Nieuwe woningen in de Randstad dringen op de gevaarlijkste en duurste grond

Het wordt te riskant en te duur om het Groene Hart nog verder vol te bouwen, ontdekt Maarten Huygen.

Middenin een heftige regenbui met stormvlagen zie ik achter snel vegende ruitenwissers het verschil tussen land, lucht en water niet meer. De auto drijft als het ware door grijze watermassa’s. Rechts de donkere schaduw van een zwaar beladen rijnaak die met de wind schuin in de rug noordwaarts vaart. Links in de diepte de met tv-flitsen verlichte zitkamer van een nieuwbouwwoning. De hoge dijk waar ik op rijd, scheidt de warme huiselijkheid van het koude water. De Hollandsche IJssel die zonder onderbreking van Gouda via Rotterdam en de Nieuwe Maas naar zee voert, staat halverwege eb en vloed. Het water rechts moet nog een metertje verder stijgen boven de daken van de nieuwbouwwoningen links. De diepste polder van Nederland is een wereldwonder.

Bij Capelle a/d IJssel staat de stormkering. Twee paar hoge torens houden aan weerszijden van de brug schermen vast die kunnen zakken om een eventuele stormvloed naar Gouda tegen te houden. Ze geven zekerheid. Maar als ik hoog op de dijk rijd langs droomkeukens en luxejeeps in de diepe polder, stel ik me ook voor hoe kastjes en aanrechten versplinteren en als wrakhout door de stroom over half gezonken auto’s worden meegevoerd als de vestingwerken niet meer functioneren. Een welvarende beschaving verzwolgen. Over deze mogelijkheid heb ik onder anderen Willem Ligtvoet van het Milieu en Natuurplanbureau geraadpleegd. Volgens overstromingsmodellen aan de hand van ervaringen in New Orleans en de tsunami kost zo’n overstroming niet de honderdduizenden levens die aanvankelijk waren voorspeld, maar hooguit vijf- tot tienduizend. Nog steeds is dat een ramp. Daarbij komt kolossale schade aan gebouwen, wegen, sporen, kantoren, fabrieken en krachtcentrales. Het ‘vervinexen’ van de Randstad en het Groene Hart tussen Amsterdam, Rotterdam en Utrecht maakt de gevaren groter. De schattingen van de risico’s op zo’n doorbraak variëren tussen 1 op 1.000 tot 1 op 10.000. Volgens de professor Pier Vellinga, voorzitter van de commissie Financiering Waterkeringen, zijn die risico’s te hoog. Het gat kan ontstaan door ‘een paar overijverige bisamratten’. Helikopters waken over het gebied.

De spectaculaire Nederlandse waterwerken worden bedreigd door de klimaatverandering waar mensen zich in deze warme winter wereldwijd zorgen over maken. Alpenhellingen liggen kaal en zelfs in Ottawa kan niet worden geschaatst. In de film van Al Gore zie je een groot deel van Nederland in een paar ogenblikken onder water verdwijnen. Dat is pure fictie, maar de zeespiegel stijgt wel. Als het hard stormt, denk je eraan. Valt er nog wel iets tegen te doen? Ook als de opwarming wordt veroorzaakt door de hoge uitstoot van broeikasgas door mensen – wat een internationaal panel van klimatologen in modellen heeft berekend – wordt die nauwelijks beheersbaarder. Zelfs braaf Nederland en Europa stoten steeds meer CO2 uit ondanks beloften tot beterschap. Laat staan dat landen als China, India en de VS zich aan de grenzen van het Kyoto-verdrag gelegen laten liggen. Nederland kan de wereld proberen te overreden, maar moet zich tegelijkertijd op het ergste voorbereiden.

Dat zie ik in de polder links van mij niet gebeuren. Integendeel, hoe nieuwer de woning, des te lager zij in de polder ligt. De oudste huizen kruipen tegen de stevige dijk op die acht eeuwen oud is. De schilderachtige dorpskernen zijn intieme straatjes op de dijk. In de onbebouwde polder staat alleen hier en daar een boerenhoeve. Veiligheidsbesef dat stamt uit eeuwen ervaring met de verwoestende kracht van het water. Dat is nu anders. Terwijl door de opwarming de dreiging van de zee groter wordt, gaan de mensen steeds riskanter wonen. In de Randstad wordt nu eenmaal het meeste geld verdiend en die ligt op, onder en aan het water. De mensen willen dichtbij hun werk wonen.

Op het drijvende laagveen op de bodem van de drooggemalen Zuiderplas, zes meter onder de zeespiegel, komt het nieuwe Westergouwe, een wijk met 3.600 tot 3.800 woningen. Nu drijven veenweilanden tussen sloten op het water. Gouda wil doorstroming in het woningbestand. Na kritiek van het waterschap en allerlei deskundigen heeft het gemeentebestuur zijn bouwplannen verbeterd. Op eigen risico, want de minister wil geen geld geven als het alsnog misgaat. Dat betekent dat de kandidaat-koper veel geld kwijt is aan het bouwrijp maken van zijn grond. Er komt veel ‘waterbeleving’ in de nieuwe wijk. Sommige woningen moeten op het water drijven en andere komen op opgehoogde zandlagen zodat het niveauverschil met de IJssel kleiner wordt. Maar daar wordt een prijs voor betaald en die is al zichtbaar in het laaggelegen Gouda zelf, dat arm is gemaakt door de strijd tegen het water. Daar klinkt de bodem in en moeten tuinen elke twee jaar worden opgehoogd met extra zand. Piet van Montfort van de Moordrechtse milieuvereniging woont vlakbij in het oude plaatsje Moor-drecht. Hij vindt de nieuwe wijk onverantwoord. In de winter sleept hij met zijn voeten door het moerassige gras achter zijn huis vlakbij de dijk. In de zomer wordt het veen warm en oxideert het tot broeikasgas.

Het grondwater dringt omhoog. Veen barst open in sloten waar zout water in opwelt. De zee dringt van onder de polder binnen. Wie argeloos zulk opgeweld water gebruikt om een parkje te besproeien, doodt meteen de bomen en de planten. Met het gemaal moet het water precies op hoogte worden gehouden. Het is een precair evenwicht tussen zoet, zout, drijvend veen en zand. Elke deskundige zegt dat het zo niet kan doorgaan: de bodem klinkt in, het maaiveld blijft zakken. Het niveauverschil tussen het waterpeil en de polderbodem wordt te groot. En – wat de Moordrechtse milieuvereniging steekt – een prachtig nat natuurgebied verdwijnt.

Wat is overgebleven van het Groene Hart tussen Rotterdam, Utrecht en Amsterdam, is geen bouwgebied. Mensen kunnen zich beter landinwaarts vestigen of in hoogbouw in de stad. Volgens het CBS groeit de bevolking nauwelijks. Starters kunnen de dure grond niet betalen. En welke welgestelde wil wonen op een wrakke bodem?

    • Maarten Huygen