Poolse kerk ingehaald door het verleden

De Poolse kerk gaat het verleden van de bisschoppen onderzoeken. Het verleden heeft het enige bastion van vrijheid tijdens het communisme besmeurd. Maar critici vrezen dat geen sprake zal zijn van een grote schoonmaak.

Hij kan ze nog bijna voelen: de beschermende vleugels van de Poolse katholieke kerk. Zoals zoveel oud-dissidenten zat Adam Szostkiewicz er jarenlang onder verscholen. „De grote en machtige kerk was een bondgenoot zonder weerga in de strijd tegen het communisme.”

Daarom is hij nu ook zo van streek. Steeds vaker blijkt dat veel priesters indertijd een dubbelleven leidden en zich als informant lieten belonen door de communistische geheime dienst. De aartsbisschop van Warschau, Stanislaw Wielgus, moest zondag om die reden aftreden, een gebeurtenis die het land in rep en roer heeft gebracht. „Ik ben diep geschokt”, zegt Szostkiewicz.

Héél Polen moet wennen aan het idee dat de kerk een minder heroïsche rol heeft gespeeld dan gedacht. Een harde dobber voor de Polen, die trots zijn op hun kerk, de wieg van grote helden, zoals paus Johannes Paulus II natuurlijk, maar ook de in 1984 door de geheime dienst vermoorde priester Jerzy Popieluszko en de legendarische kardinaal Stefan Wyszynski.

De kerk was de enige Poolse institutie die de zo talrijke invasies en oorlogen heeft overleefd. Als hoeder van de nationale identiteit bouwde de kerk over de eeuwen heen een moreel krediet op, waar buitenlandse prelaten jaloers op zijn. Maar dat krediet dreigt nu, in vredestijd, in een democratisch Polen en zeventien jaar na de val van het communisme, deels te worden verspeeld. Door een hele trits affaires, maar vooral ook door de wijze waarop de kerk daarmee omgaat.

De eerste schok kwam in 2005, twee weken na de dood van de Poolse paus Johannes Paulus II. Een Poolse priester uit diens entourage in Rome bleek jarenlang nogal loslippig te zijn geweest. Vorig jaar mei werd Michal Cjakowski, een bekende en zeer geliefde liberale priester, ontmaskerd als informant.

En een maand later viel het zwaard voor priester Mieczyslaw Malinski, nota bene een oude vriend van de paus. „Voor mij is dit een persoonlijke ramp”, zegt Szostkiewicz, die werkt voor het weekblad Polityka. „Malinski en Czajkowski waren mijn vrienden, Czajkowski zelfs een hele goede. Ik heb hem sindsdien niet meer gezien of gesproken. Ik ben daar nog niet klaar voor.”

De grootste schok kwam vorig weekeinde, toen duidelijk werd dat de vroegere informanten tot in de hoogste regionen van de kerk kunnen doordringen. Aartsbisschop Wielgus bleek in 1967 te zijn gerekruteerd door de geheime dienst, maar zijn benoeming werd toch doorgezet, totdat het Vaticaan ingreep.

„Er gaapt een kloof tussen de kerk en de sociale realiteit”, zegt oud-dissident Krzysztof Kozlowski, van het liberaal-katholieke weekblad Tygodnik Powszechny. „Dat iemand met zo’n verleden benoemd kon worden is gewoon idioot. De kerk is geen democratisch instituut, maar zij moet wel rekening houden met ons, de gelovigen.”

Alsof de duivel ermee speelde, rolde de dag na het aftreden van Wielgus een nieuw hoofd, dat van de pastoor van de prestigieuze Wawel-kathedraal in Kraków, waar in de catacomben Poolse koningen en nationale helden en dichters begraven liggen. Weer stond God buitenspel en volgens het Instituut van de Nationale Herinnering (IPN), dat de communistische archieven beheert, niet voor de laatste keer: tien tot vijftien procent van de Poolse geestelijkheid (30.000 mannen en vrouwen) zou vuile handen hebben.

Oud-studentenleider en oud-dissident Aleksander Hall hecht niet veel waarde aan die percentages. „Bij het IPN werken veel fervente anticommunisten, die al snel iemand als informant bestempelen, soms op basis van dubieus materiaal.” Ook oud-activist Miroslaw Chojecki nuanceert. „Contact met de geheime dienst was een dagelijkse must. Om een kerk te bouwen had je stenen nodig, zo simpel was het. Maar praten is niet hetzelfde als collaboreren. Ik ben 44 keer gearresteerd, maar ben daarom nog geen verklikker.”

Voor oud-dissidenten staat de historische rol van de Poolse kerk niet ter discussie, ook niet na de affaire Wielgus. Maar het gezag dat aan die rol wordt ontleend wel. Allemaal laken de oud-dissidenten de houding van de huidige kerkleiding, die zelf een grote schoonmaak had kunnen beginnen, maar de kans heeft laten liggen. Met het gevolg dat de meedogenloze media nu het voortouw hebben.

Hall: „Veel Poolse bisschoppen zwijgen of leggen juist te veel nadruk op vergeving, zelfs als de zonde evident is, zoals in het geval-Wielgus. Maar met eindeloos relativeren bouw je geen gezag op.”

„De kerk treuzelt”, zegt Kozlowski. „Alleen in de bisdommen Kraków, Wroclaw en Lublin zijn onderzoekscommissies ingesteld om de eigen rangen door te lichten, maar die hebben nog maar weinig laten zien.”

Tadeusz Isakowicz-Zaleski, een priester die het onder het communisme zwaar te verduren had en die twee keer grondig in elkaar is geslagen, is daarom zelf maar een onderzoek begonnen. Hij zegt over 39 namen van priester-informanten te beschikken. Drie van hen zijn nu bisschop.

Isakowicz-Zaleski wilde zijn kerksuperieuren bij zijn onderzoek betrekken. Die negeerden hem eerst, zeiden toen dat hij veel moest bidden, droegen hem daarna op om de documentatie te verbranden en legden hem een publicatieverbod op. Maar uiteindelijk mocht de priester zijn werk doorzetten, op voorwaarde dat hij elke naam in zijn boek om een weerwoord zou vragen. Zijn publicatie is voor 28 februari aangekondigd, na herhaaldelijk uitstel.

Kozlowski is bezorgd over de kwaliteit. „Isakowicz-Zaleski is een geweldige man die alle lof verdient, maar hij is geen historicus. Maar het is opnieuw de kerk die het zover heeft laten komen en het initiatief aan anderen heeft gelaten.”

Het belang van een geloofwaardige en daadkrachtige kerk zal alleen maar toenemen wanneer steeds minder Polen zich zullen herinneren hoe het ook al weer was onder het communisme. „Het zal moeilijk zijn een toekomst op te bouwen als het verleden wordt genegeerd”, zegt oud-dissident Chojecki. Maar de huidige primaat van Polen, Józef Glemp, praatte zondag Wielgus’ gedrag min of meer goed. „Een klap in mijn gezicht”, zegt Szostkiewicz.

De Poolse bisschoppenconferentie kondigde gisteravond onderzoek aan in de eigen gelederen. Maar dat beperkt zich voorlopig tot de kerktop, ofwel de bisschoppen zelf. Bovendien zullen de resultaten niet openbaar worden gemaakt. Szostkiewicz vreest dat de kerkleiding weinig voelt voor grondige schoonmaak. Vreemd genoeg vallen de belangen van de kerk op dat punt samen met die van de vroegere vijand, de oud-communisten. En die zouden de beschermende vleugels van de kerk graag over zich heen zien dalen.

    • Stéphane Alonso