Liever moeder

De emancipatie stagneert, concludeerde het Sociaal en Cultureel Planbureau in december. Maar wat is emancipatie: fulltime werken of vrijwillig moederen?

Internist Willemijn van der Laan met zoon Ralf: „Om negen uur zaten we aan het avondeten en daarna viel ik om.” Foto Leo van Velzen Amsterdam, 12-12-06. Willemijn van der Laan, internist. Met zoon Ralf. Foto Leo van Velzen NrcHb. Velzen, Leo van

Er is een nieuwe feministische golf – of eigenlijk zijn het er twee. De een streeft naar meer vrouwen in topbanen. Op de website women-on-top.nl staat een ‘brief aan de informatrice’ die door meer dan 1.200 vrouwen is ondertekend. De brief roept de nieuwe regering op tot maatregelen om het aantal vrouwen in de top van bedrijven, universiteiten en bestuursorganen te vergroten. Nederland loopt achter: het aandeel vrouwelijke hoogleraren is 9 procent, veel lager dan in bijvoorbeeld Roemenië, Letland en Turkije, blijkt uit de Monitor Vrouwelijke Hoogleraren 2006. Slechts vier procent van de leden van raden van bestuur en raden van commissarissen is vrouw. Gender balance is de eis van women-on-top, onder wie eurocommissaris Neelie Kroes: minimaal 40 procent mannen én minimaal 40 procent vrouwen aan de top. En desnoods een van boven opgelegde ‘gedragscode’ om dat te bereiken.

De tweede feministische golf streeft juist naar minder nadruk op werk en meer ruimte voor moederschap. In het boek Wie wil er nog moeder worden? pleit socioloog Christien Brinkgreve samen met hoogleraar voortplantingsgeneeskunde Egbert te Velde voor de erkenning van sekseverschillen. Waarom mag het niet zo zijn dat vrouwen hun gezin vaak net iets belangrijker vinden dan mannen en daarom in deeltijd gaan werken? Waarom moeten ze daarvoor boeten met verlies van inkomen en carrièreperspectief? Waarom zou je de dwang van het huismoederschap verruilen voor de dwang van een betaalde baan? Verloskundige Beatrijs Smulders lanceerde onlangs het idee van een ‘babysabbatical’, een jaar betaald en flexibel verlof voor vrouwen die een kind krijgen. „Wij vrouwen maken onszelf, onder het mom van emancipatie, gek met nóg harder werken, nóg meer uren en nóg minder tijd voor onszelf in die kwetsbare babytijd”, schrijft zij op www.babysabbatical.nl.

De eerste golf moet niets hebben van de tweede. Publiciste Heleen Mees, een van de vrouwen achter women-on-top, schreef in haar column in deze krant over de babysabbatical: „Een wettelijk zoogverlof van een jaar bij iedere baby schaadt de arbeidsmarktpositie van alle vrouwen in de vruchtbare leeftijd. Welke werkgever is bereid een vrouw een baan aan te bieden bij het vooruitzicht dat ze bij zwangerschap meteen een jaar uitvalt?” Het ‘anderhalfverdienersmodel’, met de vrouw in de halve baan, noemt Mees in een andere column „een verraderlijk brouwsel van traditionele rolpatronen aangelengd met een vleugje feminisme”.

Psycholoog en filosoof Kees Kraaijeveld zegt dat hij „heel verdrietig” wordt van het boek van Christien Brinkgreve. „Zij hoorde bij de avant-garde van het feminisme en nu is ze de strijd zat. Ik ben het niet met haar eens dat je de handdoek in de ring moet gooien. Juist nu niet, met het huidige conservatisme.” In een opiniestuk in de Volkskrant riep Kraaijeveld vrouwen op zich te verzetten tegen „seksistische verwachtingspatronen”, zoals de norm „dat jonge kinderen thuis horen bij hun mamma”. Vrouwen moeten volgens hem nog voor ze zwanger worden keihard onderhandelen met hun partner over een gelijke verdeling van de zorgtaken. „Veel vrouwen zijn moe en zeggen: kom maar op met dat moederschap. Ik zeg: nee dames, huppekee. Er is nog een wereld te winnen.”

„Ik ben helemaal niet moe”, zegt Christien Brinkgreve. „Mijn boek is juist heel strijdbaar.” Ze vindt dat ze ten onrechte in het conservatieve kamp wordt geplaatst. „Het debat is erg gepolariseerd, het lijkt feller dan tien, twintig jaar geleden. Als je niet voor topbanen en fulltime werken bent, ben je meteen conservatief. Ik zeg niet: kies voor je gezin, terug naar de keuken. Ik pleit voor meer ruimte, minder dwang. Dat vind ik heel emancipatoir.”

