Naïviteit van Van Gogh is onnavolgbaar

Vincent van Gogh: ‘Het gele huis’ (De straat), 1888

Tentoonstelling: Vincent van Gogh en het Expressionisme. T/m 4 maart in het Van Gogh Museum, Paulus Potterstraat 7, Amsterdam. Dagelijks 10-18u, vr 10-22u. Inl: 020-5705200, www.vangoghmuseum.nl

De leden van Die Brücke, de Expressionistische schildersbent uit Dresden aan het begin van de twintigste eeuw, maakten er geen geheim van dat Vincent van Gogh hun grote voorbeeld was. De invloed van ‘de eerste Expressionist’ op hun werk was zelfs zo groot dat Emil Nolde in 1907 zei dat de groep zich beter Van Goghiana had kunnen noemen. Zelf verliet hij Die Brücke al na een jaar.

Op een tentoonstelling over Van Gogh en het Duitse Expressionisme in het Van Gogh Museum in Amsterdam is goed te zien waarin Nolde zich van de andere leden onderscheidde. Zijn Witte stammen (1908) hangen er naast Van Goghs Olijfgaard (1889). Het is best mogelijk dat Nolde door Van Goghs boomgaarden geïnspireerd werd om zelf van die grillige boomstammen te schilderen, maar hij heeft ze met zijn eigen ogen bekeken, niet met die van Vincent.

Veel van de andere Expressionisten waren, althans in hun beginjaren, wél regelrechte adepten. Erich Heckel schilderde de Elbe bij Dresden (1905) in groene, blauwe, gele en rode streepjes onder een lucht van gekleurde vermicelli. De vorm doet aan Van Gogh denken, maar als je van Heckels schilderij naar Van Goghs Veld met bloemen bij Arles (1888) kijkt, zie je meteen dat de intentie anders is. Van Gogh kijkt en noteert. Zijn gestreep en gestippel staat in dienst van een precieze, studieuze weergave van de blauwe lissen op de voorgrond, het veld daarachter, de bomen en het dorpsgezicht in de verte. Je ziet dat hij ruimte en licht wil maken. Vorm volgt functie. Bij Heckel heeft de stilering de overhand gekregen. De kleurstreepjes zijn met flair naast elkaar gezet, maar met water of lucht hebben ze niets te maken. Het verband tussen vorm en functie is zoek.

Het verschil tussen Van Gogh en Gustav Klimt – ook de Weense Expressionisten zijn in de tentoonstelling in het Van Gogh Museum betrokken – is van dezelfde orde. Als Van Gogh gras in lange dunne streken schildert, komt het gras daardoor beter uit de verf. De kronkelende penseelvoering in de Olijfgaard vloeit voort uit de kromme boomstammen en het hoge gras. Lucht, gebladerte en gras worden door de stilering bij elkaar getrokken, maar het onderwerp van het schilderij is nog altijd de boomgaard, niet de stilering. Bij Klimt is een Tuinlandschap (ca. 1905) zowat opgelost in een groot decoratief patroon, een colourfield van groene streepjes. Het doek ziet er braaf en monotoon uit naast Van Goghs De tuin van Daubigny (1890).

Verderop legt Lariks op een bosweide (1908) van Franz Marc – lid van de Münchense groep Die Blaue Reiter – het af tegen Van Goghs Bloeiende perenboompje (1888). Marc schilderde een zwierige boom in gezellig gras, groen in groen. Alle scherpe kantjes zijn van de vorm en de kleur af. Van Gogh liet zich door een eigenwijs jong boompje verrassen. Het staat er fel en scherp bij, de takken trekken zich niets van het schilderij aan. Van Gogh mocht dan de eerste Expressionist zijn, hij was toch ook nog steeds een echte impressionist, iemand die onbevangen vastlegde wat hij zag.

Die onbevangenheid ging soms met grote onhandigheid gepaard. Er zitten wel eens rare vertekeningen in Van Goghs gebouwen, figuren zijn houterig of te groot in verhouding tot hun omgeving, volumes in een gezicht zijn onbeholpen gearceerd. Waarschijnlijk waren dat geen bewust gekozen stileringen: Van Gogh was, om met de kunsthistoricus Max Friedländer te spreken, meer een genie dan een talent. Je vergeeft hem zijn onbeholpenheid omdat zijn concentratie zo groot was, zijn bezetenheid zo oprecht en meeslepend.

Het spreekt vanzelf dat die naïviteit niet geïmiteerd kan worden. Sommige van de Expressionisten probeerden het toch en faalden jammerlijk: kijk van Van Goghs Gele huis (1888) naar Kandinsky’s Straat in Murnau met vrouwen (1908) en je ziet het verschil tussen kinderlijk en kinderachtig.

De tentoonstelling is helemaal ingericht op dat vergelijken van voorbeeld en navolger. Helemaal eerlijk is dat niet, want van Van Gogh zijn representatieve schilderijen te zien, terwijl van de Expressionisten vooral werk getoond wordt dat zijn invloed illustreert. Die invloed werd bij de meesten al gauw beter verteerd, maar hun latere werk valt buiten de opzet van deze expositie.

Op de tentoonstelling Vincent van Gogh en het Expressionisme wordt een schakel in de kunstgeschiedenis onder de loep genomen. Uitzoomen doen we later wel weer.