Linzen in Bradford

De Britse stad Bradford geldt al decennia als multicultureel laboratorium. De laatste tijd groeit het zelfvertrouwen van de moslimgemeenschap. „Wij willen de eeuwige slachtofferrol van ons afschudden.”

Pakistaanse stoffenwinkel in Bradford Foto Richard Gardner/Rex Features/RBP Mandatory Credit: Richard Gardner / Rex Features Ltd. A SHOPPER LOOKING AT ASIAN FASHIONS AT THE BOMBAY STORES YORKSHIRE, ENGLAND, BRITAIN - 2003 CLOTHES CLOTHING INTERIOR BRADFORD SHOP SHOPPER INDIAN Rex Features/RBP

Kris Hopkins, voorzitter van de gemeenteraad van Bradford, kijkt uit het raam van zijn kamer in het monumentale Victoriaanse stadhuis. „Een opdracht voor je”, roept hij naar zijn secretaresse. „Zie je die vuilniszakken daar aan de overkant van het plein? De winkeliers mogen die pas morgenochtend vroeg buitenzetten.” Even later zijn de zakken verdwenen. „Mission accomplished”, stelt de fors gebouwde Conservatieve politicus tevreden vast.

Als alle problemen in de voormalige textielstad zich zo makkelijk lieten oplossen, stond Bradford er een stuk beter voor. Vooral de integratie van de grote moslimgemeenschap, een erfenis van de textielindustrie die goedkope gastarbeiders nodig had, blijft voor hoofdbrekens zorgen. „We doen wat we kunnen om moslims en de rest van de gemeenschap tot elkaar te brengen”, zegt Hopkins, die als raadsvoorzitter het beleid helpt bepalen. „Maar makkelijk is het niet. In feite hebben ze angst voor elkaar. Zie die maar eens te overwinnen.”

In Manningham, een oude wijk die tot diep in de twintigste eeuw het middelpunt vormde van de befaamde textielindustrie van Bradford, wordt duidelijk waarover Hopkins het heeft. Hier zijn blanke gezichten al jaren zeldzaam. Je komt er op straat oude mannen in lange gewaden tegen met witte baarden die angstig wegduiken als je het woord tot ze richt. „No, no, I no English”, roept een man afwerend.

In de buurt, waar mensen van Pakistaanse afkomst de meerderheid vormen, zijn velen het Engels nog niet machtig.

Een paar kilometer zuidelijker, in de wijk Buttershaw, waait een andere wind. Het is een buurt met bescheiden twee-onder-een-kapwoningen uit de jaren ’60 en ’70, waar de blanke lagere middenklasse de toon zet. De vraag hoe het met de toenadering tussen moslims en de rest van de bevolking staat, wordt door de mannen aan de tap van de pub Horse & Groom met hoongelach begroet. „We zorgen wel dat ze hier wegblijven”, zegt een man met forse tatoeages op zijn arm dreigend.

Een paar straten verder verstrakt het gezicht van een garagehouder als het thema moslims ter sprake komt. „Ze nemen de hele stad over”, zegt hij met een zwaar Yorkshire-accent, de regio waartoe Bradford behoort. „Ik geneer me tegenwoordig om te zeggen dat ik uit Bradford kom, iedereen weet dat het hier vol zit met moslims.”

Aan Hopkins en het stadsbestuur de ondankbare taak deze tegenpolen met elkaar te verzoenen. Veel houvast hebben ze niet. Het multiculturalisme werd door de regering van premier Tony Blair lang als hét middel gepresenteerd om migranten te integreren. Maar sinds de aanslagen van vorig jaar in Londen door jonge moslims van Britse bodem heeft die methode afgedaan. Het recept om groepen immigranten geld te geven om organisaties voor de eigen gemeenschap op te zetten en ze met rust te laten tot ze geruisloos in de rest van de samenleving opgingen, bleek bij een deel van de moslims in elk geval niet te werken.

Het stadsbestuur probeert Bradford op verschillende manieren nieuwe impulsen te geven. Met geld van zowel de regering in Londen als van bedrijven verbetert het de infrastructuur. Ook hoopt de stad de blanke middenklasse, die de stad massaal de rug toekeerde, terug te lokken. Een project van grote symbolische waarde is de verbouwing van de vervallen Lister-fabriek in Manningham tot appartementen. Het oude fabriekscomplex uit 1873, dat van een paleisachtige allure is met een enorme schoorsteen in de vorm van een Italiaanse kerktoren, wordt op het ogenblik drastisch opgeknapt. ‘De geboorte van een nieuwe stad’ staat er op een groot spandoek, dat op de schoorsteen in de wind wappert.

