Jurowski werkt Mahlers oeuvre in volgorde af

Concert: Rot. Philharmonisch Orkest, Brabantkoor, solisten o.l.v. Vladimir Jurowski. Gehoord: 11/1 MC Vredenburg Utrecht. Herh.: 12 t/m 14/1 De Doelen Rotterdam. Res.: 010-217 1717.

Vladimir Jurowski (34) dirigeerde tot nu toe geen symfonieën van Mahler en wil het oeuvre van de componist zoveel mogelijk chronologisch aanpakken, zo zegt hij vandaag in een interview met deze krant. Bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest begint hij daaraan met vier uitvoeringen van Das klagende Lied, een breed opgezette driedelige cantate over een broedermoord die Mahler tussen zijn zeventiende en twintigste componeerde op een eigen tekst.

Vrijwel de hele latere Mahler is terug te vinden in dit exuberante en veel te weinig gespeelde fundament onder zijn oeuvre. Jurowski komt met de oerversie die pas in 1997 in première ging en die Mahler zelf nooit hoorde. Hij reviseerde het stuk van meer dan een uur in 1901 tot een tweedelig werk met minder solisten. Ook Jurowski snijdt nu in de originele bezetting. Zo ontbreekt de jongenssopraan die zijn moordende broer aanklaagt. Jaap van Zweden liet hem nog wel horen in de Nederlandse première van de oerversie in 2005. Volgende maand komt de cd-opname daarvan uit.

Het is een meestergreep van Jurowski om Mahlers morbide en apocalyptische jeugdwerk vooraf te laten gaan door de Sinfonia da requiem (1940) van de jonge Benjamin Britten. Het instrumentale stuk is Mahleriaans, beginnend met een dodenmars en zich ontwikkelend in een veelal kale klankwereld die herinnert aan Mahlers symfonieën nrs 9 en 10. Sterk beeldende oorlogspassages doen weer denken aan Sjostakovitsj. Jurowski komt tot een uiterst geconcentreerde en onverbiddelijk inkervende weergave van deze schrijnende, ook al veel te weinig gehoorde muziek.

Das klagende Lied kreeg gisteravond in Utrecht van Jurowski een sterk persoonlijke interpretatie. Pierre Boulez maakte in 1970 een fameuze opname die strak en analytisch was. Jurowski richt zich veelal op de romantische, lyrische, sfeervolle en sprookjesachtige kanten van het suggestieve stuk, waardoor de dramatische delen van het verhaal sterk worden uitgelicht, mede dankzij de expressieve sopraan Twyla Robinson. Fascinerend zijn de passages met de van verre klinkende feestmuziek op de bruiloft op een koninklijk kasteel, dat weldra aan de aanklacht ten onder zal gaan.

Cultureel Supplement: interview met Jurowski, pagina 21