Mooi weertje? Vol super graag!

Hoe ironisch kan het nog worden? De uitzonderlijk zachte winter in Noord-Amerika en West-Europa draagt er sinds begin dit jaar aan bij dat de vraag naar ruwe olie kan tegenvallen, en de olieprijs is dan ook fors gedaald. Gisteren en vanmorgen stond de prijs van een vat zo’n beetje op 52 dollar of minder, en dat is 9 dollar lager dan eind 2006. In ruim een week is de prijs met 15 procent gekelderd. Het broeikaseffect zorgt dezer dagen voor het goedkoper worden van de fossiele brandstoffen die datzelfde broeikaseffect veroorzaken.

De olie-exporteurs die verenigd zijn in OPEC, dachten vanmorgen na over een ingelaste ontmoeting dit weekeinde om te kijken wat er te doen valt. Diverse leden van de club spraken de afgelopen maanden het voornemen uit om de olieprijs op een niveau van rond de 60 dollar te houden, en er zijn al vrijwillige productiebeperkingen geweest. Maar niets helpt, en dat zegt misschien wel veel over de aard van de hausse van vorig jaar, toen voor Brent-olie in augustus bijna 80 dollar per vat werd betaald. Iedereen op de financiële markten heeft gezien hoeveel speculatief kapitaal er in de grondstoffenmarkten is gepompt – niet alleen in olie, maar ook in metalen en andere grondstoffen als sinaasappelsap.

Dat werpt de vraag op of de olieprijs op dit moment wordt gedreven door de traditionele afweging tussen de verwachte vraag en het verwachte aanbod, met alle ingewikkelde beschouwingen over de wereldeconomie en internationale politiek die daarbij horen. Of dat er simpelweg sprake is van een leeglopende speculatieve zeepbel. In dat laatste geval kan de prijs alle kanten op: speculanten kunnen concluderen dat de prijs wel ver genoeg gezakt is, en zich weer inkopen in de markt. Voor hetzelfde geld zit een groot aantal partijen nu flink scheef met termijntransacties en moeten zij hun posities verder liquideren, waardoor het eind van de prijsdaling nog lang niet in zicht is.

Acht jaar geleden waren er diverse studies, onder meer van de Wereldbank, die voorzagen dat de grondstoffenprijzen nog heel lang laag zouden blijven. Dat is nogal gelogenstraft. Het voorspellen van de olieprijs, die in de afgelopen acht jaar schommelde tussen de 80 dollar van afgelopen zomer en nog geen 10 dollar eind 1998, blijft een hachelijke zaak. Nog gevaarlijker is het om beleid te bouwen op zo’n wankel fundament als de staatsinkomsten uit olie.

Dat geldt in bescheiden mate voor Nederland, waar de regering uitgaat van een gemiddelde olieprijs van maar liefst 70 dollar in 2007. Maar het kan veel erger: je zult, bij een verder zakkende prijs, maar Hugo Chávez heten.

Maarten Schinkel

    • Maarten Schinkel