Vrees groeit dat Bush uit is op conflict met Iran

Had de toespraak van Bush over de zending van extra troepen naar Irak een dubbele bodem? Critici in Washington vrezen dat hij aanstuurt op een militair conflict met Iran.

Een traan liep gisteren over de wang van president Bush, tijdens een plechtigheid in het Witte Huis waarbij een onderscheiding werd toegekend aan een militair die in Irak omkwam toen hij zich op een granaat wierp om zijn maten te redden. Foto Reuters Tears run from the eyes of U.S. President George W. Bush during a ceremony in honor of Medal of Honor winner Marine Cpl. Jason Dunham in the East room of the White House in Washington, January 11, 2007. Cpl. Dunham was killed when he jumped on a grenade to save fellow members of his Marine patrol while serving in Iraq. REUTERS/Jim Bourg (UNITED STATES) REUTERS

In Amerika groeide gisteren de vrees dat president George W. Bush aanstalten maakt om de aandacht voor de catastrofale oorlog in Irak af te leiden door aan te sturen op een militaire confrontatie met Iran.

Deskundigen en politici zeiden beducht te zijn dat Bush de steun die hij in 2002 van het Congres kreeg voor de invasie van Irak zal aanwenden om militaire acties op Iraans grondgebied te rechtvaardigen. De vrees werd gevoed door berichten over een Amerikaanse militaire actie bij een Iraans consulaat in Arbil, Noord-Irak, waarbij Iraanse diplomaten zouden zijn gearresteerd.

In zijn rede woensdag, waarin de president het plan presenteerde om met extra troepen het geweld in Bagdad terug te dringen, zei Bush dat aanvallen op Amerikaanse troepen in Irak worden gesteund door Iran en Syrië. „We zullen de netwerken die geavanceerde wapens aan onze vijanden in Irak leveren traceren en vernietigen.”

Hoewel Europese diplomaten in de Amerikaanse hoofdstad woensdagavond al hun zorgen uitten over Bush’ harde toon ten opzichte van Iran, werden de uitspraken door de Amerikaanse media in eerste instantie niet opgemerkt. Maar gisteren wezen verscheidene deskundigen op de mogelijk onheilspellende consequenties.

Zo sprak Zbigniew Brzezinski, voormalig nationaal veiligheidsadviseur van president Carter (1977-1981), de „grote vrees” uit dat de president „uit wanhoop” over het falen in Irak de draagwijdte van de Amerikaanse militaire acties in het Midden-Oosten wil uitbreiden. Hij wijt dit mede aan Bush’ „fanatieke overtuiging die is losgezongen van de realiteit”.

Brzezinski wees op de onmogelijke positie waarin Bush terechtkomt als de shi’itische premier Nouri al-Maliki niet in staat is – zoals velen verwachten – op te treden tegen het sektarische geweld.

Maliki heeft beloofd dat hij half februari drie Iraakse brigades de onveilige buurten van Bagdad in zal sturen om samen met Amerikaanse militairen huizen af te stropen op zoek naar onder meer shi’itische milities, die nauw verwant zijn met zijn kabinet. Ook heeft hij een wet toegezegd waarmee de olieopbrengsten van het land eerlijk onder de bevolkingsgroepen worden verdeeld. Bush maakte er in zijn speech een groot punt van dat Maliki aan deze criteria voldoet, omdat anders de Amerikaanse bevolking „steun aan de premier zal intrekken”.

Maar Brzezinski noemt het onwaarschijnlijk dat Maliki aan deze voorwaarden zal voldoen. Tegelijk heeft de regering-Bush zozeer gehamerd op het horrorscenario van een oplaaiende regionale oorlog wanneer de Amerikanen zich uit Irak zouden terugtrekken, dat Bush volgens hem die optie nooit meer voor zijn rekening kan nemen.

In dat geval, vreest hij, is de verleiding voor Bush gevaarlijk groot om Iran en Syrië in een militair conflict te betrekken. „Je ziet ook een groeiende neiging [bij de regering, red.] om het falen van de Amerikaanse operatie in Irak te verklaren uit het optreden van Syrië en Iran”, zei Brzezinski in een interview met de publieke omroep.

Eerder op de dag signaleerde ook een toonaangevende militaire columnist, Joseph Galloway van de regionale McClatchy Newspapers, „de nauwelijks verholen dreigementen met militaire acties tegen Iran en Syrië” in de speech van Bush. Hij wees er bovendien op dat het Witte Huis zijn woorden kracht bijzette door in dezelfde week een vloot met straaljagers en mijnenjagers naar de Golf te sturen. „Net op het moment dat je denkt dat het echt niet meer erger kan worden, gebeurt het tóch”, aldus Galloway, die veel mislukkingen in Irak als eerste signaleerde.

Het Witte Huis ontkende gisteren dat er bijzondere plannen zijn met Iran. Maar in het Congres groeide in de loop van de dag eveneens de ongerustheid. Enkele van Bush’ ministers mochten voor het eerst in zes jaar ervaren hoe het is om door een sceptisch en soms agressief Congres ondervraagd te worden over het Irak-beleid. De sessies gaven meteen een goede indicatie van de magere steun voor Bush’ nieuwe aanpak in Irak: niet één lid van de Senaatscommissie voor Buitenlandse Zaken sprak zijn steun uit. Wel hielden veel Republikeinen zich nog op de vlakte. Een opiniepeiling wees uit dat ruim de helft van de bevolking de nieuwe aanpak in Irak afwijst.

Ook de voorzitter van de senaatscommissie Buitenlandse Zaken, de Democraat Joseph Biden, concentreerde zich op Iran en Syrië. Hij sprak de vrees uit dat de president troepen Iran wil sturen om daarmee een militair conflict af te dwingen. En minister van Buitenlandse Zaken Rice gooide olie op het vuur toen ze weigerde die vrees weg te nemen. Ze zei „dat de president niets uitsluit om onze troepen te beschermen”.

Republikein Chuck Hagel, Vietnamveteraan en een van de vurigste tegenstanders van het nieuwe beleid van Bush, trok daarop een vergelijking met de grensconflicten met Cambodja in 1970 tijdens de Vietnamoorlog. Ze werden in eerste instantie door Nixon ontkend. „Het is heel, héél gevaarlijk mevrouw de minister”, zei Hagel. En daarna sprak hij de quote uit die de hele dag door de media zong: „In feite, mevrouw de minister, denk ik dat de toespraak van de president de gevaarlijkste blunder is in de buitenlandse politiek van dit land sinds Vietnam.”

Interview Brzezinski: via www.nrc.nl/weblog/wereld