Joyce Higgins, een vrouw met geblondeerd haar die in een winkel voor dubbele ramen werkt vlak naast het fabriekscomplex, is optimistisch. Hoewel ze niet meer in Manningham woont, kent ze de wijk goed. „Mijn vader en grootvader werkten allebei in de fabriek. Ik ben hier ook met Aziatische kinderen op school geweest. Geen probleem. De wijk is natuurlijk vervallen en er zijn wel eens incidenten, maar ik heb zelf nooit moeilijkheden met moslims gehad. Er zit nu vooruitgang in. Er komen meer blanken en meer investeringen in de buurt.” De modern ogende winkel is eigendom van Tee Akram, een 30-jarige moslim. „Ik geloof dat de problemen hier vaak worden overdreven”, zegt hij. „Het is hier juist een heel goede gemeenschap.”

Het stadsbestuur probeert waar mogelijk de dialoog tussen de gemeenschappen te bevorderen. Er zijn ruim negentig buurtcomités opgezet, waar de bewoners hun grieven met elkaar kunnen bespreken. De meeste nadruk legt de gemeente op onderwijs. Ze heeft een programma opgezet om ‘Aziatische’ scholen en ‘blanke’ scholen in Bradford aan elkaar te koppelen. Groepen leerlingen bezoeken elkaars scholen en maken bijvoorbeeld samen iets kunstzinnigs. „Zo is er gelegenheid elkaar beter te leren kennen en begrijpen”, aldus Hopkins.

Ook houdt de gemeente het religieuze onderwijs nauwlettend in de gaten. Op het curriculum van alle scholen moet volop aandacht worden geschonken aan andere godsdiensten, met name aan belangrijke feestdagen. Zo worden alle kinderen in Bradford groot met Kerstmis, suikerfeest en diwali, het hindoefeest van de lichtjes.

Maar soms krijgt Hopkins het gevoel dat hij en zijn collega’s met een sisyfusarbeid bezig zijn. Nu weer het debat over de sluier van moslimvrouwen, dat door oud-minister van Buitenlandse Zaken Jack Straw is aangezwengeld. „We hebben waarachtig wel urgentere zaken dan de sluier. Die is hier nooit een probleem geweest. De nikab, die alleen ruimte voor de ogen van de vrouw laat, kwam je hier haast niet tegen. Maar nu plotseling van de weeromstuit wel. Sommige vrouwen zijn uit protest de nikab gaan dragen.”

Geërgerd vertelt Hopkins dat de regering verwacht dat hij en zijn collega’s moslimjongeren beter laten presteren op school. Jonge moslims moet worden ingeprent zich te houden aan de Britse democratische waarden. Maar op een bijeenkomst met moslimjongeren in Bradford over de beteugeling van moslimextremisme weigerden vertegenwoordigers van de regering onlangs het buitenlandse beleid in Afghanistan en Irak op de agenda te zetten, ondanks uitdrukkelijk verzoek van de moslims. Hopkins: „Dat leidde tot woede bij de jongeren. Ik had daar begrip voor. Als het om vrijheid van meningsuiting gaat, zeggen we: moslims mogen geen sluier dragen en er mag niet worden gesproken over ons buitenlands beleid. Dat is niet democratisch.”

Hopkins erkent dat er een groep jongeren is, waarop de gemeente ondanks allerlei toenaderingspogingen geen greep heeft. „Die zijn boos en gefrustreerd en hebben het gevoel dat ze buiten de gemeenschap staan.”

Bradford heeft door de jaren heen naar eigen oplossingen voor de integratieproblemen gezocht. In de jaren ’70 werden Aziatische kinderen door de gemeente op blanke lagere scholen ondergebracht om wederzijds begrip te kweken. Het werkte tot op zekere hoogte, maar rond 1980 kwam er een einde aan. Het zou een vorm van rassendiscriminatie zijn. Er gingen immers geen bussen met blanke kinderen naar scholen in Aziatische wijken.

De segregatie rukte onstuitbaar op, mede door de snelle aanwas van de moslimgemeenschap. Na de komst van de eerste gastarbeiders in de textielfabrieken in de jaren ’50 uit het district Mirpur in het Pakistaanse deel van Kashmir, ging het snel. In 1971 waren er al 30.000 immigranten, hoofdzakelijk afkomstig van het Indiase subcontinent. De volkstelling van 2001 wees uit dat er meer dan 73.000 moslims in Bradford huisden, op een totale bevolking van 467.000. Daarnaast zijn er nog groepen hindoes en sikhs en de laatste tijd bovendien migranten uit Oost-Europa.

Er kwamen steeds vaker heftige aanvaringen tussen de moslims en hun omgeving. De roemruchte ‘Rushdie-affaire’ begon in Bradford. Weliswaar waren er al verspreide protesten geweest, maar in Bradford staken woedende moslims begin 1989 voor het eerst voor de camera’s exemplaren van The Satanic Verses in brand. De beelden gingen de wereld over en het duurde niet lang of ayatollah Khomeini sprak in Iran zijn fatwa uit, die Salman Rushdie vogelvrij verklaarde.

