Márquez niet boos op Llosa

Ook dertig jaar later praten Gabriel García Márquez en Mario Vargas Llosa liever niet over hun vuistgevecht, maar deze week werd bekend dat de twee Latijns-Amerikaanse sterauteurs hun decennialange ruzie mogelijk bijleggen.

Dit jaar is het veertig jaar geleden dat Márquez’ Honderd jaar eenzaamheid verscheen, wat onder meer wordt gevierd met een speciale editie van het meesterwerk. Hierin zal een voorwoord van Vargas Llosa zijn opgenomen. Dit verklapte een woordvoerder van uitgeverij Real Academia Española woensdag in de Britse krant The Guardian.

Vargas Llosa schreef in 1971 het boekje García Márquez: Historia de un deicidio. In dit ‘Verhaal van een godsmoord’ geeft hij hoog op over Márquez’ verhalende kwaliteiten. Aan dit essay zal waarschijnlijk het voorwoord voor de feesteditie worden ontleend.

De Colombiaan Márquez (79) en de Peruaan Vargas Llosa (70) waren tot in de jaren zeventig goede vrienden. Beiden begonnen hun carrière in de journalistiek en werden later schrijver. Over de aanleiding van de breuk tussen de twee Zuid-Amerikanen is veel onduidelijk. Volgens de meeste lezingen vond de knokpartij plaats in een Mexicaanse bioscoop. Andere bronnen melden dat de twee elkaar te lijf gingen in het statige Paleis van de Schone Kunsten in Mexico-Stad. Ook het jaartal wisselt: 1975, 1976 of 1977.

De aanleiding is eveneens onhelder. In een versie maakt Márquez avances richting Vargas Llosa’s vrouw. Anderen noemen een minder banale reden: Vargas LLosa was boos over Márquez’ aanhoudende steun aan het regime van Fidel Castro. Hijzelf brak al met de Cubaanse leider nadat deze in 1971 de schrijver Herberto Padilla had opgesloten. Anno 2007 steunt Márquez Castro nog steeds; Vargas Llosa deed in 1990 als centrum-rechtse kandidaat een mislukte gooi naar het Peruaanse presidentschap. Tegenwoordig bekritiseert hij in opinieartikelen graag de opkomst van populistisch links in Zuid-Amerika.