Eigentijdse rampenfun

Scène uit ‘The Day After Tomorrow’ The Day After Tomorrow

In het laatste kwart van de vorige eeuw begonnen we te vermoeden dat er iets niet pluis was in onze dampkring. Geleerden hadden al veel eerder gewaarschuwd, maar dit is het lot van mensen met een uitzonderlijk vooruitziende blik: ze worden om te beginnen niet geloofd en als het daarbij blijft mogen ze van geluk spreken. In 1968 kwam de Club van Rome met een beredeneerd scenario. ‘Grenzen aan de groei’ en anders zou het verkeerd met ons – de mensheid – aflopen. De Club kreeg een aanhang van gelovigen, maar nog meer mensen waren ervan overtuigd dat ze te maken hadden met een aantal profeten die onherstelbaar de kluts waren kwijtgeraakt. De economieën groeiden verder. De stank nam toe.

Meer geleerden kwamen met steeds overtuigender bewijzen, politici en industriëlen begonnen te luisteren en zo is in 1997 het Protocol van Kyoto ontstaan, dat de uitstoot van broeikasgassen moet beperken. Kyoto had meer overtuigingskracht dan de Club, maar de stank nam verder toe. Zo kwam onvermijdelijk het ogenblik waarop Hollywood er geld in zag. In 2004 kwam de film The Day After Tomorrow in de bioscoop. Een natuurramp treft de hele planeet. New York wordt door een mega-tsunami getroffen, het Empire State Building bezwijkt, Miss Liberty staat tot haar middel in een ijsvlakte. Op de lijst van de meest bekeken films staat deze op de 37ste plaats. Niet slecht.

Maar heeft het effect gehad? Hier wel, daar niet. De auto’s zijn schoner geworden, er komen meer windmolens en zonnepanelen, in China wordt gemiddeld per week één met kolen gestookte energiecentrale geopend en terwijl ik dit schrijf meldt de radio dat het KNMI een weeralarm heeft afgegeven en dat er ‘270 kilometer file op de Nederlandse wegen staat.’

De film van Al Gore, An Inconvenient Truth, over de opwarming van de aarde heeft diepe indruk gemaakt. De EU wil de CO2-uitstoot ‘fors verlagen’. En woensdagavond had het televisiejournaal een opgetogen filmpje over de groei van kleine vliegvelden. Ze hebben hun voorspoed te danken aan de ‘prijsvechters’ die toeristen voor een prikje naar ‘zonnige oorden’ brengen.

In 2003 hadden we een bijzonder warme zomer. Ik schreef een column over het broeikaseffect en kreeg een boze brief van Hans Labohm, econoom en expert in deze materie. De mens is niet schuldig aan de opwarming, daar zijn geen bewijzen voor, het is evengoed mogelijk of waarschijnlijker dat de aarde aan een nieuwe cyclus is begonnen. Dat ongeveer schreef hij. Ik ben geen klimatoloog, natuurkundige, ik moet afgaan op wat de deskundigen me vertellen. Mijn conclusie was toen dat ik me in een kwestie had gemengd waarvan ik geen verstand had. Misschien een geloofsconflict. Nog gevaarlijker. Ik nam me voor er geen woord meer over te schrijven.

Nu hebben we deze warme winter. Nooit meer een Elfstedentocht! Bloeiende rozen! Straks wijnbouw in de Betuwe! De dijken moeten hoger! En in de Volkskrant van donderdag: Hans Labohm met nog veertien geleerden: ‘Mens niet schuldig aan opwarming’. Weer een overtuigend verhaal en opnieuw weet ik het niet. Wel heb ik het vermoeden dat deze redenering, ongeacht de wetenschappelijke waarde, ook weer een belang dient: dat van de SUV-fabrikanten, de bouwers van snelwegen en kolencentrales, alles wat op het ogenblik de natuur bedreigt en de dampkring verder volstinkt. Zo hebben de heer Labohm c.s. het natuurlijk niet bedoeld, maar zo wordt hun redenering wel gebruikt.

Goed beschouwd is het een zinloos conflict. Over de oorzaken zijn we het niet eens, maar over de gevolgen wel. Het wordt anders op de planeet, en als je daarop niet bent voorbereid, betekent anders: gevaarlijker. Laat dat dus meer in special effects op de televisie, internet, in de bioscoop zien. Terwijl Ajax de Cupfinal speelt, wordt de Arena door een tsunami getroffen. Managers hebben het zien aankomen maar het weeralarm in de wind geslagen. Tienduizenden vechten voor hun leven, honderden worden door het kolkende water meegesleurd, de tunnel van de HSL onder het Groene Hart in. Dergelijke taferelen, eigentijdse rampenfun. Het is leuk, je verdient er geld mee en misschien red je mensenlevens.

    • H.J.A. Hofland