Groot is de verwarring voor de werkende vrouw. Wat is nu geëmancipeerd? Zorgen dat je carrière maakt en een topbaan krijgt of minder gaan werken en tijd geven aan je kinderen? Hoeveel keuzevrijheid heeft de geëmancipeerde vrouw echt? Dwingen seksistische verwachtingspatronen haar nog altijd in de richting van het zorgen en moet zij zich daartegen verzetten? Of dwingen feministische verwachtingen haar naar een fulltime baan, en moet zij zich dáártegen verzetten?

Voor Willemijn van der Laan (36) bleken moederschap en een fulltime baan niet te combineren. Ze is internist en nog in opleiding tot internist-reumatoloog. Haar man werkt vier dagen bij een marketing-onderzoeksbureau en een dag thuis. Hij heeft geen ‘zorgdag’, maar de taken zijn volgens Van der Laan toch bijna gelijk verdeeld. „Misschien doe ik iets meer met ons zoontje Ralph van twee. Maar ik wil ook niets liever, terwijl mijn man liever wat meer tijd voor zichzelf heeft.”

Toen ze na de bevalling weer aan het werk ging, begonnen de problemen. „Ik had gedacht dat ik ‘zen’ uit mijn zwangerschapsverlof zou komen: dat ik als vanzelf de balans zou vinden tussen werk en zorg en mijn werk beter zou kunnen relativeren. Dat was niet zo, het was alleen maar meer stress. Ik was de hele dag aan het rennen om op tijd naar huis te kunnen en vaak lukte het dan nog niet.”

Van tevoren had ze gezegd dat ze vier dagen wilde gaan werken. Dat kon. Ze kreeg de mogelijkheid samen met een andere moeder twee halve banen te combineren. Maar dat bleek zo ingewikkeld, dat ze na een half jaar besloot toch één baan fulltime te doen. Hoewel dat wat beter ging, bleek het uiteindelijk ook te zwaar. „Ik was voor achten op mijn werk en kon pas na zessen weg. Ik kon Ralph nooit naar de crèche brengen en nooit ophalen. Dat moest mijn man allemaal doen, wat niet de bedoeling was geweest. Kwam ik thuis, zat hij daar met een huilend kind. Nam ik het over. Om 8 uur lag de baby in bed, dan ging ik koken. Om 9 uur zaten we aan het avondeten en daarna viel ik om.”

De kinderopvang was niet het probleem. Ralph ging een jaar lang vijf dagen per week naar de crèche. Dat deed hem goed, vond ze. „Hij is daar een sociaal kind geworden, terwijl hij als baby heel introvert was.” Wel had ze het gevoel dat ze ongeschreven normen overtrad. „Vier dagen naar de crèche kan nog net, vijf is heel vreemd. Ik had altijd het idee dat ik dat moest uitleggen.” Maar het grootste probleem lag bij haarzelf. „Ík was gefrustreerd omdat ik de hele week niet bij hem was. Dat ging ik compenseren in het weekend. Dan deed ik de hele zorg. Naar de kinderboerderij, naar Artis, altijd met hem de hort op. En tussendoor deed ik de wassen van de hele week.”

Om een burn-out te vermijden meldde Van der Laan zich ziek en bleef twee maanden thuis. Nu werkt ze vier dagen. Haar man brengt hun zoon naar de crèche, zij is om kwart over vijf net op tijd vrij om hem te kunnen halen. Een tweede kind heeft ze even uitgesteld. „Ik dacht: als ik met één kind al overspannen ben geraakt, hoe moet dat dan met nog een? Als je pech hebt en je kind niet doorslaapt, is het slopend. Ik heb een baan waar ik echt mijn hoofd bij moet houden, ik moet elk kwartier beslissingen nemen. Dat red je niet met slapeloze nachten.”

Lisan Schrevel dacht vroeger dat ze na het krijgen van kinderen vier dagen zou gaan werken, en haar partner ook. Dat was hoe ze het wilde. Ze is nu 38 jaar en heeft drie kinderen van vier, drie en een half jaar oud. Ze is verpleeghuisarts en werkt drie dagen. Haar man, neuroloog, werkt fulltime.

Schrevel noemt zichzelf ambitieus. Haar huidige baan is „geen eindstation”. In de avonduren doet ze bestuurswerk. Als ze niet voor een derde kind had gekozen, had ze nu weer een opleiding gevolgd. „Als mijn man mij hoort zeggen dat ik even pas op de plaats maak met mijn carrière, zegt hij: ik zie eerder een onrustig dribbelen om straks weer te gaan sprinten.”

