Een heel woedende man met perfecte timing

Eerder maakte Helmert Woudenberg solo’s over Tibetaanse helden en Jezus.

Nu speelt hij de vermoorde politicus Pim Fortuyn.

Helmert Woudenberg: „Ik leefde in een fantasiewereld. Pim Fortuyn was ook zo’n buitenbeentje. Onze fantasie kwam voort uit zwakte.” Foto Clemens Boon Helmert Woudenberg: „Ik leefde in een fantasiewereld. Pim Fortuyn was ook zo’n buitenbeentje. Onze fantasie kwam voort uit zwakte.” Foto Clemens Boon Boon, Clemens

De een kwam in 1945 ter wereld, de ander drie jaar later. De acteur Helmert Woudenberg en de politicus Pim Fortuyn zijn generatiegenoten; ze maakten allebei de gelovigheid van de jaren vijftig, de protesten van de jaren zestig, de wildheid van de jaren zeventig, de restauratie van de jaren tachtig en de verwarring van de jaren negentig mee. En toen was Fortuyn dood. Op 6 mei 2002 werd de briljante bespeler van de media doodgeschoten, in het Hilversumse Mediapark nota bene, waar zijn Daimler-met-chauffeur al op hem wachtte. Vlak voor de moord had hij nog gezegd dat hij 87 zou worden. En ook: „Vergis je niet, ik word minister-president.”

Wilhelmus Simon Petrus Fortuyn was voorbestemd tot grootse daden, daar was hij van overtuigd. Van amper serieus genomen eenzaat ontwikkelde hij zich razendsnel tot de populairste politicus van het land – en tot een object van haat. Want zijn oproep dat Nederland eerst de integratie van alle nieuwkomers maar eens degelijk ter hand moest nemen en tot die tijd de grenzen moest sluiten, zette veel kwaad bloed. „Er komt geen moslim meer in”, zei hij. „De islam is een achterlijke cultuur.” Bij extreem-links had hij het nu wel verbruid, hij voelde zich door die kant „gedemoniseerd”, ook nog na zijn voorstel alle illegalen een generaal pardon te geven. Daarnaast hekelde hij de Haagse regentencultuur. Tijdens de presentatie van zijn boek De puinhopen van acht jaar paars kreeg hij taarten in zijn gezicht gegooid. Maar dankzij zijn polemische stijl had iedereen het opeens wel weer over politiek.

Over deze eenzame, arrogante, driftige en hondsbrutale nicht heeft Helmert Woudenberg een voorstelling gemaakt. De acteur die bij het grote publiek doorbrak met zijn rol van kankerpatiënt in de film Opname legde zich na een periode bij het sociaal bevlogen Werkteater vooral toe op zelfgeschreven solo’s. Solo’s met een lijntje naar God, solo’s met mythische proporties, solo’s waarin men steevast de strijd met het Kwaad aangaat.

Het Kwaad zat al in zijn familie. Zijn vader kwam uit een NSB-gezin, ging bij de SS en sneuvelde op zijn vijfentwintigste aan het Oostfront. Zijn moeder, ook het kind van een NSB’er, stierf acht maanden na Helmerts geboorte aan infecties en krankzinnigheid. De Hel gaat over die ouders, net als de latere solo Leefbaar.

Voor Woudenberg is iedereen het product van opvoeding, geloof, gezinssamenstelling, opleiding en seksuele geaardheid. Zo benadert hij zijn personages en niet zelden zijn die personages al dood: zijn theater is ook een eerbetoon aan de gestorvenen. Het eerbetoon aan Pim heet simpelweg Fortuyn, en Woudenberg vertelt erover in zijn huis in Amsterdam, nu eens zittend, dan weer staand en altijd druk gebarend.

‘Fortuyn’ is al uw tiende solovoorstelling. Waar komt dat solisme van u vandaan?

„Ik ben geïnteresseerd in primitieve culturen. Voor mij heeft een acteur de functie van een sjamaan. Ik werd getroffen door een ritueel in een Eskimo-gemeenschap, beschreven door een Poolreiziger. De sjamaan maakte eens per jaar een reis. Hij ging onder luid gezang en getrommel van de leden van de gemeenschap naar de bodem van de zee om aan de oude man van de zee te vragen waarom er zo weinig vis was gevangen dat jaar. Het kwam altijd door problemen in de gemeenschap: een ruzie tussen families, een vrouw, of een man die vreemdging. Dat werd dan therapeutisch uitgevochten. Die sjamaan, vond ik een acteur pur sang. Je maakt een reis naar het collectief onderbewuste en komt met een onthulling terug.”

Wat voor onthulling is dat in ‘Fortuyn?’

„Ik wil alleen maar zeggen dat een goede acteur net als een sjamaan de hete hangijzers in de gemeenschap kan weghalen. Door een voorstelling gelouterd uit de problemen komen: dat is mijn ideaal.”

En dat solisme van u, is dat net zo’n solisme als van Pim Fortuyn?

„Dat hebben we gemeen. We zijn individualisten. We zijn allebei Waterman. En een Waterman heeft het vermogen om betreden paden nieuw te maken. Zoals Fortuyn een lijsttrekkersdebat voerde, dat was voor hem nog nooit gebeurd. En dat zal na hem ook nooit gebeuren. Dat was volkomen nieuw. Zo voel ik mij ook als acteur. Mijn toneelspel is eigenzinnig.”

Was Pim Fortuyn ook een acteur?

