Ook de blondste leerlingen

Studenten, allochtoon zowel als autochtoon, beheersen het Nederlands niet meer, zo klagen hoogleraren. „Het is ongelooflijk wat je soms leest.”

Studenten van de Universiteit van Nijmegen doen een toets in de Massinkhal Foto Flip Franssen Nederland, Nijmegen, 4-10-2006 In Nijmegen, Maastricht, Leiden, Groningen en Curacao deden zo'n 7000 studenten geneeskunde vandaag massaal een verplichte voortgangstoets. Alle jaargangen deden mee en iedereen kreeg dezelfde vragen. Per jaargang moest men een bepaalde score halen. Hiermee wordt gekeken hoe hoog het kennisniveau is van de verschillende jaargangen studenten. In Nijmegen deden 1800 geneeskunde studenten mee. In de Massinkhal zaten er ruim 600. Foto: Flip Franssen Franssen, Flip

Japke-d. Bouma

Joost (19) had een onvoldoende voor zijn taaltoets. Hij zit tussen de andere eerstejaars Rechtsgeleerdheid in een collegezaal van de Erasmus Universiteit Rotterdam. De studenten moesten een kort juridisch betoog schrijven, dat werd beoordeeld op inhoud én op taalvaardigheid. Nu ligt voor Joost een A4-tje op tafel dat vol doorhalingen staat.

„Ik had veel slordigheidsfoutjes en ik heb wat punten vergeten te zetten”, zegt hij. „Als je snel typt, mis je ook wel eens een hoofdlettertje. Ook was mijn taalgebruik af en toe iets te informeel. Maar ik had geen grote spellingfouten.”

Van de eerstejaars rechten op de Erasmus Universiteit had 46 procent een onvoldoende voor de taaltoets, zegt Robert Jan de Paauw, jurist en neerlandicus en docent inleiding tot de rechtswetenschap aan de Erasmus, die de toetsen heeft nagekeken. „Het is ongelooflijk wat je soms leest.” Hij is nog „mild” geweest in zijn oordeel, zegt hij. Maar meer dan de helft van de blaadjes stond vol strepen. „Ik heb me vaak afgevraagd tijdens het nakijken hoe sommige van deze studenten hun vwo gehaald hebben.”

De taaltoets werd vorig academisch jaar voor het eerst afgenomen op de Erasmus. Hij werd ingevoerd omdat er de laatste jaren steeds meer klachten kwamen van hoogleraren en docenten dat de eerstejaars niet meer konden spellen en slordig geschreven werk inleverden, zegt Jeanne Gaakeer, hoogleraar rechtstheorie aan de Erasmus. „Voor juristen is taalbeheersing enorm belangrijk”, zegt Gaakeer. „We hopen dat studenten zich door deze toets bewust worden van het belang van correct taalgebruik.”

Van de 630 studenten die hebben meegedaan in oktober, hebben slechts drie de beoordeling ‘uitstekend’ behaald. Vijfentwintig studenten hebben „zeer intensieve begeleiding nodig”, zegt De Paauw. Slordigheid is bij de eerstejaars het grootste probleem. „Ik heb heel veel zinnen gezien met komma’s op het eind, in plaats van punten. En heel vaak korten ze in een zin ‘mevrouw’ en ‘de heer’ af tot ‘mw.’ en ‘dhr.’ Of ze schrijven namen van verdachten verkeerd over. Verder formuleren ze slordig. Zo schreef iemand: ‘hij blijft in staat van beschuldig’. Of ‘de verdachte is van bewust dat’. Ik heb sommige studenten gevraagd of ze dat soort dingen niet zien als ze de tekst nog eens nalezen. ‘Nalezen?’ vragen ze dan. Die stap zetten ze helemaal niet.”

En dan de d- en de t-fouten, zegt Hugo van Driel, universitair docent bedrijfsgeschiedenis aan de Erasmus Universiteit. Hij kijkt jaarlijks schrijfopdrachten na die eerstejaars studenten bedrijfskunde moeten maken. „‘Ik vindt’ is een topper, of ‘het gebeurd niet’. Daar is Van Driel niet eens meer streng over. „‘Ik weet niet wat er is gebeurt’ is bijvoorbeeld een instinker. Dat schrijf je gauw fout. ‘Hij werdt’ vind ik veel erger. Daar spreek ik de studenten zeker op aan.”

