Heksenjacht rond vat vol geheimen

De Poolse aartsbisschop Wielgus struikelde over zijn verleden als informant van de geheime dienst. Ook elders in Oost-Europa werkt het beladen verleden ontwrichtend.

Tijdens de Hongaarse opstand in 1956 beschieten opstandelingen het gebouw van de machtige en gehate geheime politie. Foto AP ** FILE ** Patrons and clerks at a local store look on as members of the Hungarian revolutionary forces take aim at Communist secret police officers, in Budapest, Hungary, in this Nov. 2, 1956 file photo. The uprising began on Oct. 23, 1956 with demonstrations against the Stalinist regime in Budapest and was crushed eleven days later by Soviet tanks amid bitter fighting. Some 2,500 people were killed and a further 200,000 forced into exile. (AP Photo/File) Associated Press

‘Loránt’ staat op de kaft van het stoffige, bruine dossier. Het was de schuilnaam van een verklikker die in de jaren vijftig werkte voor de Hongaarse geheime dienst. Loránts dossier over een ‘staatsvijandige burger’ is één van de honderdduizenden die liggen opgeslagen in de kelders van het gebouw van de Historische Archieven van de Hongaarse Geheime Diensten.

Het statige pand herbergt een pakhuis aan laster, leugens en manipulaties die vele levens in communistisch Hongarije kapot hebben gemaakt. „Als je alle dossiers uitgespreid achter elkaar legt kom je op ruim vier kilometer lengte,” zegt István Bikki, beheerder van de archieven. „Het werkdossier van een verklikker werd het M-dossier genoemd, waarin zijn rapportage van het schaduwen van een slachtoffer staat. Tegelijk bestaat er over iedere verklikker zelf een B-dossier dat de geheime dienst bijhield. Wat doet de verklikker? Is hij betrouwbaar?”

Aan het eind van een lange ondergrondse gang opent Bikki de gepantserde deur naar een ruimte met tientallen archiefkasten op rails. Willekeurig haalt hij een tweede dossier tevoorschijn. Over een man die tot 1954 als informant werkte, maar daarna zijn contact met de geheime dienst verbrak. Bikki: „Interessant is dat hij in 1958 weer operationeel werd. Hij had een nieuwe werkkring gevonden, en dus een vers werkterrein. Een enthousiaste verklikker.”

Spionnen, informanten, verklikkers. Wie was er goed of fout? Wat was het motief om je als informant aan te melden, of: om welke reden werd je door de dienst onder dwang als spion ingezet? Met die vragen worstelen de Oost-Europeanen tot op de dag van vandaag. De Poolse aartsbisschop Stanislaw Wielgus trad zondag af omdat hij tijdens het communisme werkte als spion. De commotie die ontstond bewijst hoe het beladen verleden nog altijd ontwrichtend werkt in de ex-communistische samenlevingen.

In Roemenië, waar in 2005 de archieven van de Securitate werden opengesteld, spelen tal van affaires rond politici die hun verleden als spion mogelijk probeerden te verduisteren. De beerput is opengegaan, en het heeft deels gezorgd voor een grote schoonmaak in de politiek. Maar net zo goed heeft het geresulteerd in een heksenjacht. Politici en media gebruiken over en weer hun bevindingen om concurrenten zwart te maken. De archieven worden niet zelden misbruikt als politiek instrument.

Wie kan de waarde van een rapport van een verklikker na decennia nog op de juiste waarde schatten? Volgens Bikki kun je de verklikkers onderbrengen in drie categorieën. „Eerst had je de enthousiastelingen, die vochten voor de goede, communistische zaak. Daarnaast waren er die puur uit waren op de financiële beloning. En dan waren er de verklikkers die werden gechanteerd en meewerkten uit levensbehoud.”

Een goed voorbeeld van de laatste categorie is de homoseksueel die daar in communistisch Hongarije niet voor uit kon komen zonder te worden ontslagen. Bikki: „Zodra de dienst een tip binnenkreeg werd je als homoseksueel een prooi en werd je benaderd om je collega’s te bespioneren.”

Veel van de dossiers zijn rond 1989 vernietigd. „Zoals bij elke politieke omwenteling zijn er velen die gebaat zijn bij het verduisteren van het verleden,” zegt Bikki. „Wie in 1989 actief was voor de politieke politie wilde natuurlijk niet dat zijn nieuwe collega’s daarvan wisten.”

Al in 1994 werd in Hongarije een wet aangenomen die voorzag in het doorlichten van politici en andere openbare functionarissen. Maar echt open gingen de geheime archieven pas in 2002, na de affaire rond de toenmalige socialistische premier Péter Medgyessy. Hij bleek te hebben gewerkt voor de contraspionagedienst. De verhitte debaten die volgden resulteerden in nieuwe wetgeving en een reorganisatie van het archiefbeheer.

„Sinds 2003 kunnen wetenschappers en privépersonen hier de dossiers inzien,” zegt Bikki. „Hier komen mensen die vermoeden dat ze destijds werden geschaduwd. Ze willen hun verleden beter leren kennen. Er zijn er ook die hopen dat ze destijds belangrijk genoeg waren voor een dossier, maar vaak bedrogen uitkomen.”

Bikki rolt een paar archiefkasten opzij en stuit op de plank met het dossier over een Hongaarse bisschop. „Een heikele kwestie. In zijn dossier vond men een kaartje met daarop het nummer 6. Dat was de gangbare aanduiding voor: verklikker. Maar lees je verder, dan zie je dat de bisschop uitdrukkelijk heeft geweigerd om als verklikker te worden geronseld. Wil je iemand in diskrediet brengen, dan licht je slechts een onderdeel van zijn dossier.”

De Hongaarse cineast István Szabo, bekend van films als Mephisto, overkwam het onlangs, toen media berichtten over zijn verleden als verklikker. Szabo verdedigde zich door te stellen dat hij als student de geheime dienst slechts onbelangrijke zaken rapporteerde over zijn klas op de filmschool. Veel Hongaren van Szabo’s leeftijd zullen zijn verhaal hebben herkend: soms speelde je het spelletje mee, om de dienst tevreden te houden, zonder slachtoffers in je omgeving te maken.

Of de Poolse aartsbisschop Wielgus wellicht ook onschuldig is? Daarover laat Bikki zich liever niet uit: „Polen is een groter land, met een grotere kerk en dus meer verklikkers.” De Roemeense Securitate had veertig keer zo veel verklikkers per duizend inwoners als de Hongaarse geheime dienst.

Sinds 2005 geldt in Hongarije inmiddels dat een politicus niet meer verplicht wordt doorgelicht alvorens hij zijn ambt aanvaardt. Hierdoor blijven politici met een werkzaam verleden vóór 1989 kwetsbaar voor verdachtmaking. „Vuile spionnen! Communisten!” waren afgelopen herfst de leuzen tijdens demonstraties tegen de huidige socialistische regering. „Het zijn populaire, maar nogal emotionele slogans,” zegt Bikki. „Ik nodig de mensen uit om hier in de archieven op zoek te gaan naar de waarheid.”