoeligheid geen aanbeveling durft te doen. De realiteit van de energieschaarste moet twijfelende lidstaten op andere gedachten brengen. Kernenergie is voorlopig onmisbaar.

Het plan van de Commissie om de CO2-uitstoot in 2020 met 30 procent te hebben verlaagd, past in het twijfelachtige patroon om niet gehaalde doelstellingen te vervangen door grotere ambities op de langere termijn. Vlieg- en scheepvaartverkeer vallen erbuiten en rijke landen weten hun CO2-uitstoot op papier te compenseren door handel in emissierechten met ontwikkelingslanden, die niet aan grenzen zijn gebonden. Maar voorzover de CO2-boekhouding het gebruik van fossiele brandstoffen remt, is dat meegenomen. Het komt goed uit dat het milieu in deze warme winter meer aandacht krijgt. De stap om Europa minder afhankelijk te maken van fossiele brandstoffen is toe te juichen.