Op z’n best met mama in de buurt

Sergei Tiviakov (33) is een van de twee Nederlanders in de hoofdgroep van het Corus schaaktoernooi dat vandaag in Wijk aan Zee begint. De Nederlands kampioen hoopt dat Jupiter hem goed gezind is.

Sergei Tiviakov kwam voor het eerst naar Nederland in 1990: „Ik werd meteen verliefd op dit mooie land. Het is compact, de mensen zijn vriendelijk, er is een grote schaakcultuur.” Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold russische schaker voor zaterdag intervieuw foto rien zilvold Zilvold, Rien

Precies één jaar woont Sergei Tiviakov nu in zijn eigen woning in een Groningse nieuwbouwwijk en hij is er nog steeds erg verguld mee. Het is er aangenaam stil, omdat er nauwelijks auto’s komen, en toch is hij in een kwartier flink doorstappen op de Grote Markt. Aardige buren ook. Nadat hij afgelopen zomer Nederlands kampioen was geworden, kwamen ze hem allemaal feliciteren. Een schakend lid van de vereniging van eigenaren was zo attent geweest om bij iedereen een briefje in de bus te doen met het goede nieuws.

Op de eerste verdieping is de woonkamer en een ruime open keuken. Normaal kookt hij voor zichzelf, liefst twee keer per dag. Momenteel hoeft dat niet, omdat zijn moeder over is uit Krasnodar, zijn geboortestad in het zuidoosten van Rusland. Zijn moeder is ook zijn officiële coach. Zij staat hem bij met psychologische adviezen en begeleidt hem naar alle belangrijke toernooien. Dat doet ze al sinds hij als jongetje van vijf wedstrijden begon te spelen.

Twee keer per jaar komt Galina Tiviakova voor drie maanden naar Groningen. Wanneer haar toeristenvisum is verlopen, gaat ze terug naar haar man en dochter en vraagt een nieuw visum aan. Wat andere mensen daarvan denken, interesseert Tiviakov niet zo veel. „Iedereen is anders. Van Wely neemt altijd zijn vrouw mee. Andere spelers komen met een secondant. Ik schaak gewoon beter wanneer mijn moeder bij me is.”

Terwijl hij thee maakt en op tafel gedroogde vruchten en chocolaatjes neerzet, vertelt hij dat de wereldschaakbond FIDE een vervelende fout heeft gemaakt in de laatste wereldranglijst. Ze zijn vergeten het toernooi in het Italiaanse Saint Vincent mee te tellen, dat hij met 8,5 uit 9 won. Nu staat hij 36ste terwijl hij eigenlijk 27ste behoort te staan. Hij heeft een brief geschreven, maar wacht nog op een antwoord.

Sergei Tiviakov maakte voor het eerst kennis met Nederland in 1990. Met ontwapenend enthousiasme herinnert hij zich dat eerste bezoek. „Ik kwam voor het toernooi in Groningen en was meteen verliefd op dit mooie land. Het is compact, de mensen zijn vriendelijk, er is een grote schaakcultuur. Er zijn enorm veel mooie steden en veel bezienswaardigheden.” Hij vertelt het in zorgvuldig uitgesproken Nederlands. Hier en daar zitten wat grammaticale rafeltjes, maar die storen nauwelijks door zijn grote woordenschat. Hij leerde de taal met behulp van een Russisch boek en door veel oefenen. „Ik moest snel een redelijk niveau bereiken, omdat anders de mensen niet met me zouden praten en Engels zouden spreken.”

Nadat hij in 1995 in Rusland was afgestudeerd als ingenieur, besloot hij naar het Westen te emigreren. De keus viel als vanzelfsprekend op Groningen, waar hij altijd veel steun ondervond van toernooiorganisator Johan Zwanepol. In 1997 kwam hij er definitief wonen. Vijf jaar later verwierf hij het Nederlands staatsburgerschap.

