THRILLERS

Jed Rubenfeld: Moordduiding. Vertaald door Maria Kooreman. Sijthoff, 415 blz. € 19,95

Buikpijn van de humor van Elmore Leonard

Het werk van de 81-jarige Elmore Leonard is moeilijk te beschrijven, al dertig boeken lang. Ze lezen als een ondeelbare stream of consciousness – sommigen prefereren de kwalificatie ‘non-stop geouwehoer’ – waardoor individuele, uit dit verband gelichte tekstfragmenten dit ‘groter dan de som der delen’-effect ontberen. Leonards stijl is echter alleen met een fragment te illustreren, dus volgt hier een typische scène uit Hot Kid.

Bankrover Jack Belmont en collega Walter hebben vastgesteld dat de honderdduizend dollar die ze in het landhuis vermoedden, ontbreekt. Ze jatten er een krat bier, 480 dollar en een kip. Dit is netto een teleurstelling. Tijdens het roosteren van de kip heeft Jack ineens schoon genoeg van Walter. Hij gaat pragmatisch te werk: ‘Als hij Walter vanaf hier door zijn hoofd zou schieten, zouden Walter en de kip allebei in het kampvuur vallen. Hoe zou hij de kip kunnen redden?’

Jack loopt om het vuur heen: ‘Als hij Walter vanaf hier neerschoot zou hij naar achteren slaan door de kogel van de .45, de kip zou met hem mee naar achteren of in het vuur vallen.’

Dus schiet Jack hem ‘midden in zijn voorhoofd, greep naar de kip, maar kreeg hem niet te pakken doordat Walters ijzeren greep de stok omklemd hield en de kip met zich meetrok toen hij achteroverviel. De vogel kwam op zijn pootjes terecht.’

Jack gebruikt Walters tanden nu als flessenopener (die vergaten ze te stelen) en gaat er met bier en kip vandoor.

Dit is typisch Leonard, maar het gaat bij hem om het cumulatieve effect van de aanhoudende, bijtende dialogen en de scherpe observaties, geserveerd in korte en schijnbaar simpele zinnetjes. In stijl, thema’s en enscenering doet zijn werk aan Raymond Chandler en Ed McBain denken, in verhaaltrend aan schelmenromans als Tijl Uilenspiegel en in humor aan zoiets als ‘Carmiggelt with guns’.

Het resultaat van Hot Kid, groter dan de som der delen, is buikpijn van het lachen om het aanhoudend absurde en werkelijk spannende kat-en-muisspel dat US Marshall Carl Webster en bankrover Jack Belmont rond 1930 in Texas uitvechten. De dialogen zijn ongeevenaard en blijven in vertaling in meligheid goed overeind, maar voor de echte scherpte leze men de Amerikaanse versie.

Elmore Leonard: Hot Kid. Vertaald door Daphne de Heer. Uitgeverij 521, 320 blz. € 17,90

Mankell laat zich wel erg leiden door de moraal

Vergeleken met Leonard is de Zweedse publieksfavoriet Henning Mankell een zuurpruim, maar zijn reputatie als een der beste Europese thrillerauteurs blijft ook in Labyrint recht overeind. Het boek is een bewerking van Mankells gelijknamige televisiescenario en dat is te merken ook. De zeer korte hoofdstukjes (243 stuks) knippen het boek op in scènes die net zo snel verspringen als de scènes in een televisiethriller. Door het gebruik van de tegenwoordige tijd krijgt het verhaal een nog hogere urgentie.

Labyrint is geen onderdeel van Mankells Wallander-reeksen maar staat op zichzelf. In een klein stadje vindt officier van justitie Louise Rehnström een schedel, mogelijk van de oplichter die in de jaren tachtig de regio miljoenen afhandig maakte en daarna spoorloos verdween. Maar ook de nog steeds aanwezige locale bevolking was indertijd diep betrokken bij deze dubieuze zaken. Rehnström krijgt dan ook te kampen met tegenwerking uit eigen kringen.

Mankell stelt in Labyrint de moderne hebzucht, de afbraak van de Zweedse staat en de moraal van het bedrijfsleven ter discussie, net zoals Sjöwall en Wahlöö dat deden in de jaren zeventig. De personages zijn zoals altijd bij deze schrijver complex, feilbaar en zoekende; onnadrukkelijk geloofwaardige mensen. Hoewel de vele fans zich geen buil zullen vallen aan het boek, werkt Mankell vooral in de laatste helft van het boek niet op topniveau en laat hij zich te erg leiden door de moraal.

