Opa was geen nazi

Ilka von Zeppelin: Het gevoel dat er iets niet klopte. Een jeugd tussen 1940-1948. Uit het Duits vertaald door Gerda Meijerink. Cossee, 191 blz. € 19,90 (geb.)

‘Wie de grootste had, had gewonnen. Het was streng verboden, maar het was ons grootste heimelijke pleziertje, en we hoopten dat de bommen zo dicht mogelijk in de buurt vielen, het liefst precies op het huis van de buren, want als het twaalf uur was moesten we alle scherven hebben opgeraapt en vergeleken. Soms kregen we ruzie over of de zwaarste dan wel de grootste granaatscherf won.’ Aan het woord is Ilka von Zeppelin, een Duitse vrouw die nu pas haar herinneringen aan de oorlog heeft gepubliceerd.

Zeppelin vluchtte met haar moeder, haar broertjes en haar zusje naar haar grootouders bij Neurenberg. Daar was ze aanvankelijk niet welkom: vader Zeppelin diende aan het front en grootvader, een rijke, beleerde landheer, wilde geen ‘nazikinderen’ in huis. ‘Vader, het zijn míjn kinderen’, had Zeppelins moeder daarop gezegd. Het jonge meisje snapte er niets van: opa wíst toch wel dat ze zijn kleindochter was?

Voor Zeppelin was de oorlog vooral onbegrijpelijk: opa was antifascist, papa vocht aan het front en was volgens juffrouw Rosenbaum een dapper man, mama zweefde daar tussenin. Dit leverde tegenstrijdige emoties op, emoties die je nu wel begrijpt, maar waar het kind dat Zeppelin tijdens de oorlog was geen raad mee wist. In het nabijgelegen bos verschool zich bijvoorbeeld een Duitse dienstweigeraar. Rosenbaum had haar leerlingen bevolen deze man, mochten ze hem tegenkomen, met stokken en stenen te lijf te gaan of het direct te melden. Opa dacht daar heel anders over: hij wilde de man juist in bescherming nemen. ‘Maar hoezo wilde opa zich erom bekommeren’, vroeg de kleine Ilka zich af.

Door zulke verwarrende tegenstrijdigheden hadden nazikinderen het in de oorlog misschien wel moeilijker dan andere kinderen. Het was lang taboe om dat uit te spreken. Maar Zeppelin doorbreekt dat taboe nu en zij geeft het verdriet van de vaak onschuldige kinderen van nationaal-socialisten een plaats. Het gekozen kindperspectief is daarbij uniek en effectief: je krijgt direct sympathie voor het nazimeisje.

Een ander effect van het persoonlijke perspectief dat Zeppelin hanteert, is dat grote thema’s ‘klein’ worden. ‘De nazi’s’ worden ‘de Hitlerjongens uit het dorp’, ‘papa’ en ‘juffrouw Rosenbaum’ en ‘denazificatie’ betekent dat papa naar een kamp moet om te veranderen. Ziekte en dood krijgen een naam: broertje Georg krijgt kinkhoest, alle kinderen lijden aan schurft, en Irma, een vriendinnetje van Zeppelins zusje, sterft doordat ze in een vuilnisbelt heeft gerommeld.

    • Rolf Harbers