God zag dat het goed was in Nederland

Zestiende-eeuwse architecten en schilders pasten al graag de vogelvluchtblik toe. Le Corbusier was er ook dol op. En nu wordt het hele land van bovenaf vastgelegd.

Lambiek Berends (tekst) en Pieter Elenbaas: Amsterdam onbewolkt 3. Bas Lubberhuizen/Het Parool, 192 blz. € 29,50

Karel Tomeï: De bovenkant van Utrecht. Scriptum/AD Utrechts Nieuwsblad, 239 blz. €19,90

Dick Sellenraad: De bovenkant van Westland. Scriptum/AD Utrechts Nieuwsblad , 239 blz. € 19,90

Utrecht, Amersfoort en Almere vanuit de lucht. Revorm/THOTH, 168 blz. € 39,90

Nog even en alle steden en provincies van Nederland hebben hun eigen boek met luchtfoto’s. Onlangs verschenen niet alleen grote boeken op oblong formaat vol luchtfoto’s van Amersfoort, Almere en Utrecht en ommeland, maar ook kleine van de provincie Utrecht en het Westland. De grote boeken doen denken aan die van Amsterdam, de stad waarvan onder de titel Amsterdam onbewolkt onlangs al een derde editie met luchtfoto’s verscheen. De kleine boeken lijken op de uitgaven met luchtfoto’s van Nederland die fotograaf Karel Tomeï al eerder publiceerde.

Het succes van de luchtfotoboeken is gemakkelijk te verklaren. Voor elk fotoboek bestaat namelijk een groot potentieel publiek: elke stadsbewoner vindt het leuk om als een vogel zijn huis te zien en andere plekken waar hij dagelijks verblijft. En behalve aan dit feest der herkenning danken de luchtfotoboeken hun populariteit aan het feit dat de wereld van boven gezien op zijn mooist is. Gewone en onaanzienlijke dingen als verkeersrotondes, parkeerterreinen en autokerkhoven zijn van boven gezien schitterend, zo blijkt uit de recent verschenen boeken met luchtfoto’s. Sterker nog, wie ze doorbladert, komt in de verleiding om de wet van het vogelvluchtperspectief te formuleren: hoe lelijker de wereld is op de begane grond, des te mooier is die vanuit de lucht.

Zeker, de binnenstad van Amersfoort is ook vanuit een vliegtuig gezien mooi, met zijn kronkelige straten, aaneenrijgingen van huizen en hier en daar een kloek gebouw, zoals de beroemde Koppelpoort. Maar mooier in vogelvluchtperspectief is Kattenbroek, de Amersfoortse nieuwbouwwijk uit de jaren negentig. Wie in een auto door Kattenbroek rijdt, ziet een drukke pre-Vinexwijk waar je geen vat op krijgt door de merkwaardige ronde straat die als voornaamste verkeersader dienst doet. Maar vogels weten dat Kattenbroek een heel grote en mooie expressionistische Kandinsky is. Nog mooier zijn de verkeersknooppunten, die je in auto altijd beleeft als vervelende bochtige intermezzo’s van de rechte snelwegen maar die van boven gezien prachtige sliertpatronen vormen. Hoe meer slierten, des te beter.

Of neem het Westland, waarvan Dick Sellenraad foto’s maakte voor De bovenkant van Westland. Vanaf de weg zijn de kassengebieden gruwelijke oorden, beheerst door de monotonie van glas en staal. Maar vanuit de lucht blijkt elk kassencomplex, door de verschillende dakvormen, een ander patroon en een andere grijswitte tint te hebben en doet het Westland zich voor als een nooit eerder geziene abstracte compositie in de constructivistische traditie. Een opslagplaats van bouwmaterialen, op de aardse grond toch niet iets dat je per se zou willen zien, is vanuit de hemel een betoverende tekening van gebundelde horizontale en verticale streepjes, onderbroken door vierkantjes. En een caravanpark, tijdens een vakantie altijd goed voor een zomerdepressie, blijkt vanuit de lucht een wonderlijke combinatie van herhaling en variatie te zijn.

Alle foto’s in de recent verschenen luchtfotoboeken zijn genomen vanuit een laagvliegend vliegtuig. Toch bestaat de vogelvluchtblik al veel langer dan het vliegtuig. Die gaat terug naar de 16de eeuw toen landschapsschilders en architecten er graag mee aan de slag gingen. Gewoonlijk brengen kunsthistorici de opkomst van de vogelvluchtblik in de kunst en architectuur in verband met het veranderende wereldbeeld tijdens de Renaissance met de ontdekkingsreizen, toen Columbus en anderen de menselijke blik verwijdden.

