Grote buurman stuurt de kansarmen door

Een jaar na de invoering van de Rotterdamwet lijken arme huurders uit te wijken naar het naburige Capelle aan den IJssel. „Rotterdam exporteert problemen.”

Flat aan het Valeriusrondeel in Capelle aan den IJssel. De gemeente klaagt over de toestroom van arme huurders uit Rotterdam. Foto Bas Czerwinski 12-01-2007, CAPELLE AAN DE IJSSEL. FLATS AAN DE VALERIUSRONDEEL. FOTO BAS CZERWINSKI hoogbouw Czerwinski, Bas

Verrast was hij niet toen vorige maand de brief van de drie coalitiepartijen (PvdA, VVD en Leefbaar Capelle) op zijn bureau belandde. De laatste maanden vangt Aart-Jan Moerkerke, wethouder Veiligheid en Volkshuisvesting in Capelle aan den IJssel, steeds vaker „verontruste geluiden van burgers en collega-bestuurders” op. „Ik kan eromheen draaien, maar ben liever eerlijk: we hebben een probleem, onze spons is vol.”

Over de vraag of Capelle, een stad die ironisch genoeg als groeikern tot bloei kwam dankzij de komst van autochtone Rotterdammers, inderdaad het afvoerputje van Rotterdam dreigt te worden, zoals de drie coalitiepartijen suggereren in hun brief, hoeft Moerkerke niet lang na te denken. „Politiek misschien niet correct, maar het antwoord is ja. Rotterdam exporteert de eigen problemen naar de buurgemeenten.”

Waarmee Moerkerke (Leefbaar Capelle) wil zeggen dat het plafond bereikt is in de ruim 65.000 inwoners tellende stad ten oosten van Rotterdam. In navolging van de partijen meent hij dat in Capelle te veel goedkope huurwoningen terechtkomen bij mensen die worden geweigerd in Rotterdam.

Harde cijfers ontbreken vooralsnog in de woonplaats van demissionair minister-president Jan Peter Balkenende, maar Moerkerke vermoedt wel degelijk een causaal verband tussen het ‘harde’ Rotterdamse spreidingsbeleid enerzijds en de stijgende instroom van ‘kansarmen’ anderzijds. „Het aantal aan Rotterdamse instromers toegekende uitkeringen is de laatste drie jaar verdubbeld (zie inzet, red.), zo blijkt uit onze eerste gegevens. Bovendien is sprake van een toename van niet-westerse allochtonen en het aantal probleemgezinnen, vooral vanuit de Rotterdamse deelgemeenten Charlois en Feijenoord.” Nog deze maand verwacht hij „harde bewijzen boven tafel” te krijgen.

Al geruime tijd leeft in Capelle – een stad waar ruim zeventig procent van de bevolking autochtoon is – de vrees dat de verarming binnen de gemeente versneld wordt sinds Rotterdam, nu bijna drie jaar geleden, onder de noemer Rotterdam Zet Door, de strijd aanbond met de eigen sociale onderklasse. In het door Leefbaar Rotterdam geïnitieerde actieplan werd van de zeventien collega-gemeenten uit de stadsregio Rotterdam ‘een extra inspanning’ gevraagd bij de spreiding van ‘kansarme nieuwkomers’, om zo de druk op de eigen stad (vijftig procent allochtonen, tachtig procent goedkope woningen) te verlichten.

Moerkerke verweet Rotterdam destijds „een autistische houding”: de ‘grote broer’ negeerde het feit dat de randgemeenten hun eigen problemen hebben, en zette botweg een streep door hun plannen. Toch ging ook Capelle overstag. Net als Spijkenisse, Rozenburg, Hellevoetsluis en Ridderkerk moest de stad voortaan borg staan voor minimaal veertig procent sociale woningbouw.

Vorig jaar kwam daar de Rotterdamwet overheen, een uitvloeisel van de door de Tweede Kamer met instemming ontvangen Rotterdam Zet Door-aanpak. Om de verloedering tegen te gaan geldt in vier Rotterdamse probleemwijken (Tarwewijk, Hillesluis, Carnisse en Oud-Charlois) sinds 1 juli een inkomenseis. Nieuwkomers die een huurhuis zoeken, moeten een inkomen uit werk hebben, of studiefinanciering of een pensioen. Een uitkering volstaat niet langer. De verplichte vergunning geldt voor 20.000 huurwoningen.

Moerkerke zegt begrip te hebben voor de Rotterdamse aanpak. „Sterker nog: ik had hetzelfde gedaan, gelet op de bevolkingssamenstelling in sommige wijken daar. Af en toe denk ik wel eens: hadden wij hier in Capelle zelf maar zo’n wet verzonnen.”

Want Capelle kent ook zo zijn probleemwijken. De stad telt al relatief veel goedkope sociale woningbouw en is, zo vermoedt Moerkerke, mede daarom het slachtoffer van het Rotterdambeleid. De problemen concentreren zich in drie van de zeven wijken: Oostgaarde, (West-)Schollevaar en Schenkel. Vooral de flats (dertien woonlagen) in Oostgaarde, aan de noordzijde van de stad, zijn een bron van zorg.

De flat aan het Valeriusrondeel, aan de westkant van de stad, maakt een troosteloze indruk. Twee bewoners verlaten net het gebouw. Ja, ze komen uit Rotterdam en wonen sinds kort in Capelle. Maar praten? „Zoek maar iemand anders.” Het waait en het regent, ze hebben haast en bovendien wel wat beters te doen.

De toestroom van arme huurders dreigt volgens Moerkerke het „hier en daar toch al wankele sociale evenwicht” te ontwrichten in de dichtstbevolkte (4.570 inwoners per vierkante kilometer) gemeente in het Rijnmondgebied. „We signaleren steeds meer problemen in bepaalde wijken: schooluitval, geluids- en stankoverlast, noem maar op.”

De verantwoordelijke wethouder in Rotterdam, PvdA’er Hamit Karakus (Wonen en Ruimtelijke Ordening), is niet onder de indruk, stelt zijn woordvoerder. „Als er al sprake is van een toename van het aantal kansarmen zal dat eerder een gevolg zijn van de wijziging van het woonruimteverdelingsysteem binnen de regio, waardoor het sinds twee jaar voor mensen met een laag inkomen eenvoudiger is geworden om in de regio aan een woning te komen.”

De Rotterdamse burgemeester Opstelten herkent zich evenmin in de noodkreet uit Capelle. „Ik heb de geluiden gehoord, maar de analyse over dat zogenoemde afvoerputje klopt niet. En toch: als dat gevoel leeft, dan moeten we daar serieus over praten. Zelfs als de cijfers dat gevoel tegenspreken.”

    • Mark Hoogstad