Onbelangrijke pillen

Van de nieuwe medicijnen die vorig jaar op de markt kwamen, vond het Geneesmiddelenbulletin er 21 ‘belangrijk’. Bij die 21 zaten drie vaccins en middelen tegen multipele sclerose, maculadegeneratie, overgewicht en roken.

Maar hoeveel onbelangrijke medicijnen verschenen er in 2006 eigenlijk op de markt? Het Geneesmiddelenbulletin wijdt daar geen woord aan; de website van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) biedt uitkomst. Vorig jaar liet het CBG 1.115 nieuwe producten toe. Van die 1.115 noemt het Geneesmiddelenbulletin er één belangrijk: Remodulin, een medicijn om hoge bloeddruk in de longslagader te verlagen.

Zijn er vorig jaar dan echt 1.114 nutteloze medicijnen in de verkoop gekomen? Nee, zo erg is het niet. Wel zijn die 1.115 nieuwe medicijnverpakkingen voor het merendeel generieke medicijnen, die op de markt komen als de patenthoudende fabrikant zijn alleenrecht op de verkoop verliest. Dan registreren de generiekenfabrikanten snel een goedkopere kopie. Zo is glimepidine A tegen ouderdomsdiabetes, vorig jaar 33 keer geregistreerd. Door verschillende fabrikanten en steeds in minstens 4 verschillende doseringen. Generieke middelen drukken wel de kosten, maar toch kregen ze nooit het predicaat ‘belangrijk’.

De andere belangrijke nieuwe medicijnen zijn door de Europese Commissie geregistreerd: 354 medicijnproducten in 2006. Ook hier weer veel doublures, maar toch zijn er pakweg 60 nieuwe medicijnen op de markt gekomen. Ongeveer 1 op de 3 echt nieuwe geneesmiddelen is dus belangrijk.

Wie vinden we bij de losers? Avandamet bijvoorbeeld, een combinatie van twee middelen in één pil tegen ouderdomsdiabetes. En van de nieuwe combinatiepil Coaprovel maakt het Farmacotherapeutisch Kompas duidelijk dat een dokter die zich aan de Nederlandse richtlijnen voor de behandeling van hoge bloeddruk houdt, hem nooit zal kunnen voorschrijven. Ja, dan is ‘onbelangrijk’ nog een gunstig oordeel.

    • Wim Köhler