Op de wegen der karavanen

Satelliet-opname van de in 2003 door een aardbeving verwoeste stad Bam, gelegen langs de Zijderoute, in Iran Foto Reuters IKONOS satellite image of historic Bam in southeastern Iran, taken from 423 miles in space on December. 27, 2003, just one day after the earthquake struck there. Whole blocks of homes that had collapsed onto their square lots may be discerned in the satellite imagery. Some smaller roads appear to be cluttered with debris and cars. A fortress is seen in the NE section of the image. International rescue workers hacked desperately through flattened debris for survivors as cemeteries overflowed in Iran's ancient Silk Road city of Bam on Saturday after an earthquake that killed at least 20,000 people. REUTERS/Space Imaging PP03120056 IKN/GN Reuters

Colin Thubron: Shadow of the Silk Route. Chatto & Windus, 363 blz. € 20, –

Het bekendst gebleven reisboek van Colin Thubron – zijn romans zijn een onderwerp apart – is Behind the Wall uit 1987, over zijn tocht door China dat toen net een eindje was opengegaan voor buitenlanders. Behalve de verhaalstijl is een belangrijke verklaring waarom haast niemand anders dan Thubron dat boek kon schrijven, dat hij genoeg Chinees kent om met de mensen in de bus en op straat te praten. Zo heeft hij zich ook weer kunnen onderhouden met de Chinezen langs de Zijderoute, de weg waarlangs vijftien eeuwen lang, totdat de Europeanen om Afrika heen gingen zeilen, Oost en West handel met elkaar dreven. Toen hij ongeveer de helft van zijn acht maanden durende reis achter zich had, moest hij overgaan op het Russisch dat hij ook meester is; tenslotte bereikte hij het Midden-Oosten waar velen een beetje Engels spreken, en zo heeft hij over de afstand van zo’n 11.000 kilometer gesprekken gevoerd.

In Thubrons boek is sprake van een voortdurend samengaan van herkenning en ontdekking; en daarbij heeft hij een vermogen om met alle mogelijke mensen gesprekken te voeren die verhelderend zijn. Aan het begin van zijn reis in Huangling, zo’n 1.000 kilometer ten westen van Shanghai, waar volgens de legende de keizerin Lei-tzu 2.600 jaar geleden de draad van de zijdeworm ontdekte, vroeg een vrouwelijke gids bij het monument hem bijna waarom hij die onafzienbare reis ging maken. Zij sprak de vraag niet uit, omdat dat in China onhebbelijk is. Thubron beantwoordt hem in zijn boek: als je jong bent wil je de spanning, en het knarsen van je zolen op de wegen; als je oud bent hoop je nog eens iets nieuws te begrijpen voordat het te laat is.

Thubron heeft een kolossaal monument van herinneringen opgebouwd aan zijn acht maanden tussen Xian, ten zuiden van Huangling waar de Zijderoute geacht werd te beginnen, en Antakya, het oude Antiochië aan de Middellandse Zee. Behalve zijn belevenissen lees je ook fragmenten uit de geschiedenis van de steden en streken waar zijn weg doorheen voerde. Lanzhou, Yangchang, Dunhuang, Cherchen, Khotan – de meesten van ons wisten niet dat al die plaatsen bestaan en dat Khotan aan de droogste woestijn van de wereld ligt, de Taklamakan. Nog zijn wij China niet uit; vijfhonderd kilometer verder ligt Kashgar, en dan nog een paar honderd kilometer naar de Torugart Pas, waar China ophoudt en Kirgizië begint.

Voorbij dat land liggen de andere voormalige sovjetrepublieken: Kazakhstan, Tajikistan, Turkmenistan, gevolgd door Afghanistan, rotsachtige gebieden met barse stadjes en dorpjes, tientallen of honderden kilometers van elkaar verwijderd. Deze omgeving doet zich iets minder vreemd voor aan de westelijke verwachting dan het Chinese traject, maar niet grondig anders. De twee lopen in elkaar over: in China zijn veel Oeigoeren gevestigd die tot de Turkse volkeren behoren, in de tegenovergestelde richting zijn nogal wat Chinese emigranten doorgedrongen. De eenzame reiziger blijft er een loslopende vreemdeling, en wie diens verhaal volgt leeft in de vervreemding mee.

Even over de grens van Kirgizië kwam hij aan bij een oude caravanserai, een van de weinig bouwsels die bij de verre, oude route horen. Oorspronkelijk was dit het paleis van Koning Rabat, een nationale held uit een legendarisch verleden, zei Nazira, de potige jonge toezichthoudster. Voelde zij zich niet eenzaam, tweehonderd kilometer van haar familie in Bishek, met als huisgenoot alleen een witte kater? Nee, zij hield zich goed bezig. ‘s Ochtends in het laatste maanlicht keek Thubron uit zijn tent naar de bergen, op de grens van China, halverwege de Zijderoute; hij hoorde de rivier in de diepte, en liet zich doordringen van het besef van de eeuwen en de afstanden.

Wie zich duidelijker wil voorstellen hoe het leven van de oude karavanen verliep moet hier niet zijn. Dat is niet Thubrons onderwerp. Het zou een academisch onderzoek vergen in een bibliotheek; op de weg door de twee werelddelen zijn geen geschikte archieven, en het meeste van wat er vroeger aan gebouwen en pleisterplaatsen stond, is verdwenen. De reiziger trekt voort door het lege, harde bergland en treft soms een paar verbaasde dorpelingen die wel willen uitleggen hoe arm en leeg zij leven.

Vroeger is het in sommige streken anders geweest: minder in West-China dan in sommige gebieden ten zuiden van Rusland, waar verlopen steden herinneringen aan hun glorietijd bewaren. Samarkand is een van de rijkste locaties: al een glanzende stad toen Alexander de Grote er aankwam. En altijd aanzienlijk gebleven, totdat hij in de 14de eeuw tot zijn grootste status gebracht werd door Timoer Lenk, die er de hoofdstad van zijn rijk van maakte. Na diens dood werd Samarkand verder ontwikkeld door zijn schoondochter Gwar Shad, die alsmaar minaretten liet bouwen waarvan er nu, zes eeuwen later, nog één stompje over is.

Andere roemruchte plaatsen komen in zicht op weg naar het westen: Bukhara dat in de 16de eeuw Samarkand overtroefde, Balkh dat een paar jaar de hoofdstad van Alexander de Grote geweest is, en Nishapot in het noordoosten van Iran waar Omar Khayam zijn kwatrijnen schreef.

Wat er van het boek overblijft is een keus uit de wetenswaardigheden en indrukken die de schrijver heeft opgedaan, verteld in een eigen stemgeluid dat zich niet opdringt; en vereend door de ervaring van de reiziger die zichzelf als een ander leert kennen. Dat gevoel deelt hij zo sterk mee dat het niet alleen de gedachte aan het boek blijft begeleiden, ook in de lezer zelf doordringt zonder dat die er de halve wereld voor hoeft om te reizen. Wie op een grijze middag een eindje van huis weg fietst naar een andere buurt kan het zelf al een beetje ervaren: onbekende mensen ontdekken met onbekende gedachten en herinneringen in onbekende straten die ons aankijken alsof zij types als ons nooit gekend hebben.

Zo voelt de lokale reiziger zich eventjes verwant met de grote meester die heel Azië is overgestoken.