De rotte appels bij de VN gaan vrijuit

De Verenigde Naties kunnen blauwhelmen die seksueel misbruik hebben gepleegd niet vervolgen.

Landen zelf doen het niet.

Een Spaanse VN-soldaat op patrouille zwaait naar kinderen in Zuid-Libanon. Foto AFP TO GO WITH AFP STORY BY SYLVIE GROULT -- A Spanish UN soldier waves to children as he patrols the village of al-Wazzani in south Lebanon 12 November 2006. In the land of Hezbollah, in south Lebanon, the blue helmet Spanish soldiers intend to show they are there to help and dispel misunderstandings. AFP PHOTO/HASSAN AMMAR AFP

Begin deze maand was het weer raak: een Britse krant berichtte dat weeskinderen in Zuid-Soedan, sommigen niet ouder dan twaalf, door VN-blauwhelmen waren verkracht. De Daily Telegraph citeerde feiten uit een intern rapport van Unicef en liet kinderen aan het woord die door VN-auto’s waren opgepikt: ze waren geblinddoekt en seksueel misbruikt. Ook zouden blauwhelmen kinderen tot prostitutie hebben gedwongen voor drie dollar per dag.

De VN lieten onmiddellijk weten dat er al een inspectie gaande was. Vier peacekeepers uit Bangladesh, meldde de woordvoerster van secretaris-generaal Ban Ki-moon, waren al naar huis gestuurd. Dertien anderen stonden onder verdenking, wegens misbruik, of omdat ze de andere kant op hadden gekeken.

Omdat Soedan de zaak wellicht kan gebruiken om de komst van een VN-vredesmacht naar Darfur te verhinderen, komen de onthullingen op een pijnlijk moment. „Onze richtlijnen zijn duidelijk”, zei chef Peacekeeping Jane Holl Lute. „Nul tolerantie. Dat betekent nul zelfgenoegzaamheid en nul straffeloosheid.”

De werkelijkheid is anders. Bijna alle blauwhelmen – totaal 80.000 in achttien conflictgebieden – vallen onder de juridische verantwoordelijkheid van de landen die ze uitsturen, en niet onder die van de VN. De VN hebben geen zeggenschap over hun selectie en kunnen hen niet vervolgen. Ze kunnen alleen gedragsregels uitvaardigen, die regels uitleggen en inspecties doen.

Als blauwhelmen zich misdragen, hebben de VN maar één sanctie: ze naar huis sturen. „De Verenigde Naties”, zegt Guglielmo Verdirame, een Italiaanse specialist internationaal recht aan de Universiteit van Cambridge, „werken hard aan het voorkomen van seksueel misbruik. Het is dodelijk voor hun reputatie als peacekeepers zich aan de bevolking vergrijpen. Zeker na schandalen in Congo, die in 2005 aan het licht kwamen, en eerder in Haïti, Somalië en Liberia, produceert New York stapels beleidsdocumenten over nul-tolerantie. Maar het blijft vaak bij papieren.”

Verdirame schrijft een boek over de aansprakelijkheid van de VN bij mensenrechtenschendingen in vluchtelingenkampen, peacekeeping-missies en humanitaire operaties. Hij deed veldonderzoek in Afrika. Het kernprobleem, zegt hij, „is dat de VN landen niet kunnen verplichten om ‘rotte appels’ te berechten. De meeste peacekeepers komen uit landen als Pakistan of Bangladesh, die daarmee internationaal politiek krediet verdienen. Noem het altruïstisch egoïsme: in ruil voor geld knappen zij rotklussen voor de VN op, waar ontwikkelde landen geen zin in hebben. Als zij toegeven dat hun soldaten over de schreef gaan, verspelen ze die brownie points. Bovendien bestraffen hun militaire tribunalen seksuele overtredingen zelden. Zelfs als de regering het wil, houdt de legerleiding het tegen. Trots en eer gaan boven alles.”

Slachtoffers slepen blauwhelmen zelden voor het gerecht. Als ze daar al weet van hebben, moeten ze voor een proces naar het land van herkomst van de overtreder. Mocht de wet daar een aanklacht toestaan, dan nog worden die zaken meestal geseponeerd. De VN kunnen bewijsmateriaal publiceren om troepenleveranciers onder druk te zetten. „Maar”, zegt Verdirame, „dan kunnen die landen zeggen: we sturen niemand meer. Dat zou een ramp zijn. Er zijn meer vredesoperaties dan ooit. Dit is niet het moment om het hard te spelen.”

De Jordaanse VN-ambassadeur prins Zeid Ra’ad, die in de jaren negentig voor de VN in voormalig Joegoslavië werkte, verwoordde dit politieke dilemma helder in een rapport uit 2005. „Het kost jaren om de cultuur te veranderen”, concludeerde hij. Hij stelde voor om salarissen van overtreders in te houden (waarvan regeringen van de landen het leeuwendeel houden) en blauwhelmen te berechten in het land van overtreding. Er zouden ombudsmannen op alle missies moeten komen, en een fonds voor compensatie van slachtoffers.

Daarvan is weinig terechtgekomen. „Het kost geld”, zegt Verdirame, „en rijkere landen weigeren belastingcenten te spenderen voor wangedrag van anderen. De VN staan met de rug tegen de muur. Als blauwhelmen uit ontwikkelde landen komen met solide rechtssystemen, kan seksueel misbruik worden aangepakt. Maar die betalen juist ontwikkelingslanden om het werk te doen.”

Overigens pleit Verdirame de VN niet helemaal vrij. Soms zijn er immers ook functionarissen van de VN bij seksueel misbruik betrokken. Dan zijn de VN wél verantwoordelijk. „De eerste reactie is altijd: gêne. De nobelheid wordt ontmaskerd. Het gebeurt te vaak dat ze die mensen een hand boven het hoofd houden. Dan zeggen ze: ‘Er is niet genoeg bewijs’. Zo iemand krijgt een reprimande of wordt overgeplaatst. VN’ers vervolgen, kan alleen als hun immuniteit wordt opgeheven. Dat gebeurt veel te weinig.”

Meer over VN-vredesoperaties:www.un.org/Depts/dpko/dpko/

    • Caroline de Gruyter