Stockhausen klinkt het best bij grootste perfectie

Concert: Asko Ensemble o.l.v. Oliver Knussen, met Helena Rasker, alt. Stockhausen: Fünf Sternzeichen, Drei Lieder en Orchester-Finalisten. Gehoord: 10/1 Concertgebouw, Amsterdam.

Jeugdzonde of voorbode? Die vraag wierp zich op toen het Asko Ensemble de vroege liederen Der Rebell, Frei en Der Saitenmann uitvoerde, gecomponeerd door de jonge Karlheinz Stockhausen tussen 1947 en 1950. Met enige goede wil én kennis van Stockhausens verdere ontwikkeling was er allerlei interessants in te horen: een rijke textuur, subtiele instrumentale effecten, een lyrische inborst. In andere opzichten rammelen de liederen wel: de schoolse harmonie, de haast puberaal zwart-witte contrasten, het gebrek aan balans. De alt Helena Rasker zong diep en indringend, maar was vaak nauwelijks te horen boven de veel te dikke instrumentatie.

De destijds 22-jarige Stockhausen, zonder noemenswaardige uitvoeringservaring, vergeef je dergelijke zaken graag. Anderzijds waren deze liederen anno 2007 nooit uitgevoerd als ze niet waren geweest van de componist die zich slechts enkele maanden later als serialist de geschiedenisboeken in zou componeren, en die zich tot vandaag blijft ontwikkelen.

De Fünf Sternzeichen uit 1974, bewerkt in 2004, leidden ook al tot ambivalente gevoelens. Dirigent Oliver Knussen zorgde met de flink uitgebreide strijkerssectie van het Asko Ensemble voor een haast impressionistisch kleurrijke uitvoering. De neoromantische elementen – de lieflijke melodie van piccolo en violen in het tweede deel, Libra, bijvoorbeeld – neigden daardoor wel erg naar kitsch. En toch zit het allemaal heel goed in elkaar en wérkt het. Orchester-Finalisten (1995-96) schreef Stockhausen in opdracht van Jan van Vlijmen voor het Asko Ensemble. De opvatting van dit ensemble als een gezelschap van solisten voerde hij hierin tot het uiterste door: één voor één mogen de instrumentalisten vooraan het podium een Stockhauseniaans proefspel spelen, begeleid door een new age-achtige drone met zee- en vogelgeluiden. Het liefst laat control freak Stockhausen zijn werk uitvoeren door musici die bij hem geïnterneerd waren in het Duitse dorp Kürten. Het Asko bestaat niet uit dergelijke zelf opgeleide musici. Toch viel op hoe groot het verschil kan zijn tussen musici die maar een partij en een rol spelen, en musici die zich met devotie elke noot en gebaar hebben eigengemaakt.

Door dat verschil werd het ‘proefspel’ als geheel wel menselijker. Maar de momenten waarop ineens álles leek te kloppen – zoals het betoverende, hypergeconcentreerde spel van fluitist Herman van Kogelenberg – maakten uiteindelijk toch de grootste indruk.