Nieuwe datering van schedel wijst op 60.000 jaar oude expansie

Tekening van de Hofmeyr-schedel, nu gedateerd op 36.000 jaar oud. Ill. science science

In Zuid-Afrika is eindelijk een al in 1952 gevonden modern-menselijke schedel gedateerd: 36.000 jaar oud blijkt-ie te zijn. Deze Hofmeyr-schedel lijkt meer op de schedels van (even moderne) Cro Magnon-mensen die in dezelfde tijd in Europa leefden dan op schedels van mensen die nu in zuidelijk Afrika leven. En dat wijst erop dat deze twee zo ver uiteenlevende prehistorische Homo sapiens-populaties nog niet zo lang daarvoor een gemeenschappelijke voorouder hebben. Dat is belangrijk want nog altijd wordt er getwist over wanneer de moderne mensen hun expansie uit Afrika begonnen, waar deze mensensoort ongeveer 200.000 jaar geleden is ontstaan. Die Grote Trek de wijde wereld in kan best 100.000 jaar geleden zijn begonnen, zeggen sommige archeologen. Maar genetici gaan uit van een expansie rond 60.000 jaar geleden. Berekeningen aan genetische overeenkomsten tussen nu levende niet-Afrikaanse mensengroepen leveren gemeenschappelijke voorouders op rond 60.000 jaar – toen zullen ze nog wel in Afrika hebben geleefd dus. De datering van de zo Cro Magnon-achtige Hofmeyr-schedel is de eerste externe bevestiging voor deze genetische theorie, zo schrijft deze week een team van antropologen en archeologen in Science (Science, 12 januari).

Een andere grote vraag over deze beroemde Out of Africa-expansie van Homo sapiens, is hoe deze mensen Europa bereikten, waar toen nog de Neanderthalers leefden, een nauw verwante mensensoort.

Een ander deze week in Science gepubliceerd artikel werpt daarop licht. Bij opgravingen in Kostenki, langs de rivier de Don, 500 km ten zuiden van Moskou zijn 45.000 jaar oude werktuigen gevonden die sterk lijken op de werktuigen van de Cro Magnon-mensen. Het gaat om messen van steen en hangers van geperforeerde schelpen – afkomstig uit de Zwarte Zee, bijna 500 km verderop. Bij de vondsten zijn ook resten van hazen, sneeuwvossen, wolven, paarden en rendieren gevonden. Ook is er een stukje bewerkt ivoor gevonden waarin de onderzoekers een hoofdje menen te zien.

De vondst op zichzelf is al belangrijk, maar ze biedt ook zicht op de route waarop de moderne mensen Europa zijn binnen gekomen: via West-Azië en Rusland. De traditionele theorie is via het Midden-Oosten en de Balkan, maar de vondsten langs die route zijn niet ouder dan 40.000 jaar. Deze oudere vondst zo veel noordelijker wijst op een route vanuit het Midden-Oosten naar het noorden via de Kaukasus en pas dan linksaf richting het avondland.

Van groot belang daarbij is dat de werktuigen weliswaar duidelijk behoren tot het Aurignacien, de oudste werktuigstijl van de Cro Magnons in Europa, maar een heel eigen karakter hebben. Ze lijken ook totaal niet op oudere (Neanderthal-) werktuigen uit het Kostenki-gebied. Kortom: ze zijn iets nieuws van buiten. Hendrik Spiering