Mama komt je halen

Loudy Nijhof met haar zoon Alaya: „Toen ik hem omhelsde verroerde hij zich niet. Na tien minuten zakte hij als een plumpudding in elkaar” Foto Rien Zilvold dordrecht 06-11-2006 loudy nijhof en haar zoon alaya foto rien zilvold Zilvold, Rien

‘Op donderdag 21 oktober 2004 werd mijn zoon Alaya door mijn ex-vriend afgehaald op het station in Dordrecht. Zijn fietsje werd in de auto geladen en hij zou een paar dagen van de herfstvakantie bij zijn vader doorbrengen. Op maandag 25 oktober zou hij terug naar huis komen, want de dag erna moest hij weer naar school. Hij was zeven jaar oud. Normaal gesproken belde Alaya me elk weekeinde als hij bij zijn vader was, maar deze keer niet. De mobiele telefoon van zijn vader bleek afgesloten en toen begon ik me ongerust te maken. We waren sinds 1999 uit elkaar en ik had het gezag over Alaya gekregen. In 2001 nam hij zijn zoon mee op vakantie naar familie in Tunesië en dreigde hem daar te laten als ik niet zou meewerken aan gedeeld ouderlijk gezag. Na maanden onderhandelen en het inschakelen van een notaris mocht ik Alaya in Tunesië ophalen en in september 2004 kreeg mijn ex het gedeeld gezag. Daarom had ik nu zo’n angstig gevoel. Ik heb op zaterdag zijn vriendin gebeld en gevraagd of ze Alaya wilde laten terugbellen. „Hij is even weg”, zei ze toen. Ik heb de dagen daarna niet geslapen en op maandag heb ik zijn vriendin op haar werk gebeld. „Maar Loudy”, zei ze toen, „je weet toch wel dat Alaya met zijn vader in Tunesië is, want zijn broer gaat dood.” Dan weet je dat je angst bewaarheid is geworden. Dan zakt de bodem onder je voeten vandaan. Nu is hij echt weg, dacht ik.

Ik heb meteen naar Tunesië gebeld en kreeg Alaya’s oma aan de telefoon. Ik eiste dat ik mijn zoon aan de telefoon kreeg, maar hij lag volgens haar te slapen. Ze dacht dat Alaya vakantie had en geloofde niet dat hij morgen op school moest zijn. Daarna werd een hele periode de telefoon niet opgenomen. Ik dacht: wat moet ik nu? Mijn kind is weg en zit 3.500 kilometer hier vandaan. Ik heb toen de politie in Dordrecht gebeld en zei dat mijn kind was ontvoerd. Zo heb ik het van begin af aan genoemd. De politie zei in eerste instantie: de jongen heeft de achternaam van zijn vader, uw ex heeft gedeeld gezag, hij mag dat doen. Ik vertelde hen dat het onttrekking aan het ouderlijk gezag was en toen kon ik op dinsdag aangifte komen doen. Op het bureau zat een stagiaire en daar kreeg ik meteen een woordenwisseling mee. Die had zoiets van: mevrouw, u heeft geen poot om op te staan. Ze nam de zaak niet serieus. Ik kreeg ook een folder mee van de Centrale Autoriteit, het bureau bij het ministerie van Justitie dat over internationale kinderontvoeringen gaat. Daar heb ik diezelfde week mee gebeld. „U zult een hele lange adem moeten hebben, mevrouw Nijhof, en de kans dat uw kind terugkomt is minimaal. Ik treed buiten mijn boekje, maar ik kan u het telefoonnummer geven van een terugontvoerder uit Arnhem”, zei die vrouw. Maar dat wilde ik niet. Mijn zoon was tien dagen weg, dan zeg je toch niet: sla de illegale weg maar in?