Voor bijvoorbeeld barokke tuinarchitecten als Le Nôtre was het vogelvluchtperspectief in de eerste plaats een middel om opdrachtgevers een overzicht van het geheel te geven. Hun ontwerpen waren toch altijd gemaakt met de aardse mens als uitgangspunt en bedoeld om vanaf de begane grond te worden gezien. Pas toen de mens zelf kon vliegen, ging het vliegtuigperspectief een hoofdrol spelen in vooral de stedenbouw. Voor Le Corbusier, de invloedrijkste architect van de 20ste eeuw, was het vliegtuig niet alleen een symbool van moderniteit, maar veranderde het ook de blik van de architect op de wereld. ‘Het is als architect en stedenbouwkundige – en daarom als man die zich in beginsel bezighoudt met het welzijn van zijn soort – dat ik me laat wegvoeren op de vleugels van een vliegtuig, dat ik gebruik maak van de vogelblik, van de blik vanuit de lucht’, schreef Le Corbusier in 1935. ‘Het oog ziet nu in werkelijkheid wat eerder alleen subjectief voor de geest kon worden gehaald; de blik vanuit de lucht is een nieuwe functie die wordt toegevoegd aan onze zintuigen; het is de basis van een nieuwe ervaring. De mens zal er gebruik van maken om nieuwe doelen te bepalen. Steden zullen uit hun as oprijzen.’

Le Corbusier gaf zijn stedenbouwkundige ontwerpen voor onder meer het centrum van Parijs en Moskou dan ook het liefst weer vanuit het vogelvluchtperspectief. Zo zijn zijn megalomane ontwerpen ook het meest overtuigend. Zoals alles, biedt vanuit een vliegtuig Le Corbusiers nooit gerealiseerde ontwerp voor het centrum van Parijs een schitterende aanblik, met zijn strikte orde van woontorens in groene parken die worden doorsneden door snelwegen. Maar een echt gebouwd nieuw Parijs zou net zo deprimerend zijn geweest als nu de beruchte Corbusiaanse banlieue rondom de Franse grote steden.

In Amsterdam onbewolkt 3 zijn het dan ook de door Le Corbusier geïnspireerde naoorlogse Amsterdamse nieuwbouwwijken die het moeten ontgelden in de interviews met geleerden en een architect die tussen de luchtfoto’s staan afgedrukt. Zowel historicus Jan Bank als socioloog Lodewijk Brunt heeft weinig waardering voor de Westelijke Tuinsteden en Bijlmermeer, wijken die beide door stedenbouwers met een vogelvluchtblik zijn ontworpen. „Wandelen door de Bijlmer of door de Westelijke Tuinsteden?”, vraagt Brunt, om vervolgens zelf het antwoord te geven: „Je hebt er niks te zoeken, er zijn geen winkels, er is geen bedrijf, je raakt er heel snel de weg kwijt, er zijn nergens aanknopingspunten.” Zelfs architect Pi de Bruijn, die zelf nog betrokken was bij het ontwerp van de Bijlmer en er lange tijd woonde, heeft er geen goed woord meer voor over. „Met die verhoogde wegen excelleerde de Bijlmer wel in verkeersveiligheid, bijna honderd procent”, zegt hij. „De sociale veiligheid daarentegen scoorde om dezelfde reden weer slecht. Waar geef je de voorrang aan? Door die sociale onveiligheid zijn er heel wat berovingen, verkrachtingen en weet ik wat geweest in dat struikgewas, die boerenkool, zoals wij het noemden.”

Maar de strakke betonnen galerijflats tussen de boerenkool in de nu grotendeels gesloopte Bijlmer zien er vanuit de lucht nog altijd schitterend uit, zo blijkt uit Amsterdam onbewolkt 3. Hetzelfde geldt voor de Corbusiaanse flats die bij Vollenhoven als schepen drijven in een zee van bomen, gefotografeerd door Tomeï in De bovenkant van Utrecht. Ook Vinex-wijken, de nieuwste Nederlandse buitenwijken, leveren vanuit de luchtgrandiose composities op. Zelfs bedrijventerreinen, algemeen beschouwd als de gesel van de Nederlandse ruimtelijke ordening, zijn prachtige Mondriaans. Zo blijkt de vogelblik in alle luchtfotoboeken uiteindelijk ook een goddelijke blik: wie vanuit een vliegtuig naar de wereld kijkt, ziet dat alles goed is.

    • Bernard Hulsman