Kwartetten om een Canadees staalbedrijf

Een Nederlandse stichting houdt verkoop van het Canadese staalbedrijf Dofasco aan het Duitse ThyssenKrupp tegen. Dat komt de huidige eigenaar van Dofasco, Mittal Steel, niet slecht uit. Thyssen laat het er niet bij zitten.

Een kwartetspel met drie buitenlandse staalbedrijven en een Nederlandse stichting in de hoofdrol. Dat beeld doemde gisteren op in de Rotterdamse rechtbank, waar het Duitse ThyssenKrupp en het in Nederland gevestigde maar door Indiërs gedomineerde Mittal Steel vochten om het eigendom van het Canadese Dofasco, waarvan vrijwel alle aandelen in handen zijn van een Nederlandse stichting.

Het scenario is ingewikkeld: toen Mittal Steel begin vorig jaar aan een vijandige overname begon van het in Luxemburg gevestigde staalbedrijf Arcelor, bracht Arcelor de aandelen van het zojuist aangekochte Dofasco onder in de onafhankelijke Strategic Steel Stichting. Alleen de stichting kon beslissen over verkoop van Dofasco. Doel was, zo werd algemeen vermoed, om Mittal ervan te weerhouden Arcelor over te nemen. Immers, als een kwart van het vermogen van Arcelor in een stichting zou zijn ondergebracht, zou Arcelor minder aantrekkelijk zijn voor een koper.

Mittal intussen maakte met ThyssenKrupp, dat Dofasco ook graag had willen kopen, de afspraak dat Thyssen Dofasco mocht overnemen als Mittal erin zou slagen Arcelor in te lijven en de controle zou krijgen over Dofasco. Mittal wist namelijk dat de Amerikaanse mededingingsautoriteiten alleen met de overname van Arcelor akkoord zouden gaan als de combinatie Mittal-Arcelor activiteiten in Noord-Amerika zou verkopen.

In juni vorig jaar slaagde Mittal er na een bittere strijd van een half jaar in om Arcelor over te nemen, inclusief Dofasco. Toen ThyssenKrupp Mittal aan de afspraak over de verkoop van Dofasco herinnerde, bleek dat bedrijf echter muurvast te zitten in de stichting, die verkoop weigerde. Mittal deed er in de maanden daarop alles aan om de stichting tot andere gedachten te brengen, zo betoogde advocaat Paul Olden gisteren in het door ThyssenKrupp aangespannen kort geding, maar zonder resultaat. Bovendien, Arcelor had de stichting nooit bedoeld als ‘gifpil’ tegen Mittal, maar had de stichting opgericht om te voorkomen dat Dofasco door Mittal zou worden doorverkocht. Arcelor vond Dofasco belangrijk omdat het bedrijf eigen mijnen heeft en een sterke positie heeft bij de Amerikaanse auto-industrie. De stichting is kennelijk tot het oordeel gekomen dat verkoop nog steeds niet in het belang is van Arcelor, aldus Olden.

Een verzinsel, vond advocaat Duco Oranje, die ThyssenKrupp vertegenwoordigde. Arcelor hoeft zich niet meer te verdedigen tegen Mittal en de stichting heeft dus geen bestaansrecht meer. „Juridisch gezien kunnen Mittal en Arcelor de stichting geen opdrachten geven. Maar in de praktijk wel: het stichtingsbestuur bestaat uit bevriende lieden die je met één telefoontje kunt vertellen dat ze de aandelen moeten loslaten.” Mittal bestrijdt dat bij monde van advocaat Olden: „De leden van het stichtingsbestuur hebben geen banden meer met Arcelor.”

Onder het juridische oppervlak speelt een strategisch spel waarvan de contouren nog niet helemaal duidelijk zijn. Op het moment dat Mittal met ThyssenKrupp een voorlopig verkoopcontract opstelde over Dofasco, had Mittal geld nodig voor de aankoop van Arcelor. Dofasco was niet zo interessant voor Mittal, dat zelf fabrieken heeft in de Verenigde Staten. Bovendien wist Mittal dat de Amerikaanse mededingingsautoriteiten niet akkoord zouden gaan met een dergelijke machtsconcentratie en wilde het dus wel van Dofasco af. Het kan zijn, volgens ingewijden, dat Arcelor na de overname Mittal ervan heeft overtuigd dat Dofasco wel degelijk een waardevolle aankoop was en dat de nieuwe staalcombinatie veel beter iets anders in de VS zou kunnen afstoten. Om die reden is Mittal, in de woorden van advocaat Oranje, „heel erg blij” met de Strategic Steel Stichting van Arcelor, waarachter het zich nu kan verschuilen tegenover ThyssenKrupp.

Het kan ook zijn dat Arcelor en Mittal het samen nog steeds niet eens zijn over de kwestie. Dat zou een spagaat opleveren, aangezien Arcelor en Mittal tegenwoordig één bestuur hebben. Met de Arcelor-pet op wil het bestuur Dofasco houden, met de Mittal-pet op wil het Dofasco nog steeds kwijt. In dat scenario moet het bedrijf het eerst intern eens worden.

Maar dat alles duurt ThyssenKrupp te lang. Het bedrijf kan al driekwart jaar geen grote overname doen, omdat niet duidelijk is of het straks circa 4 miljard euro op tafel moet leggen voor Dofasco. De eis die advocaat Oranje daarom gisteren neerlegde: Mittal moet Arcelor dwingen om de aandelen van Dofasco binnen twee tot drie weken „uit de kaken van de stichting” te trekken via een juridische procedure op straffe van een dwangsom van 500.000 euro per dag.

De rechter doet op 23 januari uitspraak.

    • Friederike de Raat