Schaatsers willen zich bewijzen na EK-fiasco

Sven Kramer en Ireen Wüst zijn favoriet voor het EK allround in Collalbo.

De Nederlandse schaatsers hebben na het vorige EK wat goed te maken.

Voor twee 20-jarige Nederlandse schaatstoppers begint het échte schaatsseizoen pas vanmiddag in Collalbo, in Noord-Italië. Na talrijke zeges in het voorseizoen staan Sven Kramer en Ireen Wüst te popelen om op de EK allround uit te vinden hoe hun recente vorderingen zich verhouden ten opzichte van de internationale concurrentie.

De Nederlandse schaatsers hebben komend weekeinde in Collalbo wat goed te maken. De laatste Europees kampioenschappen allround, een jaar geleden in Hamar, liep voor de afvaardiging bij de mannen uit op een groot fiasco. Voor het eerst sinds een kwart eeuw stond er op een EK allround geen Nederlander op het podium. Ze hadden wel een goed excuus: de EK stonden toen in het teken van de voorbereiding op de Spelen waar ze een maand later goed presteerden.

Gezien de blakende vorm waarin Kramer verkeert, behoort hij in Collalbo tot de favorieten. Met name op de vijf kilometer was hij in het voorseizoen een klasse apart. In november verbaasde hij in Berlijn door de 5.000 meter af te leggen in 6.09,76, een fractie boven zijn eigen wereldrecord. Daarnaast lijkt Kramer op de 500 en 1.500 meter wat van zijn achterstand te hebben ingelopen. Carl Verheijen, Mark Tuitert en Wouter Olde Heuvel zijn de andere Nederlanders.

Regerend Europees kampioen Fabris lijkt de grootste bedreiging te vormen voor Kramer. Twee gouden en een bronzen medaille op de Spelen van Turijn leverden de 25-jarige Italiaan wat geld op, en vooral extra motivatie. Het vooruitzicht van een titeltoernooi in eigen land inspireerde hem bij de zware zomertraining. Het resultaat mocht er zijn. Bij de eerste serie wereldbekerwedstrijden reed Enrico Fabris in Berlijn een onnavolgbare 1.500 meter. In Moskou toonde hij progressie op de tien kilometer, in allroundtoernooien tot nu toe zijn achilleshiel. Onlangs schudde hij bij het Italiaans kampioenschap in Baselga op de mijl nog achteloos een 1.48 uit de benen.

Ook de nummer twee van vorig jaar, de Noor Eskil Ervik, lijkt op tijd klaar voor de EK. Na zijn olympische teleurstelling stond de 32-jarige stayer op een kruispunt. Waar andere Noorse routiniers als Lasse Saetre en Petter Andersen stopten, ging Ervik door. Gedreven door de gewaagde ambitie om als eerste schaatser ooit een vijf kilometer te voltooien binnen zes minuten. De klap van Kramer in Berlijn, waar Ervik een rechtstreeks duel verloor met zeven seconden verschil, kwam hard aan. Maar in een trainingskamp in Davos regeerde hij de laatste weken weer ouderwets over zijn ploeggenoten.

Junioren-wereldkampioen Håvard Bøkko kan met zijn sterke 500 meter de basis leggen voor een goed toernooi. Twee debutanten completeren de Noorse ploeg. Henrik Christiansen (23) is een pure allrounder, Sverre Haugli (24) meer een stayer. De laatste komt uit een echte schaatsfamilie. Zijn zusje Maren (21) is de Noorse troef bij de vrouwen. Hun opa, met dezelfde voornaam als zijn kleinzoon, debuteerde 57 jaar geleden op het EK met een derde plaats en haalde in 1956 olympisch brons.

Bij de vrouwen lijkt Ireen Wüst de grote kanshebber, nu Anni Friesinger de voorkeur geeft aan de WK sprint over tien dagen in Hamar. Voornaamste tegenstanders zijn Claudia Pechstein, de kampioene van vorig jaar, en Renate Groenewold. Talenten als de Tsjechische Martina Sablikova en de Noorse Maren Haugli lijken nog niet rijp voor een allroundtitel.

    • Maarten Scholten
    • Rob Schoof