Overwinteren in een onbedorven Spaanse kustplaats

In de Andalusische kustplaats Almuñecar, de ‘parel van de Costa Tropical’, ontdekt Jan Gerritsen vriendelijke Spanjaarden, lekkere tapasbars en drieduizend jaar verleden

PALMEN EN KASTEEL: de wandelboulevard langs het strand Foto www.webshots.com

De hellingen tussen de zee en de grijsblauwe bergketens van de Nevada’s zijn dicht bezaaid met huizen en villa’s en hier en daar tuinbouwbedrijven. Aan de stranden met hun grijze kiezels volgen grote hotels en talloze appartementencomplexen elkaar in eentonige regelmaat op. Maar te midden van deze vastgoedexplosie die veel Spanjaarden uit het noorden van het land heeft aangelokt, heeft Almuñecar, klein maar levendig, zijn Andalusisch karakter bewaard. Dat leverde de reputatie van ‘parel van de Costa Tropical’ op en past bij een verleden van zo’n drieduizend jaar.

Op de lange, hoge rots die in zee uitsteekt, ontstond in het eerste millennium voor Christus een Phoenicische vestiging met de aantrekkelijke naam Sexi. Daarna kwamen de Romeinen en vervolgens de Moren die in 1489 door de ‘reconquista’ van het vorstenpaar Fernando van Aragon en Isabel van Castilia voorgoed uit Spanje werden verdreven. Deze beschavingen hebben hun sporen nagelaten in de ‘casco antigua’, de oude, aantrekkelijke stadskern van Almuñecar die in tegenstelling tot die van talloze andere ‘resorts’ aan de Middellandse Zeekusten nog onbedorven Spaans is.

elegante palmbomen

Een geschikt vertrekpunt voor een verkenning is het met fraaie palmen overdekte pleintje dat vernoemd is naar Abderrahman, de eerste Moorse heerser van wat het kalifaat Al Andaluz zou worden. Het plein met zijn grote standbeeld is het scharnierpunt tussen de twee grote paseo’s (promenades) langs Almuñecar’s populairste stranden. De paseo San Christobal, een fraaie wandelboulevard met elegante palmbomen en restaurants en vissersbootjes, is de aantrekkelijkste. Op een steenworp afstand van het plein zijn de belangrijkste bezienswaardigheden, zoals het botanische park El Majuelo, met enkele honderden bomen en planten uit de zuidelijke hemisfeer, fraaie moderne beelden en een negentiende-eeuwse classicistische Moorse villa, die de plaatselijke VVV als kantoor dient.

Naast het park bevindt zich een zorgvuldig opgegraven Romeinse ‘visfabriek’, de Factoria de Salazones. In de tientallen stenen ‘tanks’ werd een vissaus gemaakt die Plinius de Oudere roemde om haar goede smaak. Vanaf het plein is het ook maar enkele stappen naar het ornithologische parkje El Majuelo waar 1500 vogels, waaronder grote, felblauwe papegaaien uit het Amazonegebied, een enorme herrie maken.

Het vogelpark ligt pal naast de het indrukwekkende, deels gerestaureerde Castillo de San Miguel, dat in de zestiende eeuw het Moorse Alcabaza verving dat op zijn beurt op de resten van een Romeins fort was gebouwd. In een deel van het ’s avonds verlichte kasteel met grotten die nog niet zo lang geleden als begraafplaats dienden, toont het archeologisch museum de lokaal opgedolven vazen en andere voorwerpen uit Phoenicische, Romeinse en Moorse eeuwen. Iets verderop, tussen de ruïnes van de toren waarin de Moorse heersers van Granada hun afgezette sultans opsloten, is een piepklein zaaltje dat gewijd is aan de lange historie van Almuñecar. Grootste bezienswaardigheid is een Egyptische urn uit de zestiende eeuw voor Christus – het is de enige bekende referentie aan farao Apophis I en de gegraveerde tekst is de oudste die op het Iberisch schiereiland is aangetroffen.

cafés en tapasbars

De kleine musea zijn een harmonisch deel van het oude Spaanse stadje met zijn smalle straatjes, sommige met trendy boetieks, enkele charmante hostels en de San Miguel-kerk die uiteraard een ereplaats heeft. Tussen de dichte bewoning dalen de straatjes af naar het moderne centrum met zijn overdekte markt met mediterrane heerlijkheden, talloze cafés en tapasbars. Op de kleine pleintjes vertonen jongens met fietsen, scooters en auto’s hun machokunsten voor de meisjes die hier in het weekeinde hip paraderen.

