Ik ben verslaafd aan mezelf

Ilja Pfeijffer is voor de laatste keer correspondent van nrc.next in Second Life.

Pfeijffer besluit met de aanstekelijke werking. „Ik ben zo vatbaar voor verslaving als een bejaarde voor griep.”

Mijn avatar is mooier dan ik ben. Ik kan geen genoeg van haar krijgen. Foto Lilith Lunardi Lunardi, Lilith

De vraag is natuurlijk of Second Life gevaarlijk is. Dezelfde vraag werd gesteld over de eerste stoomtrein, de eerste zeppelin, de eerste trans-Atlantische vlucht, het Apollo-project en internet. Natuurlijk is het gevaarlijk. Het is nieuw. Er zullen slachtoffers vallen.

Inmiddels is de discussie over de wenselijkheid en de risico’s van Second Life in volle hevigheid losgebarsten. Voorstanders wijzen op de ongekende mogelijkheden. Toekomstgoeroes noemen het de opvolger van het World Wide Web. Nu is het pas werkelijk mogelijk om elkaar, waar ter wereld je ook toeft, vanachter de computer in dezelfde ruimte te ontmoeten. Je kunt vergaderen, compleet met powerpointpresentaties en borrel achteraf zonder businessclasstickets te betalen. Je kunt klanten een proefrit in prototypes aanbieden in plaats van een foto van het nieuwe model op internet te zetten. Alleenstaande vrouwen in afgelegen gehuchten hebben de mogelijkheid een winkeltje te openen. Gehandicapten kunnen lopen. Je kunt dansen met iemand uit Australië in plaats van te daten.

Tegenstanders wijzen erop dat een avatar op jaarbasis net zoveel elektriciteit verbruikt als de gemiddelde Braziliaan. En ze zeggen dat Second Life verslavend is en dat mensen het verschil uit het oog verliezen tussen fictie en realiteit. Er worden dan schrijnende beelden vertoond van iemand die haar vriendinnen niet kan ontmoeten omdat ze een afspraak heeft voor een feestje in Second Life. Of van iemand die zijn verloofde verlaat en het vliegtuig neemt naar Nebraska om zijn Second Life-lief in het echt te ontmoeten.

De vraag is natuurlijk of Second Life verslavend is. Het antwoord op die vraag is een hartgrondig ja. Ik kan het weten, want ik ben deskundig op dat gebied. Ik ben zo vatbaar voor verslaving als een bejaarde voor griep. Mijn hele leven bestaat uit het bevredigen van verslavingen. Alles wat ik doe, is erdoor ingegeven, ook in die zin dat ik niets anders doe dan dat. Ik rook en ik drink. Mijn geluk is dat ik ook verslaafd ben aan mijn beroep. Ik kan niet stoppen met schrijven, evenmin als ik zou kunnen stoppen met roken of drinken. Schrijven is voor mij net zo’n roesmiddel als tabak of alcohol omdat ik mij er beter door ga voelen dan ik ben.

Second Life vervult precies diezelfde behoefte en wel op uitmuntende wijze. Mijn avatar is mooier dan ik ben en bouwvakkers fluiten haar na als zij voorbij loopt. Daar gaat ze. En zelfs de frikken hebben pret terwijl zij sensueel voorbij marcheert. Ze is fotomodel, geliefd in een oogopslag. Al haar vriendinnen zijn net zo mooi als zij. Ik kan geen genoeg van haar krijgen. In Second Life kan ik geen genoeg van mijzelf krijgen. In First Life heb ik dat alleen wanneer ik heel veel drink of de illusie heb dat ik heel goed aan het schrijven ben.

Eigenlijk ben ik in Second Life schrijver en lezer tegelijk. Ik ben de schepper van een personage in wie ik mij kan inleven en ik kan niet wachten om de bladzijde om te slaan naar het volgende hoofdstuk vol avonturen die mijn personage mag beleven.

Zou dat schadelijk zijn? Vast wel. Maar in elk geval krijg je van Second Life geen longkanker of levercirrose. En het kost geen geld, althans niet veel, althans dat valt wel mee. Het kost tijd, net als dromen, drinken en schrijven. Je kunt er een baan of een verloofde mee verspelen. En of ik het verschil tussen fictie en werkelijkheid uit het oog verlies? Vraagt u dat nou serieus? Ik heb nooit geloofd in dat verschil.

    • Ilja Leonard Pfeijffer