Niets nieuws onder de zon

Op zaterdag 6 januari schreef Marc Chavannes een stuk onder de titel `God als herintredend vormingswerker`. Daarin roemt hij, waarvoor dank, de Willem van Oranjelezing die ik in 2004 in Delft heb gehouden. Chavannes zegt in zijn stuk over ”relirestauratie” dat ik in mijn Oranjelezing nog ”vierkant uitkwam voor handhaving van een seculiere democratische staat.” Daarna is het een beetje misgegaan met me. Met mijn stuk in Socialisme & Democratie (nummer 7/8, 2006) heb ik het echt te bont gemaakt in zijn ogen wanneer ik schrijf: ”De werkelijke dynamische kracht van religie kan alleen maar worden begrepen als we inzien dat religies aan hun gelovigen een perspectief bieden op een rechtvaardige of rechtvaardigere samenleving.”

Wat wil het geval? De passage waar Chavannes over valt stond óók al in mijn ”knappe” Willem van Oranjelezing. Typisch een geval van autoplagiaat, maar daar is Chavannes niet over gevallen. In de Willem van Oranjelezing zeg ik: ”Tegelijkertijd moeten we ons realiseren dat aanhangers van de islam en van andere godsdiensten een morele agenda hebben die soms haaks staat op een aantal min of meer geaccepteerde praktijken in onze samenleving; denk aan opvattingen over alcohol- en drugsgebruik, echtscheiding, pornografie, fraude, de commercialisering van het bestaan, menselijke relaties. Dat kan ons een spiegel voorhouden; het kan ook een appèl uitoefenen op mensen die de existentiële leegte van de seculiere samenleving willen ontstijgen. Wat dat laatste betreft: de werkelijke dynamische kracht van religie kan alleen maar worden begrepen, als we inzien dat religies aan hun gelovigen een perspectief bieden op een rechtvaardige of rechtvaardigere samenleving. Wanneer samenlevingen dat perspectief niet op andere wijze kunnen bieden, ligt het voor de hand dat religies terrein winnen.”

Kortom: in mijn verhalen blijf ik consistent twee dingen benadrukken: de handhaving van een democratische seculiere staat, zonder je ogen te sluiten voor datgene wat religie gelovigen biedt.

Ken ik daarmee hogere morele waarden toe aan gelovigen, zoals Chavannes stelt? Nee hoor, helemaal niet. Maar omgekeerd is het even arrogant om niet te willen begrijpen wat godsdienst voor mensen kan betekenen en waarom de aandacht voor godsdienst en zingeving weer toeneemt.