Wielersponsoring?

Rabobank blijft de wielerploeg tot en met 2012 sponsoren. Verstandig om te investeren in een sport die kampt met doping- en bestuursperikelen?

Piet van Schijndel, bestuurder Rabobank, bij de presentatie van de wielerploeg voor 2007: „Natuurlijk kan ik er niet omheen dat er ook het afbreukrisico is van doping. Als een renner doping gebruikt, gaat hij eruit. Als wij denken dat het structureel is in de ploeg, stoppen we onmiddellijk. (...) Je weegt dat soort zaken (doping, machtsstrijd mondiale wielerbond UCI en organisaties grote wielerronden, red.) mee, maar uiteindelijk blijft het toch een beslissing op gevoel. Toen we in 1996 als bank in het wielrennen stapten, was er ook doping. In het volle bewustzijn hebben we alles meegewogen, ook het afbraakrisico.”

Frank van den Wall Bake, sportmarketingdeskundige: „Voor een grote financiële dienstverlener als Rabobank is het prettig consistentie in de communicatie uit te stralen. Dus is doorgaan met sponsoring in het wielrennen verstandig. De verhouding tussen prijs en prestatie (exposure en ‘mediawaarde’ voor sponsor, red.) is gunstig in het wielrennen. Als bedrijf krijg je value for money. Uit onderzoek blijkt dat ‘ongein’ in de sport nauwelijks wordt geassocieerd met de sponsor. Bovendien heeft Rabobank clausules in de sponsorcontracten om de risicofactor om meegezogen te worden ongedaan te maken. Wat de afgelopen twee jaar is gebeurd (dopingzaken rond toprenners, red.), heeft de wielersport geen goed gedaan. Ik kan me, puur hypothetisch, voorstellen dat een bedrijf dat overwoog een wielerploeg te sponsoren daardoor is afgehaakt. Feit is dat er nauwelijks wijzigingen zijn in de bestaande grote wielersponsors.”

Willem van Es, directeur sponsoring Nationale Nederlanden (sponsor Nederlands voetbalelftal): „Kennelijk is het heel aantrekkelijk, want Rabobank heeft het sponsorcontract met een forse periode verlengd. Het heeft ook geen zin voor een korte periode iets te sponsoren, dat zijn losse flodders. Een verstandige beslissing, ze doen het fantastisch. Ze hebben een geweldige exposure en veel succes in het wielrennen. En sympathie, want ze doen ook aan opleiding van jonge renners. Het is heel verstandig aandacht te geven aan de risico’s. Als sponsor zet je veel op één kaart en is er het risico van onheil van buiten dat je niet kunt besturen. Je moet er desnoods uit kunnen stappen. Wij hebben ook naar sponsormogelijkheden in het wielrennen gekeken. Maar onze ervaring is dat relatiemarketing makkelijker te regelen is bij voetbal.”

Hein Verbruggen, oud-voorzitter internationale wielrenunie UCI: „Stomme vraag als je ziet dat wielrennen grote sponsors heeft als Rabobank, T-Mobile, Discovery Channel, Crédit Agricole, Crédit Lyonnais. Moet ik doorgaan? Grote firma’s blijven in het wielrennen en doen dat niet voor niks. De voordelen en het rendement zijn duidelijk. Wilt u cijfers? Om duizend consumenten te bereiken, betaalt een bedrijf in het wielrennen 1,40 euro, in de Formule 1 18, in het voetbal 35 euro. Dus is het slim om in wielrennen te stappen: een grote sport met veel aandacht en goedkoop voor sponsors. Met het dopingprobleem moeten we leren leven. Het wordt uitvergroot in de media. Daar kijken sponsors wel doorheen, hoewel ik het probleem niet wil bagatelliseren.”

Luuk Eisenga, technisch directeur Duitse wielerploeg T-Mobile: „Wielrennen biedt genoeg voordelen. Het is een van de beste sponsorvehikels voor grote bedrijven. De sport heeft een grote geografische spreiding en spreekt veel mensen van verschillende leeftijd en sociaaleconomische klasse aan. Je kunt je sponsoractiviteiten ook meer sturen en organiseren op de plaats die je zelf wilt. De plaats van de koersen staat vast, er wordt niet geloot zoals in voetbal. Sponsors zijn gebaat bij de geloofwaardigheid van het wielrennen. Je wilt waardes communiceren waarvoor je staat. Elke sponsor stelt voorwaarden en wil een bepaalde controle hebben. Het wielrennen moet de kop niet in het zand steken voor het dopingprobleem. Ik neem aan dat T-Mobile op dezelfde lijn zit als Rabobank.”

    • Pieter de Vries