Heldring, Thorbecke en de term conservatief 1

Thorbecke was eigenlijk een conservatief en de liberalen na hem ontwikkelden zich tot `kathedersocialisten`, schrijft J.L. Heldring in zijn column `Liberalisme anno 2007` (Opiniepagina, 4 januari). Dat was althans de mening van de liberale politicus Harm van Riel (1907-1980) in diens boek over het liberalisme.

De term kathedersocialisten slaat op de liberalen die in de jaren zeventig van de negentiende eeuw de sociale kwestie aan de orde stelden. Dat was nog vóór het socialisme een factor van betekenis werd. Deze liberalen kregen de naam kathedersocialisten, omdat zij het oude vraagstuk van de armoede met nieuwe, socialistisch ogende theorieën `vanaf de katheder` benaderden. Zij plaatsten het in het kader van de industriële samenleving, die ook in Nederland begon te ontstaan. Daarom spraken zij niet meer van werklieden, maar van arbeiders. Zij hadden het over werkgevers en werknemers, over een strijd tussen kapitaal en arbeid die voorkomen moest worden, en over `de sociale kwestie` in plaats van `het vraagstuk der armoede`. Dit was een geheel nieuw begrippenapparaat en conservatieve liberalen gebruikten dat om progressieve liberalen, zonder discussie, in een verdachte hoek te kunnen zetten.

Dan het gebruik van het woord conservatief in de column van Heldring. Dat is inderdaad een politieke stroming, maar het is ook een begrip dat tegenover progressief staat. In die betekenis wisselt de inhoud met de tijd. De Thorbeckianen van 1848 waren in hun tijd de progressieve liberalen. De meerderheid van hen dacht dat staatsonthouding welvaart voor iedereen zou brengen. De progressieve liberalen van na 1870 geloofden daar niet meer in. Zij gingen pleiten voor ingrijpen van de overheid op dit terrein. Zij wilden de sociale kwestie bespreken voor die tot uitbarsting zou komen.

    • Hans Boschloo