Majesteit Venezuela lekker bezig (II)

Een Nationale Dag van Normen en Waarden. De invoering van zo´n nieuwe feestdag koninghugo1.jpgkondigde Hugo Chávez deze week aan bij het begin van zijn derde ambtstermijn als president van Venezuela. Het is een van de vijf beleidsonderdelen op weg naar de vorming van een socialistische republiek. Via het onderwijs, het terrein waar hij deze maand zijn oudste broer Adán als minister heeft aangesteld, moeten de jonge Venezolanen Bolivariaanse deugden worden bijgebracht. Duidelijk moet worden dat zaken als corruptie en geweld niet passen in de nieuwe samenleving. Kapitalistische gewoontes als egoïsme en hebzucht zullen plaats maken voor naastenliefde. De nieuwe Bolivariaanse mens wordt een aanmerkelijk beter wezen.

Een president met zulke opvattingen verdient alle steun. Maar toch vraag je je af hoe die nieuwe normen en waarden sporen met al die andere plannen en uitlatingen die Chávez de afgelopen dagen deed. Is het wijzigen van de Grondwet op een manier die het mogelijk maakt dat een politiek leider voor het leven kan regeren niet een typisch rechtse, Monarchistische deugd? En hoe deugdzaam is het om regeren per Revolutionair Decreet mogelijk te maken. En waarom is dat eigenlijk nodig nu alle zetels in het parlement reeds sinds 2005 zijn ingenomen door Chavistas als gevolg van een boycot door de oppositie? Chávez kan al doen wat hij wil.

Is nepotisme ook een Bolivariaanse deugd? Is het afschaffen van de vrijheid van meningsuiting en het sluiten van een kritische tv-zender een van de te onderrichten nieuwe socialistische waarden? En wat moet de Venezolaanse jeugd denken van een president die de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten, Miguel Insulza, publiekelijk een droplul en een idioot noemt? Die verwensingen kreeg Insulza deze week te verduren omdat hij durfde te zeggen dat censuur niet past in een democratie.

Bijdragen over Hugo Chávez op dit weblog brengen veel reacties teweeg. Van fans en tegenstanders. Het is opvallend dat veel volgelingen van de revolutionaire leider er op wijzen dat de politieke klasse die het voor 1999 in Venezuela voor het zeggen had zich, volgens goed Latijns Amerikaans gebruik, niets aantrok van het grootste deel van de bevolking die in kommervolle omstandigheden woont. Daarom is het goed dat Chávez het opneemt voor de armen, is de redenering.

En dat klopt. De oude regenten van Venezuela waren een zeldzame verzameling corrupte, whisky zuipende, groep diknekken. Hele grote droplullen zo gezegd. Dat Caracas met stip de lelijkste hoofdstad is van Zuid-Amerika, met gruwelijke sloppenwijken, is niet de schuld van Chávez. En het is te begrijpen dat de arme Venezolanen reuze blij zijn met een politieke leider die voor dokters en gesubsidieerd voedsel zorgt.

Maar het is toch nogal mager dat de voornaamste verdienste die de aanhangers van Chávez steeds noemen, is dat zijn voorgangers in hun ogen nog slechtere politici waren. Alle despoten zijn vervelend, lijkt me, of ze zich nu links of rechts noemen.

 

Uit NRC Next van 11 januari:

Knalrood of gematigd rood

 

Het socialistische front van Latijns-Amerika is in veel opzichten verdeeld

 

Door onze correspondent

Marcel Haenen

BUENOS AIRES. 11 JAN. Twee progressieve stuurlui bepalen de komende jaren de politieke koers van Latijns-Amerika: de president van het grootste land uit de regio, de Braziliaan Luiz Inácio Lula da Silva, en de schatolierijke Hugo Rafael Chávez Frias uit Venezuela. Beide leiders beginnen deze maand aan nieuwe ambtstermijnen die tot 2011 (Lula) en 2013 (Chávez) zullen duren. Maar als je de twee socialistische politici vraagt wat hun linkse voorkeur eigenlijk inhoudt, is het antwoord nogal verschillend.

„Ik ben rood, knalrood”, is sinds kort de favoriete leuze van de marxistische oliehandelaar Chávez (52). En voor degenen met een andere overtuiging is geen plaats in zijn Bolivariaanse republiek. Strategische bedrijven worden genationaliseerd en tv-zenders die subversief, kritisch bezig zijn, krijgen geen zendvergunning meer. Allemaal maatregelen, aldus een strijdbare Chávez woensdag bij de presentatie van zijn regering, die noodzakelijk zijn in de „nieuwe etappe op de weg naar het socialisme van de 21ste eeuw.”

Maar de tweede etappe van de Braziliaanse president Lula (61) zal juist een steeds mildere politicus te zien geven. „Op de vraag of ik links of rechts ben, zeg ik in de eerste plaats: ik ben machinebankwerker van opleiding, katholiek van overtuiging en supporter van de voetbalclub Corinthians.” Links tromgeroffel is op een zeker moment nogal ouderwets, verklaarde Lula vorige maand kort na zijn herverkiezing voor een zaal vol ondernemers in São Paulo. „Menselijke evolutie” heeft de voormalige vakbondsleider - die in 1980 oprichter was van de grootste radicaal linkse partij van Latijns-Amerika - veranderd. „Alleen een middenkoers helpt de maatschappij vooruit.”

