Naai je eigen kleren in Berlijns eerste naaicafé

In Berlijn kun je achter de naaimachine gaan zitten in het eerste ‘naaicafé’ ter wereld, schrijft Lukas Keijser

NEDERLANDSE NAAICAFÉBAZIN Linda Eilers geeft aanwijzingen aan haar Berlijnse zelfmaakklanten Foto Lukas Keijser Keijser, Lukas

Een meisje zit rustig voor haar vriend een tas te naaien van geelblauw gestreept vrachtwagenzeil, twee Ciske de Rat-achtige jongens maken van één Palestijnse sjaal heel precies twee sjaals. Een jonge vrouw neemt haar paarsrode tweedehands jurk uit de seventies in. Dat er gaat minder fijnzinnig aan toe, ze geeft de naaimachine vol gas. De grond ligt vol met kleurige stofresten en garens, op de achtergrond klinken de laatste cd’s van Peaches en Felix Da HouseCat.

HIP KREUZBERG

Het naaicafé Linkle Stitch ’n Bitch in de Berlijnse wijk Kreuzberg dat afgelopen september opende, is voorzover bekend het eerste ter wereld. Hier kun je, als in een internetcafé, voor vijf euro per uur achter een van de tien naaimachines werken die er staan, knippen aan de ruime snijtafel en patronen maken of natekenen uit de stapels handwerkbladen die er liggen. Behalve maandag is het café dagelijks van 13 tot 22 uur geopend. Je kunt er zonder afspraak binnenlopen en er hulp krijgen, als nodig tot in het detail.

De eigenaar van het naaicafé, en vooralsnog de enige medewerker, is de Nederlandse Linda Eilers (29). Ze loopt rond in het café waar seventiesstoffen aan de wand hangen en door haar opgehipte tassen. Ze maakt koffie en zwaait naar hip Kreuzberg dat langs de grote etalageruiten loopt en de eigenaren van de Falafeltenten en belcafés uit de straat. „Daar kun je nog wel wat cools van maken”, zegt ze tegen het meisje van de tas die stof over heeft „Heb je al een tasje voor je mobiel?” En als ze meekijkt met de jongens: „Daar één centimeter overlaten.” Ze kletst met klanten als een echte barvrouw en maakt grappen. „Je lijkt wel een gorilla”, zegt ze lachend tegen de vrouw met de seventiesjurk die zich in de naaimachinestress zit te werken.

Het idee voor Linkle Stitch ’n Bitch, vertelt Eilders, kwam vorig jaar toen ze nog naaicursussen gaf en in opdracht kleding maakte in Utrecht. Ze begon daarmee toen ze haar studie filosofie niet had afgerond. Van haar moeder die coupeuse was en via cursussen bij onder andere traditionele kleermakers leerde ze het vak. „Het ging heel goed, maar ik moest er een bijbaan bij hebben. Een vriendin die in dezelfde situatie zat, kwam met het plan om in Utrecht een stoffenwinkel te openen waarvandaan we cursussen konden geven.”

DUUR NEDERLAND

Het kwam er niet van de grond. „In het centrum een pand huren was onmogelijk. De panden daar waren onbetaalbaar of je had er een ter grootte van een kleerkast. Buiten het centrum kwam je bijvoorbeeld terecht op een industrieterrein driehoog achter of in een goor, aftands atelier.”

Dus werd het Berlijn. De huren liggen daar aanzienlijk lager en er bestaat al langer een levendige cultuur van zelfmaakmode. „De dag voor mijn vijfentwintigste verjaardag was ik in Berlijn in de winkel Hasipop waar ze zelfgemaakte kleren verkochten die ze achterin de winkel maakten. Toen dacht ik: voor mijn dertigste woon ik er. Nadat het in Nederland spaak liep, was dat het moment. Ik had geld gespaard en had een businessplan dat ik alleen maar hoefde aan te passen omdat stoffen verkopen én cursussen geven in m’n eentje te veel was.”

In het café komt een uiteenlopend publiek, van beginners tot modestudenten, van de boeddhistische vrouw die een Tibetaanse rok komt maken en de vrouw die haar eigen trouwjurk wil naaien tot jongens die hun lievelingsbroeken komen repareren. In de Duitse pers krijgt het naaicafé overal aandacht, bij de publieke en commerciële tv-zenders, in serieuze kranten en tabloids. „Zelf maken is echt een trend”, zegt Eilders. „Dat merkte ik ook in Nederland. Voor de naailessen daar had ik altijd volle groepen van zestien personen. Ik had daar wachtlijsten voor, en zeker twee tot drie aanmeldingen per week en als er iemand ziek was, dan kwam er altijd wel iemand anders voor in de plaats.”

skaterjongens

Maar ook op kunstacademies zijn traditionele handwerktechnieken weer populair. Stoere skaterjongens die vilten zijn geen uitzondering meer. Daarbij wordt al jaren geroepen dat breien weer hip is. De Stitch ’n Bitch-breigroepen, waar de naam van het naaicafé ook naar verwijst, zijn tot in Nederland actief. Er bestaan in grote steden van Amerika en elders (zie kader) sinds een paar jaar breicafés die door jong en mooi worden bezocht. Madonna, Kate Moss en Julia Roberts zouden breiverslaafd zijn.

„Mensen zijn de eenheidsworst zat”, verklaart Eilders. „Kopen ze een mooie jas bij de Hennes en dan kom je ’m daarna elk kwartier op straat tegen.” Bovendien, denkt ze, willen we weer wat met onze handen doen. „De laatste tien jaar hebben we vooral achter de computer gezeten.” Dat blijkt ook bij de vrouw met de seventiesjurk. Een spoel vervangen kan ze niet. Eilders geeft haar aanwijzingen. In het Duits. Ze zegt: „Weet je wat zo heerlijk is? Het suggestieve van het woord naaien is er in het Duits niet. Ik ergerde me er vroeger kapot aan. Het gekke is dat ik er nu zelf grappen over maak met mijn Nederlandse vrienden.”

www.linkle.de