Verder gebruiken ze verkeerde verwijzingen of lidwoorden, zegt De Paauw. Dus bijvoorbeeld ‘de meisje die’ of ‘de jongen dat’ of ‘het onderzoek die’, ‘de informatie dat’. „Dat is vooral een probleem voor studenten voor wie Nederlands niet de eerste taal is. Maar ik hoor het tegenwoordig ook de blondste kinderen in het openbaar vervoer zeggen.”

Sommige studenten zijn alleen met zeer intensieve begeleiding te helpen, zegt De Paauw. Hij citeert wat een studente heeft opgeschreven. „‘Is de opzet die in de beschrijving van het begrip moord staat bewezen en is er ook sprake van een voorbedachte rade die een eis is bij het begrip moord zonder twijfels bewezen, omdat Peter Jansen niet echt een eigen wil had door zijn slechte jeugd en slechte partner keus.’ Ik begrijp echt niet wat daar staat. Het is vrijwel onmogelijk dat zo iemand zijn bul haalt.”

Deze week is de Erasmus Universiteit begonnen met een bijspijkercursus Nederlands. Alle studenten met een onvoldoende hebben een oproep gekregen. De cursus is niet verplicht. De Paauw zou dat wel graag willen, maar het is te lastig om het bachelor-programma te wijzigen. „Er zijn 175 aanmeldingen binnengekomen, ruim de helft van het aantal onvoldoendes voor de taaltoets. Dat laat zien dat studenten het probleem serieus nemen”, zegt De Paauw.

De Erasmus Universiteit is niet de enige instelling voor hoger onderwijs waar aan het taalniveau van studenten gesleuteld wordt. Ook op de Haagse hogeschool is een cursus Nederlands begonnen. Aanvankelijk was deze reparatiecursus bedoeld voor studenten van allochtone afkomst. Maar omdat ook studenten van Nederlandse afkomst wilden meedoen, doen nu alle eerstejaars een „instaptoets” om te bepalen of hun taalvaardigheid voldoende is. Ook op de universiteit Leiden „wordt nagedacht over een taaltoets”, zegt universitair docent rechtsvinding en rechtsmethodologie Carel Smith. Ook uit Leiden kwamen steeds meer klachten van docenten over studenten die niet foutloos kunnen schrijven.

„Twintig jaar geleden viel het op als iemand slecht was in spellen en formuleren”, zegt Janny Hoekstra, hoogleraar direct marketing aan de Rijksuniversiteit Groningen, die al twintig jaar les geeft aan studenten. „Tegenwoordig valt het op als iemand géén fouten maakt.”

De Universiteit van Amsterdam diende vorig jaar een subsidieaanvraag in bij de stichting Surf (een samenwerkingsorganisatie van het hoger onderwijs en onderzoeksinstellingen), voor een bijspijkercursus Nederlands aan de faculteit Rechtsgeleerdheid. Het verzoek werd ondersteund door de faculteiten Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit, de Universiteit van Tilburg, die van Groningen, Utrecht en de Hogeschool van Amsterdam.

Hoogleraar vergelijkend staatsrecht en onderwijsdirecteur Gerard van Wissen analyseert: „De jongere generatie heeft een beeldcultuur in plaats van een leescultuur. Ze zijn hooguit gewend aan snelle, korte berichten. Langere stukken schrijven is voor hen heel gecompliceerd.”

De subsidieaanvraag werd afgewezen. „De stichting oordeelde dat ‘gewone taaldeficiënties’ het probleem zijn van het voortgezet onderwijs. En als het juridische deficiënties betreft, zo oordeelde de stichting, dan moeten de faculteiten het oplossen”, zegt Van Wissen. De UvA heeft nu een website opgezet voor taalproblemen (www.taalwinkel.nl).

De afwijzing van de subsidieaanvraag voor bijspijkercursussen staat haaks op aanbevelingen van de Onderwijsraad. Eind vorig jaar kwam deze met een advies aan de minister van Onderwijs, waarin staat dat er „sterke signalen zijn dat er een niveauverlies is voor de vakken Nederlands en wiskunde in alle onderwijssectoren”. Kennistekorten voor Nederlands en wiskunde zouden moeten worden gerepareerd. En initiatieven als die van de faculteiten Rechtsgeleerdheid zouden door het ministerie van Onderwijs moeten worden beloond met subsidies, zo stelt de raad.

