Irak: meer van hetzelfde

Twintigduizend man extra naar Irak – dat was de kern van de boodschap die president Bush van de Verenigde Staten overbracht aan zijn landgenoten. Hoewel hij meer woorden nodig had, bleef het in wezen bij deze inhoudelijk weinig verrassende mededeling. De president liet hiermee een unieke, en misschien wel laatste, mogelijkheid liggen voor een even noodzakelijke als radicale wijziging van zijn politiek voor Irak.

Waar het om gaat, is dat het sturen van de vijf brigades symptoombestrijding is, als het bij dat gebaar blijft. Falend beleid laat zich hiermee niet rechtzetten. Bush stelt meer van hetzelfde voor en verzuimt het belangrijkste: een koerswijziging met zicht op veiligheid en stabiliteit.

Aan de inspanningen van een van zijn belangrijkste adviseurs, oud-minister van Buitenlandse Zaken James Baker, heeft het niet gelegen. Die kwam vorige maand met een reeks zinnige aanbevelingen voor Irak. Politiek en diplomatie voerden daarin de boventoon. Bakers rapport ademde realisme en – ouderwets maar niet achterhaald – containment: de politiek van de indamming.

Baker signaleerde een gebrek aan draagvlak van de huidige Iraakse regering. En hij stelde voor overleg te voeren met de vijand. In Irak en daarbuiten: Iran en Syrië. Bush noemde beide landen in zijn televisietoespraak wel, maar alleen in belligerente zin. Ook daar zit dus weinig schot in. Over het aantal Amerikaanse militairen in Irak oordeelde Baker vorige maand genuanceerd. Uitgerekend op dit punt kwam zijn studiegroep tot de conclusie dat meer Amerikaanse militairen nodig zijn ter ondersteuning van Iraakse eenheden. Maar Baker noemde ook een duidelijke datum voor terugtrekking: het eerste kwartaal van volgend jaar.

Van een nieuwe aanpak is kortom geen sprake. Bush’ toezeggingen in troepen en geld (een miljard dollar voor wederopbouw) betekenen weinig voor de chaos waarin het land verkeert. De zwakke regering-Maliki zal er niet sterker of doortastender door worden. En er is geen reden te veronderstellen dat de verdeeldheid, het sektarische geweld en de onveiligheid erdoor zullen afnemen.

De president sprak gisteren over een „beslissende ideologische strijd” die in het Midden-Oosten wordt uitgevochten. „Van Afghanistan tot Libanon en de Palestijnse gebieden [kijken] miljoenen mensen naar wat er in Irak gebeurt. Zij willen weten: trekt Amerika zich terug en laat het Irak over aan de extremisten, of blijven we de Irakezen steunen die voor vrijheid hebben gekozen?”

Het is helaas retoriek. Wat miljoenen zien – wereldwijd, niet alleen in het Midden-Oosten – is een islamitisch land in doodsstrijd en een supermacht die zijn controle erover verliest. Nog een paar misstappen en de hele regio staat in brand. Wat dit betekent voor Amerika en zijn bondgenoten en de westerse vrijheden in het algemeen laat zich raden. Bush kon zich met Irak al haast geen fouten meer permitteren, maar gisteren is er toch weer een bijgeschreven: meer troepen, maar zonder meer visie.