Vaderschapstwijfel

De artikelen van uw medewerker Frans van der Helm over honden, katten en wat dies meer zij lees ik altijd graag. Maar wát hij ook aan menselijk gedrag bespreekt, of het nu gaat om pleegvaders die hun kind vermoorden of om mannen `die vermoeden niet de biologische vader van hun kind te zijn` (Vaderschapstwijfel, W&O 6 januari), altijd valt hij terug op simplistische sociobiologische of evolutionair-psychologische verklaringen. En nooit krijgen we eens te horen hoevéél van de gedragsverschillen tussen vaders nu precies wordt verklaard met dat al dan niet biologische vaderschap. Toch is daarvoor geen hogere wiskunde nodig: je hoeft slechts de correlatiecoëfficiënt te kwadrateren en je hebt het percentage verklaarde varia(n)tie. De reden dat Van der Helm dit soort statistische gegevens nooit vermeldt, zal wel zijn dat die percentages niks voorstellen. Want hoeveel pleeg- en adoptievaders vermoorden hun kind -- dit `feit` is vanaf het begin het paradepaardje van de evolutionaire psychologen geweest - en vooral: hoeveel niet?

De evolutiepsychologie veronderstelt een oorzakelijk verband tussen biologisch vaderschap en kwaliteit van zorggedrag voor kinderen. Het biologische vaderschap zal vast wel iets betekenen voor het zorggedrag, want een beetje biologische vader voelt zich verantwoordelijk voor degene(n) die hij op de wereld zet. Maar met de twijfel over het eigen biologische vaderschap wordt een heel complex van mogelijke verklaringen/beweegredenen voor wangedrag en geringere zorginvestering in huis gehaald. Die twijfel zegt immers veel over de (waarschijnlijk slechte) man-vrouwverhouding en dat probleem los je niet op door te corrigeren voor de echtscheidingscijfers.

Van der Helm meldt nog wel keurig dat de onderzoekers benadrukken dat het hier `niet simpelweg om (...) oorzaak en gevolg hoeft te gaan` (om wat dan wél? Hij bedoelt waarschijnlijk: niet om lineair-causaal eenrichtingsverkeer tussen vaderschapstwijfel en verminderde zorginvestering). Nogal wiedes, zou ik zeggen, als je niet méér hebt gevonden dan een correlatie, want daarmee kun je letterlijk nog alle kanten uit. Maar van dat voorbehoud is in de rest van het artikel niets terug te vinden. De lezer krijgt leerstellige zinnen voorgeschoteld als: `De conclusie van dat onderzoek luidt dat biologisch vaderschap binnen gezinnen zwaar telt` en `Zeker is wel dat vaderschapsvertrouwen erg belangrijk is voor vader-kindrelaties en voor man-vrouwverhoudingen binnen huwelijken`. Arme pleeg- en adoptieouders, denk ik dan (hoe zit het in dit onderzoek met de wetenschap dat je zeker niet de biologische ouder bent?), je zou ze bijna aansporen een klacht wegens discriminatie in te dienen. En als je dat allemaal gehad hebt, doet de redactie er nog een schepje bovenop door in het foto-onderschrift de redenering compleet om te keren: `Vaders die investeren in hun kind denken dat het hun eigen kind is.` Tja.

    • Max Lauteslager
    • Psycholoog Amsterdam