Henning Mankell: Labyrint. Vertaald door Janny Middelbeek-Oortgiesen. De Geus, 247 blz. € 19,90

Freud en Jung jagen opeen seksmaniak in NYC

Het is onder thrillerauteurs mode om historische beroemdheden uit hun graf te lichten voor een rol in een ‘historische’ thriller. Vooral wetenschappers, kunstenaars en prominente christenen zijn de klos. Het procédé levert veel onleesbare boeken op.

Moordduiding, het debuut van Jed Rubenfeld, is een uitzondering. Rubenfeld doet Sigmund Freud en Carl Jung herrijzen en laat ze, tijdens een bezoek aan New York in 1909, meewerken aan de jacht op een moorddadige seksmaniak. Pardon? Ja, en toch werkt het wonderwel. Rubenfeld heeft én expertise – hij promoveerde op Freud – én schrijftalent. Bovendien was hij zo verstandig beide heren als cruciale bijfiguren in te zetten.

Rubenfeld baseerde Moordduiding op het intrigerend raadsel van Freuds openlijke aversie tegen de VS. Het enige bezoek dat hij, inderdaad in 1909 en met Jung, bracht aan het land verliep voor hem uiterst succesvol. Vanwaar die haat? Rubenfeld duidt Freuds afkeer: de huiveringwekkende jacht op de seksmaniak, een mysterieuze lastercampagne en Freuds ruzies met Jung vormden de oorzaak.

De hoofdrollen in deze fictieve geschiedenis zijn voor de jonge zenuwarts Stratham Younger, de ambitieuze rechercheur Littlemore en de 17-jarige rijkeluisdochter Nora. Dit kokette nimfje ontsnapte ternauwernood aan de seksmaniak en zit na deze traumatische belevenis vol complexen. Ze is losjes gebaseerd op Dora, een van Freuds beroemde case histories. Younger assisteert de politie door Nora’s remmingen en geheugenverlies met psychoanalyse te verhelpen, gesouffleerd door leermeester Freud die meent dat zij aan hysterische wanen lijdt en een joekel van een Oedipuscomplex heeft. Younger waagt deze analyse te betwijfelen en gaat met Littlemore achter Nora’s vermeende belager aan terwijl Freud zich vermaakt op Coney Island en tobt met zijn prostaat. Een en ander leidt tot grote complicaties in de high society van New York.

De humor die Rubenfeld met de perverse intrige vervlecht, de eruditie, de subtiele schets van New York (taxi’s waren in 1909 rood-groen in plaats van geel) en het gekift tussen Freud en Jung (‘U wilt alles terugbrengen tot geslachtsdelen en uitwerpselen!’) dragen zeer bij tot het genoegen van de lezer. Rubenfeld heeft overigens zo’n hekel aan de Zwitserse ‘kwakzalver’ Jung, die als racist, hoerenloper, aanrander, leugenaar, fantast en ultra- snob wordt weggezet, dat hier sprake moet zijn van een neurose.

Jed Rubenfeld: Moordduiding. Vertaald door Maria Kooreman. Sijthoff, 415 blz. € 19,95

Verder verschenen

Donna Leon schreef het commissario Brunetti avontuur Vriendendienst (Cargo, € 10,–) al in 2000. De Venetiaanse politieman krijgt eerst te maken met een extreme vorm van Italiaanse bureaucratie als een ambtenaar komt melden dat zijn huis niet bestaat. Daarna met moord en de gebruikelijke corruptie. Leon levert weerkwaliteit.

In Schijnoffer (De Geus, € 19,90), het derde deel in Arne Dahls tiendelige reeks over het Stockholmse A-team, wordt het onderzoeksteam heropgericht als een moord in een kroeg indirect een samenzwering lijkt bloot te leggen. Detectie-fictie op hoog niveau, hoewel de ontknoping wel erg van toevalligheden aan elkaar hangt.

Karin Fossum kiest in De nacht van vier november (Anthos, € 19,95) na de verdwijning van een pubermeisje voor het ongewone perspectief van de achterblijvers, haar ouders. Extreem sombere maar lucide studie van een naargeestig gezinsleven, waarbij het thrilleraspect wat op de achtergrond raakt.

    • Robert Gooijer