Vorig jaar april meldde de Inspectie van het Onderwijs al dat het Nederlandse leesonderwijs flinke steken laat vallen. Een kwart van alle leerlingen verlaat na groep 8 de basisschool met een leesniveau dat niet hoger is dan dat van groep 6. De Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) sloeg diezelfde maand alarm over het feit dat op steeds meer regionale opleidingencentra (ROC’s), scholen op mbo-niveau, de Nederlandse taal als vak wordt afgeschaft en onderdeel wordt van andere (praktijk)vakken. De SLO is bang dat de kwaliteit van de taalbeheersing daar onder lijdt.

En in mei van het vorig jaar concludeerde de Groningse hoogleraar onderwijskunde Greetje van der Werf dat sinds de invoering van de basisvorming (vijftien verplichte vakken) in 1993 het niveau van het onderwijs is gedaald. „De prestaties van de leerlingen, in ieder geval voor wiskunde en Nederlands, zijn lager, terwijl veel meer leerlingen in de hogere opleidingen terechtkomen en daar ook minder vaak blijven zitten. Dit betekent dat leerlingen soepeler beoordeeld worden.”

Bij eerstejaars student rechten Joost is het op de basisschool fout gegaan, zegt hij. „Daar heb ik heel slecht Nederlands gehad, heel vluchtig, er werd amper aandacht aan besteed.” Dat hij uiteindelijk op zijn eindlijst op het Barlaeus Gymnasium in Amsterdam een zesje haalde voor Nederlands, dankt hij aan de goede lessen Nederlands aldaar. „Zinnen ontleden, opstellen schrijven tot het je neus uitkwam”, zegt hij.

Iedereen van zijn oude basisschool is slecht in Nederlands, zegt Joost. Hij wil niet zeggen hoe de basisschool heet, omdat deze het taalonderricht nu misschien heeft verbeterd. „Ik ben met een aantal van mijn oude klasgenoten op het Barlaeus beland. Als we daar een dictee hadden, scoorden wij altijd het laagst. Ik denk dat dat komt doordat de basis gammel is geweest. We deden wel veel aan toneelspelen, ook leuk hoor, en we hadden leuke projecten waarmee we aan de slag gingen. Zo kan ik je bijvoorbeeld wel van alles over de aboriginals in Australië vertellen.”

Volgens het Cito (Centraal instituut voor toetsontwikkeling), dat landelijke toetsen voor basis- en voortgezet onderwijs maakt, is er de laatste tien jaar inderdaad minder aandacht voor spelling en grammatica op school. „Het taalonderwijs lijkt toch meer het accent te leggen op communicatieve vaardigheden van leerlingen”, zegt Frank van der Schoot, projectleider bij Cito. „Ze krijgen meer kringgesprekken en training in interactie. De effectiviteit van het spellingonderwijs laat in ieder geval te wensen over.”

„Scholieren krijgen steeds minder kennis overgedragen en daarvoor is helaas niets in de plaats gekomen”, zegt Vincent Icke, hoogleraar theoretische sterrenkunde aan de Universiteit van Leiden en bijzonder hoogleraar kosmologie aan de Universiteit van Amsterdam. „Het is een meetbaar feit dat de studenten die wij in het eerste jaar door het vwo aangeleverd krijgen, aanzienlijk minder weten dan hun voorgangers zo’n vijftien jaar geleden. Dat is iets dat ik van collega’s in alle takken van de wetenschap te horen krijg. Ik durf een eerstejaarstentamen van tien jaar geleden niet meer aan de huidige eerstejaars voor te leggen zonder voorafgaande oplapcursus.”

Op zichzelf is het „fantastisch” dat scholieren leren presenteren en spreken in het openbaar, zegt Icke. „Het is buitengewoon nuttig om jezelf vooraf de vraag te stellen hoe je iets wilt gaan formuleren en om je aan kritiek van de groep bloot te stellen. Maar daaraan hoort wel iets vooraf te gaan. Namelijk dat je zélf een idee vormt, op basis van kennis die je krijgt overgedragen. En dat laatste gebeurt niet meer. Studenten kunnen inderdaad prima presenteren. Maar ze presenteren andermans bedenksels. Ik lees heel vaak werkstukken waarin een aantal clichézinnen achter elkaar staat. Ik weet niet wat ze er zelf mee willen zeggen.”