„In de eerste maanden kon ik het nauwelijks geloven. Dat was een belangrijk en gelukkig moment in mijn leven. Het betekende dat ik thuishoorde in Nederland.” Nog steeds komt er een gevoel van blijdschap over hem, wanneer hij landt op Schiphol. „De vreugde en ontspanning dat ik eigenlijk al thuis ben.”

Die blijde gevoelens werden niet weerspiegeld op het schaakbord. Wist de voormalige jeugdwereldkampioen zich in 1994 nog te kwalificeren voor de kandidatenmatches van de Professional Chess Association, nu braken er modale jaren aan. Zonder dat hij kon bedenken wat eraan schortte, slaagde hij er niet in zich aan deze crisis te ontworstelen. Totdat in 2005 ineens alles weer op rolletjes liep en zijn rating zelfs omhoogschoot naar 2.699. Waarmee hij de categorie van de zogenoemde supergrootmeesters tot op één puntje benaderde. Inmiddels heeft hij wel een verklaring voor zijn magere jaren.

„Het is gewoon de levenscyclus van de mens, de twaalfjarige cyclus. Mijn resultaten van de laatste twee jaar komen precies overeen met mijn goede resultaten van 1993, 1994 en het begin van 1995. Iedereen die zijn eigen leven bestudeert, zal ook overeenkomsten zien tussen nu en twaalf jaar geleden.” Verbaasde blikken over deze theorie beantwoordt hij op kalme toon. „Dit is allemaal in de loop van de geschiedenis vastgesteld. Onder meer door oosterse wijzen. De kalender van twaalf jaar, gebaseerd op de twaalfjarige cyclus van Jupiter.” Ter verduidelijking voegt hij eraan toe: „Jupiter is belangrijk voor schakers, net als Mercurius, omdat het de planeet van het geluk is.”

Bij zijn collega’s leiden de opvattingen van Tiviakov regelmatig tot hilariteit. Hij weet dat er om hem gelachen wordt, maar het deert hem niet echt. Het is nu eenmaal zijn gewoonte om te zeggen wat hij denkt. Dat hij een bredere interesse heeft dan de meeste andere schakers, lijkt hem meer hun probleem.

Zo is hij er ook nog steeds van overtuigd dat hij tijdens een bezoek aan Egypte contact had met een ‘parallelle wereld’. Op een groot aantal foto’s die hij nam, zag hij onverklaarbare verschijnselen. Hij ging op zoektocht op internet en kwam tot de conclusie dat hij bepaald niet de enige was die zulke signalen uit een parallelle wereld had ontvangen. Mensen die hem aanraadden een nieuwe camera te kopen, liet hij praten. „Die ervaring in Egypte was eenmalig. Zoiets komt misschien één keer in je leven voor. En niet in het leven van ieder mens. Dus de kans dat zoiets nog een keer zal gebeuren in mijn leven, is heel klein. Maar dat betekent niet dat ik er niet meer in geloof. Dit ging om een ander leven dan mijn leven en één keer was er contact.”

Evenmin kan hij op veel begrip rekenen wanneer hij geen geheim maakt van zijn fascinatie om in verre oorden exotische dieren te eten. In zijn topdrie staan een schildpad en een cavia, maar met stip bovenaan staat de slang die hij in China verorberde. „Dat was een unieke ervaring. Ik dronk ook het bloed en de gal van de slang gemixt met alcohol.” Op de vraag wat je daaraan hebt, verschijnt een brede grijns op zijn gezicht. „Ik heb de laatste vier partijen gewonnen in een sterk bezet toernooi. Dat zegt gewoon alles.”

Die tevredenheid over een goede prestatie is ook terug te vinden in de ongebruikelijke en afwijkende commentaren die Tiviakov schrijft bij zijn partijen in schaaktijdschriften. Meedogenloze kritiek op een eigen domme fout zie je ook wel bij andere schakers, ongeremde trots op eigen kunnen zelden of nooit. Over het middenspel van een partij die hij van de sterke Rus Dreev won, schreef hij dat hij die fase speelde ‘als Fischer in zijn beste jaren’. Wanneer hij eraan wordt herinnerd, begrijpt hij dat niet iedereen het zo zou zeggen. Toch zou hij het zelf zeker opnieuw zo doen. „Dat was een heel bijzondere partij.”

