Kramer en Fabris voor rest onnavolgbaar

Sven Kramer en Enrico Fabris zijn een klasse apart op het EK allround. Kramer reed gisteren een wereldrecord, maar heeft de Italiaan nog lang niet gelost.

Sven Kramer reed op de EK allround in Collalbo een wereldrecord in de buitenlucht op de vijf kilometer. Foto Reuters Netherlands' Sven Kramer reacts after his men's 5000 metres European Speed Skating Championships race at the outdoor Ritten Arena in Collalbo, Italy, January 12, 2007. REUTERS/Jerry Lampen (ITALY) Reuters

Er zijn niet veel schaatscoaches die hun pupillen aan het begin van een vijf kilometer de opdracht geven negen seconden van het wereldrecord af te rijden. Dat Gerard Kemkers dat gisteren in Collalbo aandurfde met Sven Kramer, zei veel over de vorm waarin de jonge Fries op dit moment verkeert. En Kramer is er de man niet naar om zijn coach teleur te stellen: bij het invallen van de duisternis verpletterde hij het wereldrecord in de buitenlucht niet met negen, maar met tien seconden.

Het leven van een schaatser lijkt zo simpel, voor wie de krameriaanse wijsheden gisteren beluisterde. De 20-jarige krachtmens sloot de eerste dag van het Europees kampioenschap af met een minieme voorsprong in het algemeen klassement op de Italiaanse titelhouder, Enrico Fabris. „Ik dacht: ik moet nu maar even pijn lijden, anders loop ik morgen weer achter de feiten aan.” Kramer doelde daarmee op Fabris’ favoriete afstand, de 1.500 meter, die vanmiddag wordt gereden. Daarop verdedigt Kramer een voorsprong van een kwart seconde. Mocht Fabris op de schaatsmijl uitlopen, dan heeft Kramer op de slotdag „vijfentwintig rondjes om daar weer wat aan doen”.

Na de eerste dag van het EK in het Italiaanse deel van Tirol was in elk geval duidelijk dat Fabris en Kramer op dit moment in Europa hun gelijken niet hebben. Fabris zette bij de opening van het toernooi op zijn thuisbaan al direct de toon met zijn winst op de 500 meter (36,38). Kramer antwoordde met 36,76, maar wist niet precies of hij daar tevreden mee was. „Ik reed absoluut geen slechte race, maar Fabris verbaasde met zo’n snelle 500 meter. Dat had ik niet ingecalculeerd”, erkende hij na afloop. „Daardoor was ik extra gebrand op een goede vijf kilometer.”

Die belofte aan zichzelf kwam hij na. Laat in de middag, toen de koude bergwind iets was gaan liggen, reed Kramer naar 6.15,65, nog geen zeven seconden boven zijn wereldrecord in de ‘echte’ wereld: die van het schaatsen onder een dak.

Onderweg in zijn wonderbaarlijke race bezat Kramer zelfs de tegenwoordigheid van geest om in zijn zevende rondje, midden in een binnenbocht, zijn wedstrijdarmband af te doen en weg te gooien, omdat die van zijn arm dreigde te glijden. „Hij was veel te groot. Ik moest denken aan Falko Zandstra.” Daarmee gaf hij blijk van zijn historische kennis. Twaalf jaar geleden, toen Kramer acht was, kwam Zandstra in Baselga di Pinè, niet ver van Collalbo, ten val nadat hij zijn armband onder zijn schaats had gekregen, waardoor hij een wereldtitel verspeelde aan een nieuwe jonge Friese held, Rintje Ritsma.

Het voorval deerde Kramer gisteren in Collalbo overigens niet, gezien zijn rondetijd van 29,7. Zijn directe tegenstander, Eskil Ervik, vorig jaar nog tweede op het EK in Hamar, was toen allang uit het zicht verdwenen. De Noor verloor bijna tien seconden op Kramer.

Die had wel het voordeel dat hij na de race tussen Fabris en Carl Verheijen mocht starten. Verheijen, die de ingecalculeerde schade op de sprint (37,53) had weten te beperken, reed de Italiaan aanvankelijk op grote achterstand. Maar die kan zich als geen ander vastbijten in een tegenstander: op de streep lag Fabris (6.20,28) nog maar een halve seconde achter op Verheijen (6.19,67). „Ik wilde Fabris slopen”, zei de stayer over zijn snelle start. „Ik hoopte dat hij na vier of vijf ronden zou knakken. Dat lukte gedeeltelijk.’’

Toch was Carl Verheijen tevreden. Vaak stond hij, na een tamelijk anoniem begin van een allroundtoernooi, plotseling op zondagavond, na de tien kilometer, weer op het podium. Nu staat hij al na twee afstanden vierde; ver achter Kramer en Fabris, dat wel, maar vlak achter de jonge Noor Håvard Bøkko. „Ik doe het goed op dit moment, maar Sven en Fabris zijn van uitzonderlijke klasse. Normaal gesproken moet ik derde kunnen worden. Maar het blijft een buitentoernooi, er kan nog vanalles gebeuren.”

Mark Tuitert viel zwaar tegen op beide afstanden. Over zijn sprint (vierde in 36,60) was hij al niet tevreden. „Ik ben het aan mijn stand verplicht om een gat te slaan op de 500 meter”, zei hij. „Maar ik kwam niet goed weg.” De vijf kilometer werd een ware lijdensweg. Hij leverde meer dan twintig seconden in op Sven Kramer, en werd in een rechtstreeks duel met de vierde Nederlander, Wouter Olde Heuvel (6,28,96), op een forse achterstand gezet, waarna hij verdween in de nacht.

Maar de spanning blijft waar die hoort: Enrico Fabris en Sven Kramer zullen niet aan elkaar toegeven tot de laatste meters van de afsluitende tien kilometer.