Waarom doet ze het zoals ze het doet? Heeft ze toegegeven aan ‘seksistische verwachtingspatronen’? Heeft ze niet goed ‘onderhandeld’ met haar man?

Zelf vindt Schrevel dat ze volledige keuzevrijheid heeft. Ze ervaart geen druk van haar omgeving of haar man. „Als er voor mij een superbaan van vier dagen voorbijkomt, gaan we opnieuw om de tafel.” Ze heeft niet het idee dat de vrouw het beste voor de kinderen kan zorgen en is er ook niet principieel tegen kinderen fulltime naar de crèche te brengen, al lijkt dat haar voor haar eigen kinderen niet goed. „Mijn oudste is best druk, de middelste is ontzettend eenkennig en de derde is gewoon nog heel klein. Ik merk aan ze dat ze thuis meer rust hebben.”

De beslissing om drie dagen te gaan werken viel na een bewogen periode in haar leven, waarin ze op een rijtje zette wat ze echt belangrijk vond. „Kinderen vind ik echt belangrijk. Werk ook, ik wil mezelf kunnen ontplooien. Maar, zoals mijn schoonmoeder een keer zei: er is maar één ding waar je echt spijt van kunt krijgen: dat je te weinig tijd aan je kinderen hebt besteed.”

Dat haar man als medisch specialist meer kan verdienen dan zij, noemt ze „een prettige bijkomstigheid”. „Het is veel lucratiever als hij fulltime werkt. Mensen zouden de kritiek kunnen hebben dat ik alleen daardoor drie dagen kan werken. Aan de andere kant: ik heb een goede baan en een goed salaris. Zonder mijn man zou ik alleen wat kleiner moeten wonen.”

Dat geldt niet voor alle vrouwen die in deeltijd werken. Nederland telt niet alleen weinig vrouwen in topbanen, er zijn ook maar weinig vrouwen economisch zelfstandig: 41,7 procent tegen 70 procent in bijvoorbeeld Zweden. Tussen 2002 en 2005 is dit aandeel ook nauwelijks toegenomen, signaleerde de Emancipatiemonitor van het Sociaal en Cultureel Planbureau in december. Volgens women-on-top zijn er ook te veel alleenstaande moeders met een inkomen nabij het sociaal minimum. Om de ‘feminisering van de armoede’ te stoppen, is volgens women-on-top „een stelsel van kinderopvang, verlof en ruime schooltijden” nodig dat ook alleenstaande ouders in staat stelt carrière te maken en een pensioen op te bouwen. Zoals in Zweden.

De bijstandsmoeders komen deels uit gestrande huwelijken waarin ze financieel afhankelijk waren van hun man. Ook daarom moeten vrouwen geen genoegen nemen met halve baantjes waar ze niet van kunnen leven, vindt Kees Kraaijeveld. Op de lange termijn breekt hun dat op. Maar als de man nu veel meer kan verdienen, zoals vaak de realiteit is? En als met dat salaris de hypotheek moet worden betaald? „Dan moet je maar ergens anders gaan wonen”, zegt Kraaijeveld. „En eens uitrekenen wat het je op de lange termijn kost aan verdiencapaciteit als de vrouw substantieel minder gaat werken.”

Christien Brinkgreve ziet dat anders. Als ze het gezin willen ontlasten, moeten moeders (of vaders) vooral een deeltijdbaan nemen, vindt ze. Maar ze moeten ook niet naïef zijn. „Je moet in de gaten houden dat je huwelijk kan stuklopen. Het zou mogelijk moeten zijn dat je dan weer carrière kunt maken. Zorg dat je je werk vasthoudt, al is het enige tijd op een laag pitje. En zorg dat je het goed regelt.”

Bijvoorbeeld door vast te leggen hoe na een scheiding de inkomensverdeling moet zijn. „Vroeger trouwden veel mensen in gemeenschap van goederen”, zegt Brinkgreve. „De man verdiende, maar de vrouw had ook de beschikking over het geld. Daarin zat de erkenning dat de vrouw het mogelijk maakte dat de man het geld verdiende. Als mannen van nu vinden dat het goed is dat hij ‘heel’ werkt en zij ‘half’, dan heeft zij bij een scheiding recht op een deel van zijn inkomen.”

