Met 150.000 vingerafdrukken de grens over

EU-voorzitter Duitsland bepleit verregaande samenwerking tussen politiediensten in Europa. Terreuraanslagen van voorgaande jaren hebben de kans hierop vergroot.

Met een druk op de knop nagaan of een in Nederland aangehouden verdachte ook justitiële antecedenten heeft in andere Europese landen. Sinds oktober vorig jaar beschikt het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) over die mogelijkheid. Minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) sloot toen Nederland aan op het Europol Informatiesysteem (EIS). Sindsdien hebben rechercheurs toegang tot politiebestanden in andere landen van de Europese Unie.

De informatieverstrekking is weliswaar beperkt, op het scherm verschijnt alleen de mededeling dat in een ander land informatie beschikbaar is, of niet. Als die informatie beschikbaar is, moet men alsnog een rechtshulpverzoek indienen. Maar opsporing wordt in de praktijk aanzienlijk vergemakkelijkt als men snel kan natrekken of iemand elders in Europa al eerder eens in de fout is gegaan.

De Europese politiedienst Europol beschouwt de databank als een tastbaar bewijs van zijn bestaansrecht. De mogelijkheid van dergelijke informatie-uitwisseling bestaat op papier al sinds 1995, maar krijgt nu concreet gestalte. In enkele maanden tijd verwerkte Europol al tienduizenden ‘bevragingen’ van opsporingsinstanties en de databank breidt snel uit.

Duitsland wil zijn voorzitterschap van de Europese Unie gebruiken om Europese politiesamenwerking nog verder te verankeren. Volgende week maandag onderhandelen de Europese ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken in Dresden over verder gaande informatie-uitwisseling. Duitsland wil daar afspraken maken over versnelde invoering van het in 2005 gesloten Verdrag van Prüm (Duitsland), ook wel ‘Schengen III-verdrag’ genoemd. De Benelux-landen, Frankrijk, Spanje en Oostenrijk spraken daarin af bestanden van DNA-profielen, vingerafdrukken en kentekenregistraties uit te wisselen.

In Franse opsporingsbestanden staan meer dan 150.000 niet-geïdentificeerde vingerafdrukken en 5.000 DNA-profielen waarvan de herkomst onbekend is, zei de toenmalige Franse minister van Binnenlandse Zaken bij de ondertekening van dat verdrag. Als die data kunnen worden vergeleken met opsporingsbestanden in andere Europese landen, kan dat bijdragen aan het oplossen van misdrijven.

Het verdrag maakt ook gezamenlijke politiepatrouilles in de grensgebieden mogelijk. Italië, Finland, Portugal en Slovenië hebben zich inmiddels bij dat verdrag aangesloten. Duitsland wilde in het verdrag afgesproken politiesamenwerking vastleggen in EU-wetgeving en probeert daarvoor volgende week de geesten rijp te krijgen. De Duitse minister van Binnenlandse Zaken, Wolfgang Schäuble, noemde dat vorige maand een „prioriteit in het werkprogramma van het Duitse voorzitterschap”.

Als Duitsland daarin slaagt, komt een belangrijke doelstelling binnen bereik van het ‘Haagse programma’ dat in 2004 onder Nederlands EU-voorzitterschap tot stand kwam. Toen werd afgesproken om vanaf 2008 dergelijke informatie te stroomlijnen. Nederland was daarna onderhandelingspartner in politieverdragen met Duitsland en de Benelux en Oostenrijk, waarin inmiddels dezelfde afspraken zijn opgenomen als in het Verdrag van Prüm.

De aanslagen in Amerika (september 2001), Spanje (maart 2004) en het Verenigd Koninkrijk (juli 2005) hebben de weg vrijgemaakt voor grotere bereidheid tot samenwerking bij opsporing en vervolging. Maar ook de publieke commotie als gevolg van de affaire-Fourniret droeg daartoe bij. Michel Fourniret, een in Frankrijk veroordeelde zedendelinquent, week na het uitzitten van zijn straf uit naar België, kon aan de slag op een school en vergreep zich opnieuw aan kinderen. In 2004 bekende hij negen meisjes vermoord te hebben. Sindsdien staan, mede onder druk van lidstaat België, varianten voor de vorming van Europese opsporingsregisters hoog op de Europese agenda.

Vorige maand bepleitte de Europese Commissie een volgende stap in Europese politiesamenwerking met het voorstel de bevoegdheden van Europol verder uit te breiden. Deze mag nu alleen optreden als sprake is van grensoverschrijdende en georganiseerde criminaliteit. De commissie wil dat veranderen in ‘grensoverschrijdende, zware criminaliteit’.

Daarnaast moet Europol een Europees agentschap worden waardoor ook het Europees Parlement zeggenschap krijgt over de politieorganisatie. Dat moet nog blijken. Nederland is in elk geval voorstander van modernisering van Europol.