Je gaat op zo’n moment over je grenzen heen. Als ik niets te doen had belde ik de hele dag naar Tunesië. Na drie weken kreeg ik mijn ex te pakken. Toen heb ik Alaya drie keer kunnen spreken. Dat waren korte gesprekken met een heel bang jongetje van zeven jaar oud dat geen Arabisch spreekt, dat vaak niet eens naar zijn vader wilde en dat in een vreemd land zit. Hij woonde bij mij en in één keer is hij weg. Dat is zo raar. Een medewerker van de ambassade in Tunis heeft hem één keer bezocht bij zijn familie in Sousse en zei: dit kan zo niet, die jongen moet daar weg.

Op 25 november spande ik mijn eerste kort geding aan tegen de vader, die in Hoorn woonde. De rechtbank in Alkmaar oordeelde dat mijn kind binnen 24 uur teruggebracht moest worden. Op 17 december oordeelde de Dordtse rechtbank dat ik mijn ex mocht laten gijzelen totdat het kind terug was. Mijn ex heeft een dubbele nationaliteit, maar hij woont in Nederland en had toen een uitkering. Daarom kwam hij eind november terug. Alleen. Alaya liet hij achter bij zijn familie. Mijn ex werd op de dag van de Dordtse zaak opgepakt. De politie zei dat ze hem daarna weer snel moesten vrijlaten, maar toen de officier van justitie erbij werd gehaald zijn ze er goed naar gaan kijken. Hij bleef in voorarrest en werd in april 2005 veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf, waarvan twee voorwaardelijk, wegens onttrekking van een kind aan het ouderlijk gezag. Vanuit de gevangenis bleef hij zijn familie instructies geven over Alaya. De politie luisterde zijn telefoongesprekken af en uit de tapverslagen bleek dat hij opdracht had gegeven Alaya naar een ander Arabisch land te ontvoeren als de autoriteiten ooit zouden besluiten dat hij terug naar Nederland moest.

Op 12 januari 2005 reisde ik voor de eerste keer naar Tunesië. Ik kende de familie en dacht dat ik ze tot rede kon brengen. Ik vond ook dat ik als moeder bij mijn kind moest zijn. Bovendien had ik mijn handen vrij omdat mijn ex achter de tralies zat. Vanaf het vliegveld ben ik onmiddellijk onaangekondigd naar de familie gegaan. Alaya zat inmiddels op een Arabische school en kwam net thuis. Hij was gehuld in een dik jack en zag lijkbleek. Hij was helemaal in zichzelf gekeerd. Toen ik hem omhelsde verroerde hij zich niet. Na tien minuten zakte hij als een plumpudding in elkaar.

De Tunesische advocaat die ik in de arm had genomen zei: deze zaak is simpel. Dit is geen Tunesisch kind, het is uit een niet-huwelijk geboren, het is een toerist, dus je gaat hem gewoon halen. De volgende dag ben ik met een vriendin die was meegereisd naar oma gegaan en ik heb tegen Alaya gezegd: mama komt je halen. Oma werd hysterisch en haalde er twee buurmannen bij. Even later kwam de politie en zaten we met zijn allen op het bureau. Daar bleek wat de advocaat had gezegd onzin te zijn: ik kon Alaya niet meenemen zonder toestemming van de vader. Een paar dagen later zaten we bij de kinderrechter en kreeg ik een omgangsregeling. Ik mocht mijn zoon vier keer in de week bezoeken. Oma sloeg daarna op de vlucht met Alaya en was twee weken lang spoorloos. Ik nam een andere advocaat in Sousse en bij de volgende zitting van de kinderrechter kwam oma ineens opdagen. Ze was hysterisch en wilde haar gevangen zoon in Nederland ruilen voor Alaya. Toen bepaalde de rechter dat ik Alaya mocht zien, maar alleen onder toezicht van oma.

