Wishfull thinking 2

In W&O van zaterdag 6 januari reageert professor Jos de Mul op een artikel van Fred Muller, waarin deze had betoogd dat de Nederlandse filosofie zich de afgelopen jaren richting de Anglo-amerikaanse analytische filosofie ontwikkeld had. De Mul ontkent dit. De heren werken allebei op de Faculteit Wijsbegeerte van de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Blijkbaar ontmoeten ze elkaar daar niet, want ze vechten hun meningsverschillen uit in de kolommen van deze krant.

Na een foutief citaat van Hegel (die immers niet riep `um so schlimmer für die Wirklichkeit`, maar `um so schlimmer für die Tatsachen`) zwaait De Mul in zijn artikel met het woord 'coherentie', waarvan hij de betekenis niet kent. Hoe is anders te verklaren dat hij tegen Mullers constatering dat de Nederlandse filosofie Angelsaksisch wordt, het argument gebruikt dat werk van de door hem geprezen `andere` filosofen van de techniek beter is omdat het gepubliceerd gaat worden in ... Amerika? Inderdaad is het zo, net als De Mul schrijft, dat de tegenstelling tussen zogenaamde continentale, Franse en Duitse filosofie aan de ene kant en Angelsaksische aan de andere achterhaald is. Maar dat komt omdat de continentale filosofie niet meer bestaat; die is opgedroogd en in rook opgegaan. Dat blijkt ook uit het door De Mul `pikant` genoemde feit dat er geen enkele continentale filosoof van voldoende statuur te vinden was om zitting te nemen in een internationale commissie die het Nederlandse wijsgerige onderzoek moest beoordelen. De Mul verwijt Muller dat hij geen rekening houdt met de werkelijkheid; je vraagt af op welke planeet De Mul leeft, het zal wel een site in cyberspace zijn. Verkeerd citeren, drogredeneringen, de feiten niet kennen, het zijn domme maar vergeeflijke fouten. Onvergeeflijk, daarentegen, is dat De Mul verslag uitbrengt over de vergadering na afloop van de verdediging van de proefschriften die Muller ter adstructie van zijn betoog opvoert. Afgezien van het feit dat het andermaal een drogredenering is, dit keer een beroep op autoriteit - ik heb gelijk, want ik ben hoogleraar, terwijl Muller 'slechts' onderzoeker is - geeft het natuurlijk volstrekt niet te pas om uit de school te klappen over geheim academisch beraad over de kwaliteit van proefschriften. Dat mag gewoon niet. Bij gebrek aan geldige argumenten moet De Mul wanhopig zijn geweest.

    • Menno Lievers Leiden