Maar voor we nu conclusies trekken, zegt Frank van der Schoot van Cito, het is niet bewezen dat het kennisniveau van scholieren is gedaald. Er zijn geen harde cijfers. Cito heeft wel onderzoek gedaan naar het niveau van taal en rekenen van basisschoolleerlingen aan het einde van groep 8. Maar het laatste afgeronde onderzoek betrof het tijdvak van 1988-1998. Het onderzoek over de laatste tien jaar gaat pas in 2008 van start.

Borrelpraat, zeggen sommige hoogleraren dan ook, in reactie op de stelling dat studenten minder goed zijn gaan spellen. „Tien jaar geleden was het ook al slecht gesteld met de taal”, zegt universitair docent Carel Smith uit Leiden. Ook Kees de Glopper, hoogleraar taalbeheersing aan de Rijksuniversiteit Groningen betwijfelt of het niveau is afgenomen de laatste jaren. „Maar zelfs als dat zo zou zijn, kijk dan ook eens naar de enorme aantallen studenten die de universiteiten de laatste twintig jaar te verstouwen hebben gekregen. De groep wordt breder, is het dan gek dat het niveau daalt?”

Op de arbeidsmarkt begint het inmiddels op te vallen dat jonge mensen minder goed spellen. Uitzendorganisatie en headhuntersbureau Vedior Groep Nederland signaleert een „lichte daling van het taalniveau” bij aankomende werknemers, vooral hoger opgeleide jongeren, zegt woordvoerder Annemarie Muntz. Sollicitatiebrieven zijn slordiger geworden en er staan meer spelfouten in. Vooral bij de schrijftesten die worden afgenomen bij Vedior valt op dat het niveau is afgenomen. „Veel sollicitanten hebben moeite met het opstellen van een goed onderbouwd verhaal, het plaatsen van alinea’s in de juiste volgorde en met het formuleren van een voor de lezer pakkende, bondige inhoud”, zegt Muntz.

Taalcursussen zijn een gat in de markt. De Onderwijsraad signaleert in zijn rapport dat huiswerkbegeleidingsinstituten „als paddestoelen uit de grond schieten”. En trainingsbureaus zijn naarstig personeel aan het werven om de vraag naar taalcursussen aan te kunnen, zegt Jos Scheren, taaltrainer bij ITA Talencentrum in Amsterdam. „De laatste drie jaar is de vraag naar taalles geëxplodeerd”, zegt hij. De grootste doelgroep: werknemers uit het bedrijfsleven die net promotie hebben gemaakt en die nu voor het eerst voorstellen moeten schrijven en die moeten presenteren. Ze komen vaak op aanraden van hun directe superieuren.” Een cursus kost ongeveer 2.500 euro.

„Vijftien jaar geleden begonnen we de cursus meteen met instructies voor het opbouwen van een helder betoog”, zegt Scheren. „Nu zijn we eerst bezig met d’s en t’s, met ’t kofschip en hoe je werkwoorden vervoegt. Veel deelnemers zeggen dat ze dyslectisch zijn. Maar ik denk dat het aan de vooropleiding ligt. Sommigen doen maar wat. Het is echt ongekend.”

„Jongeren doen het slechter dan ouderen”, zegt hoogleraar direct marketing Janny Hoekstra. „Ik heb de indruk dat de generaties van veertig jaar en ouder de taalregels er nog aardig ingestampt hebben gekregen. Bij de generaties beneden de 35 jaar bestaat een attitude van ‘laat maar waaien’. Dat vind ik zorgwekkend.” Waarom is het zo erg? Het stáát zo knullig, een tekst vol taalfouten, zegt ze. „Ik neem zo iemand niet serieus. En zijn boodschap ook niet.” „Onhelder formuleren is onhelder denken”, zegt Vincent Icke.

Eerstejaars Joost is vast van plan zijn kennis van de taal bij te spijkeren. Hij gaat vanaf deze week naar „alle taalcursussen die er op de faculteit worden aangeboden” en hij gaat veel huiswerk maken en blijft veel lezen, zegt hij. „Ik ben met mijn neus op de feiten gedrukt: mijn Nederlands is slecht. Daar moet ik nu iets aan gaan doen.”

Joost wilde niet met zijn achternaam in de krant. „Werkgevers ‘googelen’ tegenwoordig alle kandidaten, en dan zien ze steeds dit artikel”, zegt hij. Wilt u reageren? Mail uw reactie naar zbrieven@nrc.nl of schrijf het Zaterdags Bijvoegsel, Postbus 8987, 3009 TH Rotterdam