Wishfull thinking 3

Filosoof Fred Muller neemt in Nederland een opkomst waar van de anglo-amerikaanse filosofie, ten koste van de continentale filosofie (Denkend westwaarts, W&O 30 december 2006). Hij baseert dit op recente proefschriften. Wijsgerig antropoloog Jos de Mul is het daar niet mee eens en noemt voorbeelden van recente proefschriften waarin ofwel de continentale traditie domineert, ofwel sprake is van elementen uit beide tradities (Wishful thinking, W&O 6 januari 2007).

Wie er gelijk heeft, kan ik niet beoordelen. Maar wel pregnant is het voorbeeld waarmee Fred Muller zijn betoog eindigt. Hij citeert met kennelijke instemming een intrigerende en uitdagende” stelling uit het proefschrift van J.W. Romeyn, dat volgens hem thuishoort in de anglo-amerikaanse traditie: De wijsbegeerte is mooi vanwege haar helderheid, maar ook vanwege haar in het oog springende onvermogen. Wie dat onvermogen met eloquente onhelderheid probeert te compenseren, berokkent dubbele schade.”

De schijnbare helderheid die wordt geboden door kwantificerende, formalistische benaderingen zoals die veel voorkomen in de anglo-amerikaanse traditie, onttrekt vaak een meerduidige werkelijkheid aan het zicht, en schept op die manier juist extra verwarring, zowel omtrent de werkelijkheid als omtrent ons onvermogen die te doorgronden.

De geciteerde stelling van Romeyn is trouwens zelf nogal onhelder, behalve dan als voorbeeld van de wijze waarop de continentale traditie inderdaad nog steeds intrigerend en uitdagend is.

    • M. Jonker Bilthoven