Geloof (2)

De vraag was: hoe achterlijk is Nederland inmiddels? Je hoeft alleen maar naar de uitslagen van de laatste verkiezingen te kijken, stellen kittige columnisten vast, en je weet genoeg: een verbeten bekering tot valse geborgenheid, een naïeve afwijzing van de grote wereld, een terugval in moralistische benepenheid. Je hoeft alleen maar naar de nieuwste literatuur te kijken en je weet meer dan genoeg: nostalgie en provincialisme, ver weg van de complexe werkelijkheid, stevig met de rug naar het huidige heden gekeerd. En op de Nederlandse televisie is het niet anders: kondigden een paar jaar geleden cultuurcritici en televisiewetenschappers aan dat een programma als Big Brother het definitieve bewijs was van een radicale artisticiteit die voortaan de massa zou beheersen, in weerwil van een verkalkte, snobistische elite, inmiddels zijn we allang weer terug naar de avondvullende familieshow, met urenlang ballroomdansen, al of niet op schaatsen, door onbekende bekende Nederlanders – voor een miljoenenpubliek, dat helemaal niet postmodernistische versplinterd blijkt, maar gewoon weer eendrachtig met het bord op schoot zit.

Zelfs in de Hollandse museumwereld stuit je op dezelfde discussie – er wordt hard geklaagd over behoudzucht en gebrek aan avontuurlijkheid, een nieuwe generatie conservatoren met nieuwe ideeën krijgt maar geen kans om door te breken. De schuldigen zijn snel gevonden, witte babyboomers, die iedere drang tot vernieuwing allang hebben ingeruild voor het ideaal van de publieksvriendelijkheid – en je bent pas echt vriendelijk voor je publiek als je het geeft wat het geruststelt.

Een treurig gezicht, dat dichtgeplakte Nederland. Ook het debat over integratie draait maar door in dezelfde, slaapverwekkende groef; nog bijna dagelijks wordt Nederlandse moslims paginagroot te verstaan gegeven dat ze er maar tegen moeten kunnen, wanneer er een beetje gedold wordt met de Profeet. Nooit komt er eens een reactie, je ziet geen woedende poldermoslims op het journaal, geen bijeenkomsten of optochten, geen rechtzaken wegens belediging, nog geen ingezonden brief. Je zou dus blijmoedig kunnen concluderen dat Nederlandse moslims allang de dikke huid hebben die ze almaar geacht worden te kweken. De werkelijkheid is prozaïscher, ben ik bang: de Nederlandse moslims staan inmiddels volkomen apathisch tegenover de verbale onanie van het duo Ellian en De Winter, de Dumb and Dumber van het nationale debat.

Ondertussen vecht men elkaar, op diezelfde opiniepagina’s, de tent uit over de aard van de malaise. De discussie laat zich gemakkelijk samenvatten: de ene partij pleit hartstochtelijk voor een herijking van waarden, nationale waarden, ethische en sociale en zelfs religieuze waarden, de noodzaak om weer ergens in te kunnen geloven, kortom; de andere partij schampert over krampachtige nationalistische benepenheid, moralisme, xenofobie en spruitjeswalm.

Zo gesteld lijkt het niet moeilijk om partij te kiezen. De lijsttrekkers en campagnes van de grote partijen die pluriformiteit en internationalisme voorstaan, de PvdA en de VVD van Mark Rutte, bleken opvallend zwak, wordt gezegd, maar met de boodschap was niks mis. De beste politici, dat is ook vastgesteld, voerden juist die partijen aan die nu verantwoordelijk worden geacht voor de nieuwe achterlijkheid, de partijen die terug willen – terug naar de veiligheid van vroeger, terug naar de solidariteit van de eigen soort, terug naar de zekerheden van het geloof. Zelfs de Dierenpartij wordt als een teken van die achterlijkheid gezien. Dierenliefde, Sartre zei het al, gaat ten koste van mensenliefde. De meeste bedelaars hebben al allang begrepen dat ze meer kans op een aalmoes maken wanneer ze een schuldeloze hond op een dekentje hebben liggen. Ook die nieuw ontdekte dierenliefde, weten de critici, is een uiting van nostalgie naar eenduidigheid.

Die discussie zal zonder twijfel nog lang doorzeuren – omdat zij berust op een misvatting. Het is namelijk geen toeval dat de beste politici bij de partijen zitten die terug willen. Marijnissen, Rouvoet en zelfs Wilders komen voort uit een behoefte die ik als legitiem beschouw: de behoefte aan eigenheid, de noodzaak je eigen kleine wereld te kunnen maken binnen een grotere, complexe wereld. Het succes van hun partijen is te danken aan hun instinctieve begrip van de groeiende behoefte aan een behapbare wereld. De Duitse essayist Rüdiger Safranski hield een paar jaar geleden een pleidooi voor exact hetzelfde in zijn boekje Hoeveel globalisering kan een mens verdragen? Niemand kan de hele wereld op zijn schouders nemen, schreef hij, we moeten terug naar het individu, dat het recht heeft zijn eigen, kleine wereld te maken binnen de grote, onoverzichtelijke wereld.

Dat is precies de behoefte die de partijen als de PvdA en de VVD over het hoofd hebben gezien. In hun begrijpelijke afkeer van het in zichzelf gekeerde Nederland, hebben ze behoefte naar eigenheid en binding onderschat die achter de moedwillige wereldvreemdheid van Wilders en de zijnen ligt, achter de sociale rancune van de SP-stemmers, achter de morele zelfgenoegzaamheid van ChristenUnie. Maar vraag mij of ik liever in discussie ga met het nietszeggende internationalisme van een Lousewies van der Laan of met de godgegeven geloofsartikelen van André Rouvoet, dan is de keus niet moeilijk. Het neoliberale internationalisme van het laatste VVD-programma was bedoeld als verademing na de cultuurfilosofietjes van het lichtgewicht Van Aartsen; voor het gemak negeerde men dus de hele problematiek van hechting in een onthechte wereld maar. Als iedereen maar werk heeft, luidde de boodschap, dan komt het vanzelf wel goed.

De winnende partijen van de laatste verkiezingen komen zichzelf nog wel tegen. De door hen gezochte zekerheden zullen onherroepelijk gerelativeerd moeten worden. De grote wereld laat zich niet ontkennen. Het xenofoob nationalisme van Wilders is ten dode opgeschreven, het is niets anders dan een krampachtige reactie op globalisering en multiculturaliteit, verschijnselen die niet te stoppen zijn. De SP is een reactie op het alomtegenwoordige nieuwe kapitalisme, de ChristenUnie op de voortschrijdende ontkerstening. Maar de blindheid die hun nu door honende, zelfbenoemde kosmopolieten wordt ingewreven, heeft iets potsierlijks. Ze hebben immers iets onderkend wat door de anderen te lang ontkend en genegeerd is geweest. Hun tegenstanders blijven dezelfde fout maken: omdat ze vinden dat de antwoorden van Wilders, Rouvoet en Marijnissen verkeerd of zelfs gevaarlijk zijn, weigeren ze nog steeds de vragen onder ogen te zien.

    • Bas Heijne