„Absoluut. Hij had een perfect gevoel voor effect en timing. Zijn betogen waren helder en scherp. En dikwijls ook woedend. Hij was een heel woedende man.”

Hoe komt hij zo woedend?

„Het is de woede die voortkomt uit het feit dat ie overal en altijd afgewezen werd. Hij wilde dolgraag bij de PvdA, maar hij kwam er niet in. Op de universiteit werd hem alles onmogelijk gemaakt omdat ze van hem af wilden. Van de weeromstuit zegt hij: „jullie zullen merken dat ik er ben. Jullie zullen me erkennen.” En minister-president van Nederland worden is dan de grootste erkenning die je kunt krijgen als eenzame strijder.”

Wat voor jongetje was Pim Fortuyn?

„Hij wilde bij de familie horen, maar dat lukte niet. Op het moment dat ie thuis vrijgeeft dat hij homoseksueel is, zegt zijn vader: of je gaat naar een psychiater, of je komt hier niet meer in. Maar de verwijdering begint al eerder. Op een keer staat hij samen met zijn vader tanden te poetsen. Zijn vader betuttelt hem over iets en de negenjarige Pim antwoordt met: „Ach man, praat toch niet zo dom.” Waarop zijn vader zegt: „Jij bent mijn enige zoon op wie ik geen vat kan krijgen”. „Dat is dan maar goed ook”, hoont de zoon. Later schrijft hij erover: ‘Toen haalde mijn vader zijn schouders op en gaf het op, voorgoed.’ ’’

En wat voor jongetje was u?

„Ik ben een wees, in een pleeggezin opgevoed. Hele lieve mensen, maar zoiets als ‘ach man, praat toch niet zo dom’ durfde ik echt niet tegen mijn pleegvader te zeggen. Soms maak ik bij vrienden een ruzie mee waar ik niks van begrijp. Dan realiseer ik me: zij hebben hun ouders gekend, zij zijn nog steeds met die ouders in de weer. Ouders en kinderen, dat is mijn thema geworden. Het kind dat daar tussen die twee kolossen in staat en de strijdbaarheid die dat kind opbrengt om liefde te krijgen of ook af te wijzen.”

Wat hebben het jongetje Helmert Woudenberg en het jongetje Pim Fortuyn gemeen?

„Heel veel fantasie. Ik ben opgegroeid in een boerengezin waar ze geen boeken lazen. Maar ík las één boek per dag, ik verzon verhalen, ik leefde in een fantasiewereld. Pim Fortuyn was ook zo’n buitenbeentje. Thuis voor zijn moeder z ong hij zelfgemaakte liedjes. Ik ben heel ziekelijk geweest in mijn eerste jaren. Hij heeft ook veel ziek gelegen. Onze fantasie kwam voort uit zwakte.”

Houdt u van Pim Fortuyn?

„Ik dacht eerst: wat een rare, ongeduldige, impulsieve man. Ik begreep niet dat hij zoveel mensen aansprak. Net als bij Jezus wil ik dat dan begrijpen. Zijn populariteit, weet ik nu, heeft te maken met wat hij in De verweesde samenleving schrijft: dat veel mensen aan het vereenzamen zijn. Ze komen niet aan de bak en ze verdwijnen. Pim Fortuyn accepteerde dat niet. Hij zei: „ik weiger buiten de boot te vallen.” En duizenden mensen dachten: eindelijk een van ons die zijn mond opendoet. Pim Fortuyn gaf uiting aan hun gevoel.”

Was Fortuyn een vreemdelingenhater?

„Nee, dat was hij niet. Hij was tegen de islam omdat in dat geloof vrouwen en homoseksuelen in het verdomhoekje zitten. Bij de BBC heeft hij eens over het vreemdelingenbeleid gezegd: we hebben heel veel gasten in huis en die gasten gaan proberen de dienst uit te maken en dat vindt de huisbaas niet leuk. Waarop die man van de BBC zegt: „Dat klinkt heel racistisch.” En Fortuyn antwoordt: „Er zijn zwarten die moslim zijn, er zijn gelen die moslim zijn, er zijn witten die moslim zijn, ik ben geen racist, ik ben tegen de islam.” Zijn oordeel was religieus gemotiveerd. En seksueel, omdat-ie homo was.”

Hoe kunt u als heteroman zo’n flamboyante homo spelen?

„Omdat Pim Fortuyn daar heel mooi over schrijft. Hij heeft een paar relaties gehad die heel diep gingen en hij is ook heel openhartig over zijn seksualiteit. Hij is een moederszoon, hij komt op voor de vrouwen en de homoseksuelen, voor zijn moeder en voor zichzelf. En van zijn vader moet hij niet zoveel hebben, terwijl hij eigenlijk naar hem op zoek is, hij is een heel mannelijke homoseksueel. Hij speelt een beetje een adellijke dame naar het voorbeeld van een oude lerares Frans én hij speelt de Paus. De roomse riten waren aan hem welbesteed. Het wonderlijke taalgebruik ook. In de voorstelling hoor je uitdrukkingen als: allengs kreeg zij schik. Of: immer wit, immer schoon. Of: ik heb er zin an. Dat heb ik wel gehandhaafd.”

Wanneer is deze voorstelling geslaagd?

„Als het oordeel van de mensen over Pim Fortuyn aan het wankelen wordt gebracht – om het even of dat een positief of negatief oordeel is. En voor mijzelf is het geslaagd als ik tijdens het spelen nog veel te ontdekken heb. Ik wil naar de bodem van de zee reizen en weer boven water komen.”

    • Anneriek de Jong