Latijns-Amerika heeft een druk jaar van presidentsverkiezingen achter de rug. En op Colombia, Peru en Mexico na - waar linkse kandidaten soms nipt verloren - ging de winst in vrijwel alle andere gevallen in de regio - zoals in Chili, Bolivia, Haïti, Nicaragua, Ecuador, Brazilië en Venezuela - naar socialistische politici.

Over Latijns-Amerika spoelt een linkse tsunami, schreef de ex-minister van Buitenlandse Zaken van Mexico Jorge Castañeda vorig jaar in het blad Foreign Affairs. Het is een natuurlijk proces. De electorale vijver voor progressieve kandidaten, die beloven een einde te maken aan de armoede, is immers omvangrijk.

Op het continent is de kloof tussen arm en rijk groot en neemt zelfs nog steeds toe. In elke stad in de regio is dat pijnlijk zichtbaar: gruwelijke, stinkende sloppenwijken aan de ene kant en exclusieve, hoog omhuurde gesloten buurten voor de rijken. Ruim 300 miljoen latino’s, meer dan de helft, leven in extreme armoede.

Behalve de belofte een einde te maken aan die verpaupering is er nog een thema waarmee de nieuwe generatie leiders politiek scoort. Ze zetten zich af tegen de VS en de door Amerika gewenste vrijhandelszone voor het hele continent. De grote noorderbuur staat voor neoliberale politiek en privatiseringen waarvan in de jaren negentig alleen de welgestelde latino’s hebben geprofiteerd, zo is het algemene gevoel.

President George W. Bush is nog eens extra impopulair. Hij is de man die vorig jaar besloot tot de bouw van een 1.200 kilometer lang dubbel hekwerk om de instroom van latino’s via de grens met Mexico tegen te gaan. Het dichtmetselen van de achterdeur illustreert de Amerikaanse desinteresse voor de rest van het continent.

De populariteit van Chávez is voor een belangrijk deel te danken aan zijn niet aflatende ramkoers tegen de VS. Veel latino’s zijn dol op de bravoure van de voormalige militair. Bush is de duivel, zei Chávez in de VN vorig jaar. Volgens de linkse Uruguayaanse schrijver Eduardo Galeano is een van de belangrijkste verdiensten van de huidige socialistische golf dat de latino’s „de angst hebben overwonnen om zich te keren tegen de zogenaamd almachtige Amerikanen”.

Maar lang niet alle linkse politici delen die afkeer van de VS. Het economisch meest succesvolle land in de regio, het socialistische Chili van president Michelle Bachelet, heeft een vrijhandelsakkoord met Amerika. De linkse president Tabaré Vázquez van Uruguay overweegt het lidmaatschap van het kwakkelende regionale samenwerkingsverband Mercosur in te ruilen voor economische verdragen met Washington.

Brazilië wijst een vrijhandelsverdrag met de VS nu nog af. Maar dat is niet ingegeven door ideologische motieven. Lula vindt dat Zuid-Amerika eerst meer moet integreren voordat handelsverdragen met de VS voor beide partijen lucratief kunnen zijn.

Het linkse front van Latijns-Amerika is in meer opzichten verdeeld. Chávez voert op binnenlands terrein een radicaal-linkse agenda. De president wil de representatieve democratie vervangen door een participerende waarbij bijvoorbeeld buurtraden het lokaal voor het zeggen krijgen. Hij wil per decreet revolutionair kunnen regeren. „Chávez is een despoot”, zei oppositieleider Rosales gisteren.

Chávez’ voornaamste regionale vrienden zijn Evo Morales in Bolivia, Daniel Ortega in Nicaragua, Rafael Correa in Ecuador, de gebroeders Castro in Cuba en Néstor Kirchner in Argentinië. „Autoritaire en ondemocratische populisten”, zoals Castañeda ze noemt. „Politici wier beleid bestaat uit het vergaren van steeds meer macht in plaats van het creëren van macht om beleid te maken.”

De linkse politiek van de socialistische presidenten van bijvoorbeeld Chili, Uruguay en Brazilië is evenwel veel minder gebaseerd op ideologische scherpslijperij. Het zijn pragmatici die in binnen- en buitenland bereid zijn samen te werken met conservatieve politici.

De komende tijd zal blijken of beide groepen de meningsverschillen overbruggen of juist verder uit elkaar groeien. Officieel is de verstandhouding tussen bijvoorbeeld Lula en Chávez opperbest. Maar off the record zuchten Braziliaanse diplomaten vermoeid als de Bolivariaanse leider ter sprake komt. Ze zeggen dat de ervaren Lula handen en voeten nodig heeft om Chávez in toom te houden. De relatie tussen de vaderlijk milde Lula en de onstuimige Chávez bepaalt voor een groot deel de politieke toekomst van het continent.