‘Schraal’ laat weinig aan de verbeelding over

Tentoonstelling: Geert van Kesteren: Schraal (Document Nederland). T/m 4 maart 2007 in Huis Marseille, Keizersgracht 401, Amsterdam. Di t/m zo 11-18u. Inl: 020-5318989 of www.huismarseille.nl

„In één jaar fotograferen hoe Nederland feestviert, is een zware opgave, zo niet een onmogelijke.” Zei Morad Bouchakour in 2002.

„Soms is iets inhoudelijk veelbelovend, maar kan ik er visueel niets mee – of andersom.” Zei Janine Schrijver in 2003.

De fotografen werkend voor Document Nederland, de opdracht die jaarlijks in samenwerking met deze krant wordt verstrekt door de afdeling Nederlandse Geschiedenis van het Rijksmuseum, hadden het er de afgelopen jaren soms maar moeilijk mee. Of het nu ging om feestcultuur (Bouchakour) of ouderen (Schrijver), wat in woorden verpakt nog beloftevolle visioenen opriep, liet zich in de praktijk maar moeilijk veroveren.

Bij de negende editie van Document, handelend over armoede en gefotografeerd door Geert van Kesteren, is het niet anders. „Armoede heeft in Nederland een ander karakter dan in ontwikkelingslanden. Het is niet zichtbaar”, aldus de fotograaf ter inleiding op zijn expositie Schraal, te zien in de kelderzaal van Huis Marseille in Amsterdam.

Fotograferen wat onzichtbaar is – daar is het weer. Nu mogen fotografen graag vaststellen hoe moeilijk hun werk is. Het moet de onzekerheid zijn die gepaard gaat aan het uitoefenen van een vak dat vanaf zijn ontstaan eveneens en soms met behoorlijk succes is uitgeoefend door amateurs en dilettanten. Maar voorstelbaar zijn hun zelfkritische bedenkingen wel – zeker in het geval van Document.

Tenslotte, een fotograaf die op eigen initiatief armoede (of feestcultuur, of ouderen) fotografeert, zou daar ongetwijfeld meer tijd voor nemen dan het jaar dat ervoor geboden wordt. Iets fotograferen kan iedereen. Maar iets fotograferen op een manier die het losmaakt van het hier-en-nu, is iets anders. Dat laat zich niet zo maar afdwingen en is zoals menig professional uit ervaring weet, een kwestie van geduld en toeval.

Daar wringt de schoen een beetje bij deze opdracht die juist in het teken staat van het hier-en-nu. De uitvoerders worden geacht om, zonder al te veel artistieke pretenties, de tijd dicht op de huid te zitten en daarvan verslag te doen. Maar diep in hun hart zouden ze die tijd ook een beetje los willen laten om hun verhaal wat meer reikwijdte te geven. Het leverde de afgelopen jaren vaak wat halfslachtige resultaten op en dat geldt ook weer voor Schraal, door Van Kesteren (1966) uitgevoerd in de vorm van tien miniatuurreportages over mensen die van 10, 35, of 65 euro per week moeten zien rond te komen. In telkens acht kleurenfoto’s toont hij hun leven aan karig gedekte tafels, op smoezelige banken, in haveloze slaapkamers en verveloze keukens. Foto’s waarop een kamer verlicht wordt door het sneeuwbeeld van een televisie omdat er geen geld is voor een kabelabonnement. Waarop een meisje ingetogen blij is met een gedateerd mobieltje dat ze voor haar verjaardag krijgt. Waarop in close-up zicht wordt geboden op twee ontbrekende voortanden. Kortom, foto’s die laten zien wat ze laten zien en weinig aan de verbeelding overlaten. En voor wie toch mocht twijfelen zijn er de bijschriften, al zijn die gelukkig wel op enige afstand van de foto’s geplaatst zodat het beeld niet direct door de sombere feiten wordt ingeperkt.

Bijna zakelijke foto’s zijn het. Ze bewijzen dat Van Kesteren – in 1998 winnaar van de Zilveren Camera, in 2002 en 2005 Fotojournalist van het Jaar en inmiddels aspirant-lid van fotoagentschap Magnum – zich heeft vastgebeten in zijn onderwerp en het vertrouwen heeft kunnen winnen van mensen in een kwetsbare positie. Maar wat de foto’s tonen zijn steevast nogal voorspelbare verfomfaaide dingen. En al hangt er over het geheel een beklemmende grauwsluier – het zijn daardoor eerder de feiten die je bijblijven dan de foto’s zelf. Nu is dat op zichzelf een prestatie te noemen, het maakt de zelfkritische twijfel van Van Kesteren wel begrijpelijk.

Zo bekeken is de terughoudendheid van Van Kesteren en zijn voorgangers over het resultaat van hun Document vooral een indicatie van de hoogte van de lat die zij voor zichzelf leggen. En al sprongen ze er, toen en nu, keurig overheen, bij het neerkomen was er de wetenschap dat het ook anders, en misschien wel beter, had gekund.

    • Eddie Marsman