Hoewel hij uitstekend Nederlands spreekt, weet Tiviakov ook wel dat hij nog vaak als buitenlander wordt gezien. In het dagelijkse leven heeft hij nooit iets gemerkt van discriminatie. Wel in zijn werk. „Er is veel discriminatie in de schaakwereld en ik denk niet dat er ooit gelijke behandeling zal komen. Ik zal altijd ook een Rus blijven. Als ze kunnen kiezen tussen mij en iemand die hier geboren is, kiezen ze die. Ik word minder uitgenodigd dan andere Nederlanders en krijg altijd een lager startgeld aangeboden. Alleen de Nederlandse schaakbond is er afgelopen jaar toe overgegaan om geen onderscheid meer te maken.”

Een vergelijkbare houding ziet hij bij de pers. „Ze zijn gewoon niet geïnteresseerd in mij. Ze vragen mij niets.” Of organisatoren. „Tekenend is dat ik in de tien jaar dat ik in Nederland ben maar één keer een simultaan heb gegeven.” Op een neutrale toon geeft hij aan dat er weinig aan te doen is. „Ik vind dit niet pijnlijk. Zo is mijn leven.”

Hij was dan ook erg blij dat hij er afgelopen zomer eindelijk in slaagde het Nederlands kampioenschap op zijn naam te schrijven. Al was het alleen maar om te laten zien dat hij niet de mindere is van zijn naaste rivalen Van Wely en Sokolov. „We ontlopen elkaar nauwelijks in sterkte. Van Wely won het NK vaak omdat hij daar altijd veel geluk had.” Om misverstanden te voorkomen verduidelijkt hij: „Dat geluk heb je nodig. Dat gold nu ook voor mij.”

Geluk, fysieke gesteldheid en voorbereiding zijn voor Tiviakov de factoren die uiteindelijk doorslaggevend zijn voor een resultaat, terwijl de basis van iedere speler wordt gevormd door zijn inzicht, zijn schaakverstand. Ooit zei hij dat Kasparov en Karpov hem ver overtroffen in schaakverstand, maar dat hij verder niemand wist voor wie hij onderdeed. Dat vindt hij in grote lijnen nog steeds. Onder de deelnemers in Wijk aan Zee ziet hij maar enkele spelers die een dieper inzicht hebben. Namen wil hij niet noemen, dat lijkt hem psychologisch niet verstandig, maar wanneer het spel en de prestaties van Vishy Anand ter sprake komen, geeft hij grif toe dat de Indiër van uitzonderlijke klasse is. „Misschien is hij wel het grootste natuurtalent van de moderne tijd, misschien nog groter dan Kasparov.”

Dat hij op een goede dag voor niemand hoeft te buigen, bewees hij vorig jaar in het Corus-toernooi. Er was geen enkele partij waarin hij in de problemen raakte en met een beetje geluk was hij hoger geëindigd dan de prima zevende plaats die hij nu bezette. Wat hij dit keer moet verwachten, weet hij niet. „Ik kan van iedereen winnen, maar ook van iedereen verliezen. Ik probeer iedere partij rustig te spelen, zonder druk, en niet te veel te denken aan het uiteindelijke resultaat.”

Ook al omdat dat resultaat geen enkele invloed zal hebben op de volgende maanden. Tot september zit zijn agenda al volgeboekt met verplichtingen in vele landen. „Ik kan het alleen gebruiken als een leerzame ervaring voor het volgende toernooi. Het is een voorbereidingstoernooi voor de toekomst.” Is hij dan niet bang dat hij aan het eind van een twaalfjarige cyclus zit en dat er weer een mindere periode aan staat te komen? Hij denkt er even over na. „Dat zou kunnen, maar ik heb nu wel veel meer ervaring dan twaalf jaar geleden. Ik hoop niet nog eens dezelfde fouten te maken.”

    • Dirk Jan ten Geuzendam