Het clubvoetbal in Noord-Amerika wordt langzaam volwassen

De voetbalcompetitie in de VS trekt voor het eerst sinds de jaren zeventig weer Europeanen. „Amerikanen zijn dol op sterren.” Zoals de familie Beckham.

Erik van der Walle

Johan Cruijff, Pelé, Franz Beckenbauer en George Best waagden in de jaren zeventig de oversteek naar Amerika. David Beckham, Ronald Waterreus en wellicht ook Edgar Davids zijn de pioniers van nu.

„De voetballer David Beckham kennen ze in Amerika niet. Het koppel Beckham kennen ze zeker”, zegt Alex Pama, kenner van het Amerikaanse voetbal. De 31-jarige Beckham neemt bij zijn laatste kunstje vanzelfsprekend ex-Spice Girl Victoria mee. „Al gaat het soms om voetballers op hun retour, ik vind de overkomst van Europese voetballers een uitstekende ontwikkeling. Amerikanen zijn dol op sterren.” Davids (33) wordt begeerd door FC Dallas. Waterreus (36) tekende deze week een contract bij New York Red Bulls, waar hij ploeggenoot wordt van de Nederlander Dave van den Bergh.

Pama is sinds een half jaar directeur bij Cambuur Leeuwarden maar wellicht meer nog dan van de Nederlandse eerste divisie heeft de jonge dertiger verstand van het voetbal in Amerika. Hij was niet alleen coach van de staat Arkansas, hij richtte ook de voetbalschool Red Wings in Atlanta op.

„Nu spelers als Beckham naar Amerika gaan, lijkt de vergelijking met de jaren zeventig op te gaan. Maar dat klopt niet. De zaken worden nu geleidelijk opgebouwd. Er moet nog best wat gebeuren, maar voetbal begint een serieuze positie te krijgen. Eerst moesten ze betalen om op televisie te komen, nu krijgen ze geld”, zegt Pama die in Amerika is geboren maar Nederlandse ouders heeft.

De ballon met de naam North American Soccer League knapte in 1984. Het streven om een eigen positie tussen honkbal, American football, ijshockey en basketbal te krijgen was mislukt. Ruim tien jaar later werd de Major League Soccer (MLS) opgericht. Met bijna alleen maar Amerikaanse spelers, met een salarisgrens en met minder ambities. Pama: „In het begin was het zwaar. Soms zat ik te kijken en dan dacht ik dat een wedstrijd van Nederlandse amateurs leuker zou zijn. Bij de Colorado Rapids heb ik gezien dat het publiek in zo’n groot football-stadion in één vak aan de tv-kant werd gezet. Dan leek het nog wat. Soms werden er doeken opgehangen om lege plekken te verhullen. Inmiddels weten clubs dat een kleiner stadion van groot belang is.”

In april begint het elfde seizoen van de MLS in Amerika. Geleidelijk nemen de financiële mogelijkheden toe en stijgt het niveau. „Er worden af en toe spelers verkocht, zoals Cory Gibbs naar Feyenoord, en die opbrengsten gaan naar de bond. De salarissen stijgen en nu zie je Amerikaanse jongens bewust voor een voetbalcarrière kiezen. Die gingen tot voor kort liever naar het bedrijfsleven.”

Pama zag sommigen zelfs college overslaan: die gingen direct van zijn voetbalschool in Atlanta naar een club. „Voor die kinderen kostte de [inmiddels verkochte] voetbalschool 2.000 dollar per jaar. Dat lijkt veel, maar als je door je voetbalkwaliteiten een beurs kan krijgen voor de universiteit ben je goedkoop uit. College kost al snel 25.000 dollar per jaar.”

Gemiddeld verdient een Amerikaanse voetballer zo’n 80.000 dollar, al mag elke club 400.000 dollar uittrekken voor één ster. Doelman Waterreus zei onlangs zeker niet voor het geld naar de VS te gaan: in de twee maanden dat hij recentelijk bij AZ inviel, incasseerde hij meer dan hij in een heel jaar in New York zal doen.

Ook Beckham liet weten dat hij niet voor het geld naar Amerika gaat. Toch ligt de situatie bij hem iets anders. Bij zijn nieuwe club, Los Angeles Galaxy, kan de Engelse oud-international in vijf jaar 250 miljoen dollar krijgen. Dit bedrag, opgedoken in de media, wordt door clubeigenaar Anschutz Entertainment Group niet betwist. „In ruil daarvoor zullen de Beckhams hun portretrechten wel inleveren”, zegt Pama. „Wat je ook ziet is de financiële invloed van Nike en Adidas. Die beschouwen het Amerikaanse voetbal als een groeimarkt. Zelf heb ik als trainer eerst tien jaar bij Adidas gezeten en vervolgens twee jaar bij Nike dat onder meer sponsor is van het nationale team. Dat zijn flinke gevechten tussen die twee.”

Het geld van de twee grote sportbedrijven kan het Amerikaanse voetbal nog altijd goed gebruiken, al zijn de moeilijkste tijden voorbij. „Het gaat in Amerika snel om grote bedragen. Nu ik zelf bij Cambuur zit, zie ik hoeveel alles kost. Stel dat je als club met een reserve-elftal en jeugdteams wil gaan werken. Natuurlijk is dat belangrijk voor de toekomst, maar reken maar uit wat je kwijt bent als een team van New York Red Bulls tegen LA Galaxy moet spelen.”

    • Erik van der Walle