Voor de moslims in Bradford en ver daarbuiten was het een beslissend moment. „Tot dan zagen ze zichzelf vooral als mensen van een ander ras of als Pakistanen of Kashmiri’s, niet zozeer in termen van hun religie”, zegt Yunas Samad, socioloog aan de Universiteit van Bradford. „Door de Rushdie-affaire veranderde dat. Plotseling werd hun religie de bepalende factor.”

In 1995 kwam het tot rellen en in de zomer van 2001 was het weer raak. Grote groepen moslimjongeren, die kwaad waren over een demonstratie van het extreem-rechtse Nationale Front, raakten slaags met de politie. Hopkins wijst naar het plein voor het stadhuis: „Hier woedde een ware veldslag. De bereden politie voerde charges uit.” De materiële schade was groot en het wederzijdse vertrouwen was weg. Opnieuw moest het stadsbestuur de scherven ruimen en van voren af aan beginnen.

Een reden voor de onrust was volgens velen de slechte economische toestand. De stad is de ondergang van de textielindustrie, ruim een eeuw lang de motor van de lokale economie, nog niet te boven. „Bradford hoort een beetje tot de vergeten delen van Groot-Brittannië”, zegt Samad. „Er heeft hier geen proces van vernieuwing en herstel plaatsgevonden zoals in andere oude Noord-Engelse industriële centra. Steden als Leeds en Manchester stralen weer zelfvertrouwen uit, terwijl velen in Bradford eerder denken dat de toekomst achter hen ligt.”

Toch groeit juist in de moslimgemeenschap in Bradford het zelfvertrouwen. Het is niet duidelijk of het komt door het minder moslimvriendelijke klimaat van de afgelopen jaren, door de internationale ontwikkelingen of door een autonoom proces van emancipatie, maar de moslims in Bradford gaan zichzelf steeds meer organiseren. Het belang van goed onderwijs wordt onderkend. Bij een scholingsproject voor jonge moeders in Manningham loopt het storm: hoewel het amper een jaar draait, doen er al duizend vrouwen aan mee.

Ook het economische succes van sommige moslims is goed voor het zelfvertrouwen. Neem het blinkende Mumtaz restaurant aan Great Horton Road, waar elke avond honderden moslims én niet-moslims zich te goed doen aan gekruid lamsvlees, linzen en allerlei andere gerechten uit Kashmir. Mumtaz, dat eind jaren zeventig op dezelfde plaats begon met een zaakje van drie bij vier meter, produceert nu eigen babyvoeding, en andere voedingsproducten. Een van de afnemers is het prestigieuze Londense warenhuis Harrods.

Een ander voorbeeld is de oprichting van Islam Radio door jonge, hoog opgeleide moslims uit Bradford. Een van hen is de 33-jarige Nasar Hanif, een vriendelijke man met een baardje en een westers pak aan. In zijn vrije tijd verzorgt hij wekelijks een programma over onderwijs. Hij geeft zelf natuur- en scheikunde aan een middelbare school in Bradford.

In het redactiekantoor, gevestigd in de omgebouwde bergruimte achter een oud kantoorpand, betoogt hij dat de moslims sinds de rellen van 2001 ambitieuzer zijn geworden. Ze houden zich meer met hun omgeving bezig, zoeken actiever werk en volgen cursussen. Sommigen zetten, al dan niet met steun van de gemeente, eigen bedrijfjes op. „Natuurlijk zijn er nog problemen maar de moslimgemeenschap wil vooruit. We willen de eeuwige slachtofferrol van ons afschudden.”

Ook de socioloog Samad ziet lichtpunten. Hij wijst op grotere mondigheid en ambitie bij jonge moslimvrouwen. „Onder invloed van hun westerse omgeving zijn ze meer individualistisch dan hun seksegenoten in Azië. Ze willen onderwijs, een baan buitenshuis en een huwelijk met een partner van eigen keuze, niet met een man die door hun ouders is uitgezocht.” Maar het belangrijkste is volgens hem dat steeds meer jonge moslims hoger onderwijs genieten. „Kijk naar de universiteit hier, bijna de helft van de studenten is moslim. Twintig jaar geleden zag je hier haast geen enkele moslim.”

Een ander hoopvol teken is dat een toenemend aantal moslims hun kinderen naar gemengde scholen stuurt. Nahida Khalid uit Manningham liet de bijna volledig ‘bruine’ buurtscholen links liggen en stuurde haar zoontje naar een gemengde school elders in de stad. „We wilden dat hij een bredere horizon kreeg. Het is niet goed volledig afgezonderd van andere gemeenschappen te leven. Je moet elkaar leren respecteren. Anders heb je een probleem in het leven.”

    • Floris van Straaten