In totaal heb ik acht keer voor de rechter gestaan in Tunesië. Ik heb zelfs een strafzaak tegen oma aangespannen. Ik dacht een maand te blijven, maar het werden er veertien. Om de drie maanden verliep mijn visum en moest ik het land uit. Als ik in Nederland was bestookte ik Buitenlandse Zaken en de Tweede Kamer met brieven. Vier keer zijn er Kamervragen gesteld. Minister Bot sneed de kwestie aan bij zijn bezoek aan Tunesië in juni 2005 en Willem Alexander en Máxima deden dat tijdens hun staatsbezoek in september van dat jaar. Een dag daarna werd ik gebeld door de Tunesische ambassade in Scheveningen. Ik had het idee dat ze van hogerhand opdracht hadden gekregen iets aan de situatie te doen. Zij hebben maandenlang bemiddeld om mijn ex de uitreispapieren voor mijn zoon te laten tekenen. Toen alles rond leek, kwam hij met de eis dat ik weer bij hem moest komen wonen. Ondertussen kwam de datum dat hij vrij zou komen dichterbij. Het Openbaar Ministerie in Dordrecht heeft toen gedreigd tien jaar cel tegen hem te eisen vanwege het voortduren van het delict. Toen heeft mijn ex de uitreispapieren getekend. De zaak is nu voorwaardelijke geseponeerd totdat Alaya achttien jaar oud is. Als mijn ex hem in de tussentijd ontvoert, wacht hem tien jaar gevangenisstraf.

Ik kreeg het getekende contract van een medewerker van de Tunesische ambassade toen ik al in het vliegtuig zat. Het leek wel een film. In Tunesië heeft het nog drie weken geduurd voordat alle papieren rond waren. Toen heb ik tickets gekocht en ben ik Alaya op gaan halen.

De hele familie ging mee naar het vliegveld, maar toen mocht ik ineens niet door de douane. Alaya had zijn Tunesische paspoort nodig om uit te reizen. Zijn vader bleek dat in 2003 zonder mijn medeweten te hebben aangevraagd bij de Tunesische ambassade. Volgens de Tunesische wet kon hij dat doen, volgens de Nederlandse zou dat nooit zonder mijn handtekening kunnen. De Nederlandse consul heeft toen iedereen uit zijn bed gebeld en is me met een taxi komen halen. Oma kwam toen ineens met het Tunesische paspoort op de proppen. We hebben Alaya meegenomen naar Tunis en daar was ik voor het eerst sinds anderhalf jaar alleen met mijn zoon. De volgende dag zijn we afgereisd naar Nederland. Toen we op 19 april 2006 aankwamen op Schiphol kwam er een soort verdwaasdheid over me. Ik ontwaakte uit een nachtmerrie waarin ik alleen adrenaline had gevoeld.

In de verhalen die ik lees over Sara en Ammar die door hun vader naar Syrië waren ontvoerd, staat dat minder dan 5 procent van de ontvoerde kinderen terugkomt. En de kinderen die terugkomen zijn terugontvoerd. Ik had vergeleken bij het geval van Sara en Ammar het voordeel dat de vader in de gevangenis zat. Maar ik heb er veel werk in moeten steken om mijn ex-man te laten arresteren. Het was heel moeilijk om aangifte te doen.

De Nederlandse regering hoopt nu op een precedentwerking van het geval van Sara en Ammar. Maar geloof me: er worden geen precedenten geschapen. Er moet gewoon voor ieder geval geknokt worden en aangiften moeten serieus genomen worden. De enige oplossing is dat overheden hun verantwoordelijkheid nemen. De ambassade in Tunis zei tegen mij dat er achttien ontvoerde kinderen in het land verblijven, maar op Kamervragen liet ze de minister antwoorden dat het er maar twee zijn. Het echte probleem is dat ze niet met de vuist op tafel durven slaan en economische motieven laten prevaleren.

Met Alaya gaat het nu goed. Hij gaat weer naar school en heeft vriendjes in de buurt. Ik heb intussen weer alleen het gezag over mijn zoon. Hij heeft een aantal keren contact gehad met zijn vader. Dat was de voorwaarde van mijn ex om de uitreispapieren te tekenen. Maar hij ziet zijn zoon alleen met mij erbij.”

Opgetekend door André Oerlemans

    • André Oerlemans