Belastinggeld voor kinderen: ’t kan zuiniger

Het formatiespel is op de wagen. De hoofdrolspelers in Den Haag zijn onder andere op zoek naar mogelijkheden om bestaande overheidsuitgaven in te perken. Zodoende komt geld vrij voor nieuwe taken en lastenverlichting. Bezuinigen is lastig. Hier zijn enkele ideeën. Ze raken de financiële steun aan ouders met kinderen.

Ouders die kinderen grootbrengen, hebben recht op zowel kinderbijslag als een of meer kinderkortingen. De Sociale Verzekeringsbank keert de kinderbijslag uit. Dit jaar vergt deze uitkering 3,3 miljard euro.

De Belastingdienst verrekent diverse kinderkortingen met de over het inkomen verschuldigde belasting. Met deze reducties is 0,8 miljard euro per jaar gemoeid. De wet bepaalt dat zulke heffingskortingen alleen kunnen worden weggestreept tegen feitelijk verschuldigde belasting. Hierdoor hebben sommige belastingplichtigen een ‘verzilveringsprobleem’. Zij kunnen een deel van hun kinderkorting niet te gelde maken, omdat zij daarvoor te weinig belasting verschuldigd zijn en de fiscus het restant niet uitbetaalt. Met ingang van volgend jaar gaat dit veranderen. De kinderkortingen worden dan omgezet in een kindertoeslag, die de Belastingdienst in voorkomende gevallen uitkeert.

Uit een oogpunt van doelmatigheid ligt het nogal voor de hand de kinderbijslag vanaf komend jaar samen te smelten met de kindertoeslag. De Belastingdienst keert voortaan het totale bedrag uit waarop ouders aanspraak kunnen maken. Dit vergt geen extra personeel. De fiscus beschikt al over de nodige informatie en de computers doen de rest. De Sociale Verzekeringsbank kan met minder personeel toe, omdat niet langer kinderbijslag hoeft te worden uitgekeerd. Zo valt 70 miljoen euro van de door alle politieke partijen bepleite bezuiniging op het ambtenarenapparaat te realiseren, zonder dat het dienstbetoon aan de burgers daaronder lijdt.

Gezinnen met hoge inkomens hebben de kindertoeslag minder hard nodig. Door de hoogte van de kindertoeslag voor een deel afhankelijk te maken van het inkomen vallen enkele honderden miljoenen euro’s te bezuinigen op de financiële overheidssteun aan ouders met kinderen.

Later dan sommige andere overheidsinstellingen heeft de Sociale Verzekeringsbank haar administratie geautomatiseerd. Een deel van het personeel raakte hierdoor in het verleden overbodig. Om gedwongen ontslagen te vermijden heeft de SVB zich bij de regering gemeld voor nieuwe taken. Een van die nieuwe werkzaamheden betreft de uitvoering van de TOG. Dit is een tegemoetkoming aan ouders in de onderhoudskosten van hun thuiswonende kinderen tussen 3 en 18 jaar die lichamelijk, verstandelijk of geestelijk gehandicapt zijn. De TOG-uitkering van jaarlijks ruim 800 euro (per kind) valt te beschouwen als een vorm van extra kinderbijslag. De werkingssfeer van de in 1997 ingevoerde regeling is ingaande het jaar 2000 uitgebreid. Sindsdien komen alle kinderen die door ernstige beperkingen zorgafhankelijk zijn daarvoor in aanmerking.

Destijds dachten Haagse beleidsmakers dat uiteindelijk 25.000 mensen voor een TOG-uitkering in aanmerking zouden komen. In werkelijkheid doen nu al meer dan 40.000 gezinnen een beroep op de regeling. Het afgelopen jaar is het aantal toegekende aanvragen opvallend sterk gestegen. Gaat dit zo door, dan zal het aantal TOG-kinderen in de aankomende kabinetsperiode verdubbelen tot boven de 80.000. Het doet sterk denken aan de geschiedenis van de WAO. Bij de invoering van deze wet (in 1967) werd het maximale aantal uitkeringen aan arbeidsongeschikten op 150.000 à 200.000 geraamd. Door de royale en voor een belangrijk deel oneigenlijke uitvoering van de wet dreigde het aantal arbeidsongeschikten in de jaren negentig het miljoen te overschrijden. Pijnlijke ingrepen, waaronder herkeuringen volgens strengere normen, bleken onvermijdelijk om de WAO financieel te redden.

Op kleinere schaal lijkt het WAO-drama bij de TOG opnieuw te worden opgevoerd. Net als bij de arbeidsongeschiktheidsverzekering ligt de oorzaak voor een belangrijk deel bij de ‘poortwachters’ die de toegang tot de regeling bewaken. De SVB meldt dat de opvallende stijging van het aantal gerechtigden in 2006 moeilijk valt te verklaren. De toekenningscriteria zijn niet soepeler geworden. Kinderen van ouders die voor de tegemoetkoming in aanmerking willen komen worden eerst medisch gekeurd door Client First, een onafhankelijke instelling. De medewerkers van deze organisatie ervaren echter geen enkele financiële prikkel om sober en streng te indiceren. Uit onderzoek blijkt bovendien dat zij kinderen vaak op grond van vage en modieuze aandoeningen ‘gehandicapt’ verklaren. Onderzoeksbureau APE onderzocht in opdracht van het voor de regeling verantwoordelijke ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een steekproef van duizend nieuwe aanvragen, waarvan driekwart werd toegekend. Liefst 56 procent van alle TOG-uitkeringen blijkt te worden verleend wegens ‘overige psychiatrische stoornissen’. Het gaat hierbij deels om omstreden ziektebeelden als ADHD, druk en impulsief gedrag dat in een aantal gevallen hoogstwaarschijnlijk primair valt toe te schrijven aan een tekortschietende opvoeding door de ouders. Strengere keuringsprotocollen kunnen hier in de komende kabinetsperiode nog eens enkele tientallen miljoenen euro’s besparen.

Op de in totaal ruim 4,2 miljard euro belastinggeld voor kinderen per jaar blijkt door doelgerichter uit te keren en doelmatiger te werken zonder grote problemen 10 procent te kunnen worden bezuinigd. Zou dit geen nuttige les zijn voor andere beleidsterreinen?

    • Flip de Kam