Heldring, Thorbecke en de term conservatief 2

Hing Thorbecke een conservatieve filosofie aan, zoals Gerry van der List beweert? Heldring lijkt het hem helaas na te zeggen door dit oordeel te bevestigen met uitspraken van Van Riel. De laatste meende zelfs te weten wat Thorbecke `in zijn binnenste` dacht: namelijk rechts te zijn. Nu is het toch wat treurig om dit soort oudbakken oordelen over Thorbeckes organische liberalisme opnieuw opgediend te zien. Heel het denken van Thorbecke draait immers om de vraag op welke vernieuwende uitgangspunten - zich uitdrukkend in de tijd - de politiek zich zou moeten baseren. Zijn historiserende manier van argumenteren moest continuïteit en verandering bij elkaar houden. Alleen in die zin bevat Thorbeckes filosofie een conservatief element. Of in zijn eigen woorden: `Liberaal sluit behoud niet buiten; maar behoud sluit nieuwigheid buiten ... Het liberalisme blijft voor iedere kracht van ontwikkeling open; het behoud stuit`. Thorbeckes acceptatie van het algemeen kiesrecht was ingebed in een liberale geschiedsvisie en wortelt derhalve in de principes daarvan, al was er in 1844 wel degelijk ook sprake van politieke opportuniteit. Hij wilde het oligarchische bestel opschudden met het negenmannenvoorstel: een radicaal plan voor constitutionele vernieuwing dat in de ogen van meeste Kamerleden allesbehalve opportuun was. Jammer dat de geschiedenis van het Nederlandse liberalisme op deze manier weinig inspirerend kan zijn voor het heden, waarin - zoals Heldring terecht stelt - de VVD het moeilijk genoeg heeft om als behoeder - en in Thorbeckiaanse zin dus ook: vernieuwer! - van ons staatsbestel op te treden.

    • Jan Drentje