‘Het generaal pardon heeft gewoon te lang geduurd’

Twee gezinnen vertelden in oktober over het eindeloze wachten op asiel. Nu komt er misschien een generaal pardon. Het ene gezin juicht alvast, het andere kan dat niet meer.

Sogand tussen haar moeder Lida en haar vader Saeed, vorig jaar oktober . Foto Sake Elzinga Nederland - Groningen - 12-09-2006 V.l.n.r. moeder Lida dochter Sogand en vader Saeed in hun flat in de groningse wijk Leeuwenborg. Foto: Sake Elzinga Elzinga, Sake

Sheila Kamerman

Lida Asmaili Evanaki is één brok optimisme. Lachend opent ze de deur van haar woning in de Groningse wijk Lewenborg. Ze heeft haar haar gepermanent en net een pot witte verf gekocht om de trap te schilderen. „Nog nooit werd er zo serieus gesproken over een generaal pardon”, zegt ze. „Het gaat gebeuren, ik voel het.”

Drie maanden geleden lachten Lida (36) en haar man Saeed Gholamalian (41) niet. Toen vertelden ze hoe de jarenlange asielprocedure hun leven en dat van hun dochter Sogand (9), die in Nederland werd geboren, beïnvloedde. Je kunt geen voorbeeld zijn voor je kind, zei Saeed in oktober. „Dat vind ik het ergste.” Saeed, die makelaar was in Iran, mag in Nederland niet werken. „Ik zit op de bank als Sogand uit school komt, en moet me inhouden niet tegen haar te schreeuwen.”

Alles wees er toen op dat ze zich moesten voorbereiden op een enkele reis Iran. Ze hadden net een brief ontvangen van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) dat ze waren uitgeprocedeerd. Beroep was niet meer mogelijk. „Dat was het dieptepunt”, zegt Lida nu. De Iraanse ambassade verlangde pasfoto’s voor de uitreispapieren. Lida en Sogand moesten met een hoofddoek op de foto. Sogand weigerde pertinent. Lida: „Hoe dwing je een negenjarige om met een hoofddoek op de foto te gaan?”

Begin december zei een IND-medewerkster dat de foto’s konden wachten. Er moest eerst duidelijkheid komen over het generaal pardon. Eind november wilde een meerderheid van de nieuw gekozen Tweede Kamer asielzoekers die nog onder de oude vreemdelingenwet (van voor 1 april 2001) naar Nederland waren gekomen, een verblijfsvergunning geven (zie kader). „Ik verwacht in februari, maart”, zegt Lida, psychologe.

Het gezicht van Angelo Nathani (15) straalt veel minder optimisme uit. Hij woont in een grote villa aan een park in Apeldoorn. Binnen wonen veel asielzoekers op kleine kamers. Angelo woont met zijn ouders en zus in een kamer van vijf bij vijf meter. Het is er benauwd. Stemmen van de buren klinken door de dunne gipswanden. Toilet, douche en keuken worden met andere asielzoekers gedeeld. De familie slaapt in een tweepersoons stapelbed, ouders onder, Angelo boven. Zijn zus Zenna weigert er te slapen. Als ze er is, slaapt ze op de bank.

Een generaal pardon, als het er komt, zou het heel fijn zijn, zegt Angelo vlak. „Maar ik ga geen feestje bouwen of zo.” Waarom niet? Eindelijk de duidelijkheid waar hij al tien jaar op wacht. Angelo fluistert bijna: „Het heeft gewoon te lang geduurd.” Zijn moeder, Dunnia Martin begrijpt dat wel: „Ik heb het gevoel dat ik niet meer blij kan zijn. Ik weet dat ik me blij moet voelen bij bepaalde gebeurtenissen. Als Angelo thuis komt na een schooldag, bijvoorbeeld. Maar ik kan dat gevoel niet meer oproepen.” Ze veegt de tranen van haar wangen. Dunnia slikt al jaren zware antidepressiva.

In oktober vorig jaar woonde de familie nog in een caravan van het asielzoekerscentrum in Wapenveld nabij Zwolle. Het gezin was uitgeprocedeerd en moest terug naar Liberia. Er leek geen uitweg meer. De vader van Angelo vertelde toen dat zijn zoon psychisch en lichamelijk ernstig leed onder de lange asielprocedure en onzekerheid over zijn toekomst. Hij liet het medisch dossier van zijn zoon zien: „Sinds zijn komst naar Nederland (1996) kampt hij met zeer ernstige chronische lichamelijke en psychische problemen. (…) Hij heeft vaak angstige dromen en hoort soms rare geluiden.”

De verhuizing naar Apeldoorn twee maanden terug was de elfde verhuizing in de tien jaar dat Angelo in Nederland is. Door het teruglopend aantal asielzoekers gaan steeds meer centra dicht. Als Angelo even de kamer verlaat, zegt Gobind Nathani dat Angelo de eerste dagen in Apeldoorn alleen maar huilde. Angelo bleef in Harderwijk op school. Hij zit in de vierde klas van het gymnasium. Maar hij kon niet blijven tennissen in Wapenveld, waar hij net in de jeugdselectie was gekozen. Dat vond hij het ergst.

In Apeldoorn slaapt Angelo slecht, zegt zijn vader. Hij staat midden in de nacht op en kijkt naar een video van de Roland Garrosfinale uit 2005 met Mariano Puerta en Rafael Nadal. „Ik heb geen privacy”, zegt Angelo zelf. „Ik heb zelfs geen plek om mijn huiswerk te maken.”

Natuurlijk, zegt Gobind Nathani, hoop ik op een generaal pardon. „Voor mijn kinderen. En voor mijn vrouw.” Hoe ziet hij dan de toekomst? Nathani is lang stil. „Moeilijk”, zegt hij. Dan aarzelend: „Een eigen huis met een paar kamers. En niet meer de dreiging van een uitzetting naar Liberia. Meer kan ik me er eigenlijk niet bij voorstellen.”

In Groningen maakt Lida Asmaili Evanaki alvast plannen. „Ik ga werk zoeken. Maakt niet uit wat, gewoon mooi, legaal werk.” Ze wijst naar de bank, de twee leunstoelen en de eettafel. „Allemaal gekregen. Natuurlijk ben ik er blij mee. Maar het lijkt me geweldig om eens zelf iets uit te zoeken.” En ze gaat reizen. Dat kon tot nu toe niet. Ze had geen paspoort en geen geld. Ze wil haar twee broers bezoeken in Noorwegen. En ze gaat een feest geven. Om te vieren dat ze in een vrij land woont waar vrouwen rechten hebben. Ze wil een feest met lekker eten, veel drank en tot diep in de nacht dansen. De ouders van haar man betalen. Lida heeft al geïnformeerd bij een partycentrum. Ze was welkom.

Zie voor een eerdere reportage over de twee families: www.nrc.nl/binnenland

    • Sheila Kamerman