Een zaaltje aan het IJ in Amsterdam, een herfstavond in 2006. Ongeveer vijftig vrouwen, van jong tot oud, van slobbertrui tot glamourous, wonen een debat bij van Women Inc., een jonge club die volgens de website een nieuwe invulling wil geven aan het begrip ‘vrouwenbeweging’ en onder meer wekelijks een debat organiseert. Onderwerp vandaag: de wenselijkheid van financiële zelfstandigheid voor vrouwen.

De zaal krijgt de opdracht zich te verdelen in kampen vóór en tégen de stelling dat alle vrouwen financieel zelfstandig zouden moeten zijn. De uitkomst is verrassend: ongeveer de helft van de aanwezigen is tegen. Het zijn overwegend de jongere vrouwen.

„Een man kan ik elke dag kwijtraken”, zegt een van hen. „Een baan ook. Het is een beetje hetzelfde.”

„Dat is niet waar!”, roept een vrouw in het andere kamp, publiciste Ebru Umar. „Een baan zorgt ook voor je pensioen. Als je werkgever je op straat zet, heb je een aantal rechten opgebouwd. Vrouwen denken alleen aan het hier en nu.”

Een van de gespreksleiders is Jihad Alariachi (23), bekend van het tv-programma ‘De Meiden van Halal’. Ze studeert, doet vrijwilligerswerk en heeft verschillende bijbaantjes. Ook zij ziet economische zelfstandigheid niet als noodzaak. „Ik zeg altijd: ik ga een man aan de haak slaan zodat ik me kan overgeven aan vrijwilligerswerk.” Als ze een kind krijgt, wil ze een jaar stoppen met werken. De crèche vindt ze geen optie. „Wat ik heb gezien beviel mij niet. Kinderen die daar werden gedumpt en als ze thuiskwamen gingen ze meteen naar bed, zodat ze hun ouders nooit zagen. Ik wil dat niet.”

Irritatie in het andere kamp.

„Woon je soms nog thuis?”, vraagt een vrouw uit het publiek. Dat blijkt zo te zijn. „Misschien moet je eens zelfstandig gaan wonen”, zegt de vrouw. „Weet je wel wat je zelf kost?” Alariachi: „Door mijn bijbaantjes ben ik financieel onafhankelijk. Maar ik vind het niet erg om afhankelijk te zijn.”

Dat geldt ook voor Yolande Bormans (37). Ze heeft twee studies gedaan, Nederlands en notarieel recht. Na enige baantjes op notariskantoren, besloot ze zij-instromer te worden in het basisonderwijs. Dat was al vóór ze haar kinderen kreeg, een zoon die nu 3 is en een tweeling (1). Twee maanden voor de geboorte van de tweeling studeerde ze af aan de pabo. Ze wil een baan als lerares, maar nu nog niet. „In het onderwijs heb je ’s avonds veel vergaderingen. Dat kan ik er nog niet bij hebben.” Als tussenoplossing werkt ze drie dagen per week in de naschoolse opvang. Haar man, die een softwarebedrijf heeft, werkt fulltime.

Bormans heeft geen enkele moeite met de situatie, zegt ze. „Het nadeel is dat ik niet weg kan gaan bij mijn partner, als ik dat ooit zou willen. Maar volgens mij kan dat nooit met drie kinderen. Of je moet fulltime gaan werken en heel klein gaan wonen. En mijn man is ook afhankelijk van mij. Ga de zorg voor drie kinderen maar eens financieren.”

Ze vindt dat ze meer vrijheid heeft dan veel vrouwen om haar heen. „Iedereen komt altijd met excuses als ze hun kind zo veel naar de crèche brengen. Niet dat ik ze dat verwijt. Ik vind dat iedereen het zelf moet weten, zolang ik het ook maar zelf mag weten. Emancipatie is voor mij dat vrouwen zelf keuzes kunnen maken. Ze hóéven zich niet over de kop te werken.”

Internist Willemijn van der Laan is het daarmee eens. Maar zelf vindt ze de combinatie van een veeleisende baan en kinderen inmiddels goed te doen. „Voorwaarde is voor mij één doordeweekse vrije dag. In mijn ziekenhuis werken trouwens de meeste vrouwelijke specialisten in opleiding vier dagen als ze kinderen hebben. En een aantal mannelijke ook.” Nu het weer goed gaat, zou ze er graag nog een kind bij willen. „Mocht blijken dat vier dagen werken met een baby erbij te zwaar is, dan neem ik tijdelijk zorgverlof op. Ik weet nu wat ik moet doen om het vol te kunnen houden.”

Wilt u reageren? Mail uw reactie naar zbrieven@nrc.nl of schrijf het Zaterdags Bijvoegsel, Postbus 8987, 3009 TH Rotterdam
    • Joke Mat