Pas op voor Wagner

Bernard Williams: On Opera. Yale University Press, 149 blz. € 35,99

Bernard Williams: On Opera. Yale University Press, 149 blz. € 35,99

‘Er bestaat erg weinig serieuze operakritiek’, schrijft Bernard Williams in On Opera, een postuum verschenen bundeling stukken over opera van de gerenommeerde Britse moraalfilosoof, die in 2003 overleed. ‘Er bestaat zelfs weinig vertrouwen dat er zoiets zou kunnen bestaan.’

Een beetje overdreven misschien; sinds eind jaren tachtig bestaat er een academisch tijdschrift over opera, het Cambridge Opera Journal en muziekwetenschappers als Carloyn Abatte in In Search of Opera en filosofen als Slavoj Zizek, in Opera’s Second Death, gaan het genre theoretisch gewapend te lijf. Maar voor Williams was die observatie een aansporing om te laten zien hoe het dan wél moet.

In deze compacte essays, vrij van jargon, probeert Williams door te dringen tot de kern van zijn geliefde meesterwerken, van Mozarts Così fan tutte tot Verdi’s Don Carlos. Die twee componisten behoren tot zijn favorieten, maar Richard Wagner levert (haast onvermijdelijk) de interessantste filosofische problemen op. Anders dan zijn operavriend Isaiah Berlin was Williams gevoelig voor Wagners muziek. Maar tegelijkertijd verzet hij zich tegen de ‘totaliserende’ ambities van diens kolossale muziekdrama’s, het zwelgen in Germaanse mythen en heldenverering, die hem ethisch en politiek zorgen baren. Van Siegfried moet hij helemaal niets hebben, de melancholieke god Wotan is voor Williams de echte held van Der Ring des Nibelungen. Hij roept zelfs de vraag op of Wagners operawereld uiteindelijk niet is gebouwd op een ‘leugen’. Wat niet weg neemt dat Williams bij een uitvoering van Tristan und Isolde, zo bekent hij, ‘onmiddellijk werd gereduceerd tot een bijna oncontroleerbare toestand, die de rest van de eerste akte aanhield, en het grootste deel van de avond.’ Maar ook hier moet hij meteen weer afstand nemen. Voor Tristan schreef Wagner wel zijn meest filosofische libretto, vol metafysische gedachten over de wereld, de nacht en de dag, maar voor Williams werkt het stuk alleen als psychologie, en dus ook als drama.

Willams’ achtergrond in de ethiek toont zich in zijn vermogen om morele problemen helder te analyseren. Ook als hij schrijft over het onmiskenbare sadisme waaraan de heldinnen in de opera’s van Puccini worden blootgesteld – een deel van het plezier van het zaalpubliek bestaat volgens Williams uit ‘medeplichtigheid’. Dat is zijn beroepsmatige kant; uit deze stukken spreekt ook de passie voor opera van de ware liefhebber. Die combinatie maakt On Opera bijzonder en zeer de moeite waard.