Voetgangers genieten hier een on-Nederlands voorrecht: de maximumsnelheid van dertig kilometer per uur wordt algemeen gerespecteerd, evenals het gebruik van het zebrapad. De Spanjaarden van Almuñecar zijn vriendelijk, zeggen de buitenlandse pensionado’s die hier permanent wonen – voornamelijk kalme Scandinaviërs en Belgen en een klein aantal Engelsen. Een groot verschil met nabijgelegen plaatsen aan deze en andere Costa’s, zoals het aanmerkelijk grotere Nerja, twintig kilometer verderop, waar Britse bars, met grote tv’s en hun ‘lagerlouts’, huizenhandelaren en project-ontwikkelaars het stadsbeeld bepalen – niet altijd tot genoegen van de Spanjaarden. Almuñecar telt maar twee Britse bars en de tv-loze Ragged Rock van Andrew en Mary aan het plein van Abderrahman met zijn wekelijkse jam-sessions verdient de voorkeur.

rustgevend groen hart

Het in fraaie Marokkaanse stijl opgetrokken hotel Casablanca aan hetzelfde plein is relatief goedkoop (ca. 50 euro per nacht) en beschikt over een goed restaurant. Aan het strand van San Christobal, dat ook in de kalme wintermaanden de meeste bezoekers trekt, zijn grote hotels als Helios en het enorme roze gekleurde Almuñecar Playa (met 225 kamers) luxueuzere alternatieven, maar in het laagseizoen evenmin duur. Achter dit imposante front van de paseo strekt zich een enorme plantage uit, een rustgevend groen hart naast de brede droge rivier langs de oude stad, die ’s winters in een kolkende stroom kan veranderen. In de stad zelf zijn aardige hostels, maar niet altijd gemakkelijk bereikbaar, zelfs zonder de zomerse parkeerchaos. Er zijn uiteraard ook talloze appartementen te huur, ook voor kort verblijf, bijvoorbeeld in het grote complex Chinasol aan het eind van de paseo San Christobal. Hier leidt een straat omhoog naar het merkwaardigste bouwwerk van Almuñecar, een huis in de vorm van een schip, een creatie van een zeekapitein die na dertig jaar varen niet geheel afscheid kon nemen.

Waar Belgen zijn, zijn goede restaurants. Er zijn er twee en ze gelden als de beste van de stad: El Chaleco, Frans-Belgisch, drie kilometer uit het centrum dat konijn met bier en pruimen serveert. Jacquy Cotobrou, even voorbij Chinasol, is helaas ’s winters gesloten. De chef is Jacques Vanhoren, oud-voetballer van Standard Liège, wiens ‘menu de degustación’ het beste van de Spaanse en Luikse keuken combineert. Een goedkoop maar uitstekend Spaans alternatief is Casa Christian aan de paseo San Christobal, dat vooral populair is bij de Scandinavische overwinteraars. De tapas en raciones bij Trastienda of El Cortjillo aan de Plaza Kelibia, in de vooravond de ‘huiskamer’ van Almunecar, zijn overigens zo smakelijk en genereus van omvang dat een diner soms te veel wordt, tenzij men zich in het energieke disco-nachtleven rond Plaza de la Rosa stort dat pas ruim na middernacht op gang komt.

Almuñecar is ook een goede basis voor uitstapjes. Naar Granada bijvoorbeeld, een uur autorijden door een spectaculair berglandschap. Of naar de beroemde, maar grotendeels gesloten grotten van Nerja via de N340, een half uur over deze zeer bochtige en drukke weg langs de panoramische kust. De N340 die Almuñecar doorsnijdt, geldt als een van de gevaarlijkste wegen van Spanje, maar is het risico waard. De Autopista del Sol vanaf Malaga die bij Nerja ophoudt, wordt wel verlengd tot Almeria, maar de bouw van de talloze viaducten en tunnels zal nog jaren in beslag nemen. Wie een eenzame wandeling verkiest, volgt de slingerende kustweg van San Christobal naar La Herraduria, een watersport-suburb van Almuñecar, ’s winters een uitgestorven oord op enkele vissers na die hun moeizame bestaan niet willen opgeven.

    • Jan Gerritsen