Racisten tegen racisten

Alle blanken zijn racist en beogen uitroeiing van de zwarten.

Ndaba Foto Margriet Oostveen Oostveen, Margriet

Ndaba ontmoette ik toevallig en hij viel meteen op. Over zijn trui droeg hij een T-shirt met de tekst:

‘Ik ben tegen Racisme Witte Suprematie. Nu! Draag dit en probeer je Baan, Vrienden en Klanten te behouden.’

Ik kreeg een hooghartige blik. Hij wilde alleen zijn nom de guerre geven: Ndaba (naar een Zulu-koning). Veel zeggen deed hij ook al niet. Ik moest maar naar Frances Cress Welsing gaan luisteren, bromde hij, gevraagd naar zijn T-shirt dat hij, ja inderdaad, iedere dag over zijn kleren droeg. „Iedere tweede donderdagavond van de maand. In het Blackburn Center van Howard University.”

Howard University is hier een zwarte topuniversiteit. Ndaba studeert er politicologie. Frances Cress Welsing doceerde er klinische psychologie. Tegenwoordig heeft ze als psychiater een eigen praktijk in de stad. Maar iedere maand keert ze terug om een druk bezochte lezing te geven met de titel: ‘Racisme Witte Suprematie’.

Frances Cress Welsing is een mooie rijzige vrouw met een grijzend afrokapsel. Eénenzeventig jaar oud. Een vriendelijk gezicht met hoge jukbeenderen. Ze giechelt veel. Ze zal de komende drie uur onafgebroken, giechelend en wel, de engste dingen zeggen. De zaal zal volstromen met ruim honderd, uitsluitend zwarte belangstellenden. De sfeer zal zó anti-blank worden dat ik van stoel verander om me een beetje te kunnen verstoppen.

Op de eerste rij zit Ndaba. Ik zwaai, nerveus en opgelucht. Joehoe. Hij lijkt verbijsterd en draait me snel de rug toe.

De kern van Welsings betoog is niet nieuw. Ze gaat door op een theorie over witte suprematie uit 1969 van de zwarte Amerikaan Neely Fuller. Welsing en Fuller worden wel beschouwd als de twee controversieelste afro-Amerikaanse ideologen van het moment. Wat gezien hun leeftijd misschien iets zegt over de generatie daarna, maar Welsings gehoor is jong en geestdriftig.

Fuller maakt in zijn boek, bekend als The Code, nog onderscheid tussen blanken in het algemeen en blanken die in witte suprematie geloven. Cress Welsing, en hier toont ze zich de psychiater, betoogt dat álle blanken „bewust en onbewust” zwarten onderdrukken. Dit in een „oorlog” met de naam Witte Suprematie, waarvan het uiteindelijke doel is „het overleven van het blanke gen en het voorkomen van het vernietigen van blanke genen op de planeet aarde”. Het gaat om „dezelfde redenering als die van Adolf Hitler”, zegt Welsing, suggererend dat alle blanken, immers allemaal witte suprematisten, zoals Hitler zijn.

Cress Welsing heeft er een boek, The Isis Papers, over geschreven. Daarin beweert ze onder meer dat alle blanken afstammen van een albino Afrikaan.

Als Freud een zwarte racist was geweest, had hij kunnen klinken als Welsing. Volgens haar is alles, vooral het seksuele, symbool van al of niet onderdrukte witte suprematie. Volgens Welsing willen blanken met name de zwarte man, seksueel immers de grootste bedreiging van het witte gen, in de tang houden. Ze somt een soort tienpuntenprogramma met dat doel op. Het staat afgedrukt in een quasi-wetenschappelijke reader die ze laat uitdelen. Punt 3: „Betaal zwarten om zichzelf en hun nageslacht te vergiftigen met verschillende soorten drugs en alcohol(…)”

Zo is in de wereld van Frances Cress Welsing alles de schuld van blanken. Zwarte voorliefde voor muziek? Aangezwengeld door blanken: „Want als het stil is kun je pas nadenken.” Aids? „Aids is als blank biologisch wapen naar Afrika gebracht.”

Ook betoogt Cress Welsing dat „de witte vrouw” liefst een lange, donkere man heeft. „Witte vrouwen willen chocola. En naderhand roepen ze: ‘Hij heeft me verkracht!, Hij heeft me verkracht!’” Weer die giechel en de zaal lacht gillend mee.

Niemand stelt een kritische vraag. Luid klinkt de instemming. Veelzeggend is het moment dat Cress Welsing praat over zwarte gezinnen, en dat daarin vaak verschillend getinte kinderen voorkomen. Ze vraagt: „Wie werd er hier thuis slecht behandeld, omdat ze van alle kinderen de donkerste kleur hadden?” Heel veel handen gaan de lucht in boven bittere gezichten.

Door vrijwel alle aanwezigen wordt ik in de loop van de avond wel even nieuwsgierig of misprijzend bekeken. Alleen van Welsing geen blik. Wel zegt ze: „Ik begrijp dat jullie je vanavond minder vrij voelen door de samenstelling van mijn gehoor. Maar laat je daardoor alsjeblieft niet intimideren.”

Later bel en email en bel ik weer de afdeling voorlichting van Howard University. Wat vindt de universiteit eigenlijk van Welsings lezingen? Er komt nooit antwoord.

Ndaba belt wel. Hoe ik het vond. En eindelijk hebben we dan een gesprek: healing, zoals ze dat hier noemen. Hij vindt mij nog steeds een racist. Maar ik hem nu ook. Dat schept toch een band.